Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 2: in de periode van 8 september 2020 tot en met 2 maart 2021 als bestuurder van
3.De bewijsmotivering
feitelijkbestuurder van [bedrijf 1]. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
- dat [verdachte] [bedrijf 1] op 3 oktober 2019 heeft aangekocht;
- dat [verdachte] feitelijk verantwoordelijk was voor de keuken en inkoop;
- dat [verdachte] in januari 2020 een kredietfaciliteit voor [bedrijf 1] heeft geregeld bij de ING, waarbij hij zich persoonlijk borg heeft gesteld;
- dat [verdachte] feitelijk als aanspreekpunt voor personeel fungeerde;
- dat [verdachte] ook na 3 augustus 2020, toen hij formeel geen bestuurder meer was, aanwezig was voor het personeel en dat [medeverdachte] hem had gevraagd of hij tot het eind van het jaar wilde blijven;
- dat [verdachte] ook na 3 augustus 2020 nog zorgdroeg voor de inkoop;
- dat [verdachte] na 3 augustus 2020 een personeelslid aan het inwerken was,
- dat [verdachte] op 13 augustus 2020 een vaststellingsovereenkomst/betalingsregeling tussen [bedrijf 1] en [bedrijf 3] B.V. heeft ondertekend over de ontstane huurachterstand van [bedrijf 1], waarbij [verdachte] zich persoonlijk garant heeft gesteld;
- dat [verdachte] in oktober 2020 feitelijk de bedrijfsvoering op zich heeft genomen tijdens de afwezigheid van [medeverdachte] gedurende diens verblijf in Egypte;
- dat uit aangetroffen correspondentie op de telefoon van [medeverdachte] blijkt dat [verdachte] aan [medeverdachte] in december 2020 aan [medeverdachte] vroeg om het contract van een werknemer te verlengen, zodat er met terugwerkende kracht over september, oktober en november subsidie zou komen;
- dat uit aangetroffen correspondentie op de telefoon van [medeverdachte] blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte] in de periode van november 2020 tot 2 maart 2021 onderling afspraken maakten over schuldeisers en hoe deze buiten de deur te houden;
- dat uit aangetroffen correspondentie op de telefoon van [medeverdachte] blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte] in december 2020 de derde NOW-aanvraag en de loonaangifte van [bedrijf 1] hebben besproken en dat beiden hierover contact met UVW hebben gehad;
- dat boekhouder [naam 6] heeft verklaard dat [verdachte] met betrekking de NOW- aanvraag van 16 december 2020 informatie bij hem heeft langsgebracht en dat hij met [verdachte] ook contact had over andere aangelegenheden van [bedrijf 1] zoals over de verhuurder die beslag wilde leggen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk middelen die met een bepaald doel zijn verstrekt, aanwenden voor andere doeleinden dan waarvoor zij zijn verstrekt, begaan door een rechtspersoon, terwijl de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;
tezamen en in vereniging met een ander, als bestuurder van een rechtspersoon, wetende dat hierdoor een of meer schuldeisers van de rechtspersoon in hun verhaalsmogelijkheden worden benadeeld, voor de intreding van het faillissement, terwijl dit is gevolgd, enig goed aan de boedel onttrekken, meermalen gepleegd;
als bestuurder van een rechtspersoon, voor de intreding van het faillissement, terwijl dit is gevolgd, opzettelijk niet voldoen aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
opzettelijk en wederrechtelijk middelen die met een bepaald doel zijn verstrekt, aanwenden voor andere doeleinden dan waarvoor zij zijn verstrekt, begaan door een rechtspersoon, terwijl de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;
tezamen en in vereniging met een ander, als bestuurder van een rechtspersoon, wetende dat hierdoor een of meer schuldeisers van de rechtspersoon in hun verhaalsmogelijkheden worden benadeeld, voor de intreding van het faillissement, terwijl dit is gevolgd, enig goed aan de boedel onttrekken, meermalen gepleegd;
als bestuurder van een rechtspersoon, voor de intreding van het faillissement, terwijl dit is gevolgd, opzettelijk niet voldoen aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt;
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen.