Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[derde belanghebbende], uit Oekraïne.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een handhavingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Almelo tegen de eigenaar van een woning die het pand gebruikt voor kamerbewoning en zelfstandige bewoning van een bijgebouw zonder vergunning. Het college legde een last onder dwangsom op om deze situatie te beëindigen. De eigenaar maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de kamerbewoning in strijd is met het Omgevingsplan omdat er meer dan één huishouden woont, en dat het college terecht handhavend optreedt. Het verzoek tot schorsing van dit deel van het besluit wordt afgewezen, wat betekent dat de bewoners die niet tot hetzelfde huishouden behoren de woning moeten verlaten.
Ten aanzien van het bijgebouw is vastgesteld dat dit is ingericht voor zelfstandige bewoning, wat eveneens in strijd is met het Omgevingsplan. De eigenaar stelt dat het bijgebouw wordt gebruikt voor mantelzorg aan zijn ouders, waarvoor mogelijk een uitzondering geldt. De voorzieningenrechter ziet hier zicht op legalisatie en schorst daarom het handhavingsbesluit voor het bijgebouw tot drie weken na de beslissing op bezwaar.
Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van de eigenaar. De uitspraak is bindend en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Verzoek voorlopige voorziening afgewezen voor kamerbewoning en toegewezen voor bijgebouw met schorsing van het handhavingsbesluit.