Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3418

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
ak_25_1388
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:20 AwbWet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen weigering nieuwe zoekslag Woo-document

Eiser heeft op 17 september 2024 een Woo-verzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Zwartewaterland, waarin hij verzocht om openbaarmaking van een specifiek document dat mogelijk bij het college berust. Dit verzoek volgde op een eerder Woo-verzoek van 21 mei 2024 over informatie betreffende houseboats in een bepaald gebied. Het college heeft op 8 oktober 2024 besloten en een aantal documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt, waarbij sommige delen werden geweigerd.

Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde het college in gebreke vanwege het niet tijdig beslissen. Uiteindelijk nam het college op 20 mei 2025 alsnog een beslissing op het bezwaar en kende eiser een dwangsom toe wegens de vertraging. Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen en tegen de inhoudelijke beslissing op bezwaar.

De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang. Het inhoudelijke beroep richt zich op een document dat als afbeelding is vrijgegeven, waarvan eiser stelt dat het deel uitmaakt van een groter document dat het college nog moet zoeken. De rechtbank stelt vast dat het college voldoende zoekslagen heeft verricht en dat het niet aannemelijk is dat het onderliggende document binnen de reikwijdte van het Woo-verzoek valt. Daarom is het beroep ongegrond en blijft het besluit van het college in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het college is ongegrond verklaard en het college hoeft geen nieuwe zoekslag te verrichten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1388

uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser (hierna: [eiser] ),

en
het college van burgemeester en wethouders van Zwartewaterland, verweerder (hierna: het college),
(gemachtigden: mr. F.H.J.M. Roesink en mr. M.W. van Nijendaal).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over een verzoek van [eiser] op grond van de Wet open overheid (Woo). [eiser] heeft naar aanleiding van een eerder Woo-verzoek verzocht om openbaarmaking van een document dat mogelijk bij het college berust. [eiser] vindt dat het college naar dat document moet zoeken of bij een derde moet opvragen.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is en dat het college geen nieuwe zoekslag hoeft te verrichten naar het gevraagde document. [eiser] krijgt geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1.
[eiser] heeft op 17 september 2024 een Woo-verzoek gedaan bij het college. Het college heeft op 8 oktober 2024 een besluit genomen op dit verzoek. [eiser] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
2.2.
[eiser] heeft het college op 25 maart 2025 in gebreke gesteld omdat het college nog niet op het bezwaar heeft beslist.
2.3.
[eiser] heeft op 11 mei 2025 beroep wegens niet tijdig beslissen ingesteld.
2.4.
Het college heeft op 20 mei 2025, verzonden op 23 mei 2025, alsnog een beslissing genomen op het bezwaarschrift van [eiser] (het bestreden besluit).
2.5.
Het college bij besluit van 27 mei 2025 aan [eiser] een dwangsom van € 1.442 toegekend omdat niet op tijd was beslist.
2.6.
[eiser] heeft op 25 juni 2025 een (aanvullend) beroepschrift ingediend.
2.7.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
2.8.
De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser] en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3.1.
[eiser] heeft eerder op 21 mei 2024 bij het college een Woo-verzoek ingediend. In dit verzoek heeft [eiser] gevraagd om openbaarmaking van informatie over - samengevat - houseboats in het gebied De Nieuwesluis/Mastenmakerstraat en aanverwante zaken. Het college heeft in deelbesluiten op dit verzoek besloten en documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. Het laatste besluit dateert van 23 augustus 2024.
3.2.
[eiser] heeft aan het college een aantal aanvullende vragen gesteld over de afdoening van zijn Woo-verzoek van 21 mei 2024. Een aantal van deze vragen (1,2,3,4,7,10 en 13) is uiteindelijk neergelegd in het door [eiser] gedane nieuwe Woo-verzoek van 17 september 2024. Dit Woo-verzoek is de aanleiding van deze procedure.
3.3.
Het college heeft op 8 oktober 2024 op het verzoek beslist en een aantal documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. De openbaarmaking van bepaalde delen van de documenten is geweigerd.
3.4.
Het college heeft op 20 mei 2025 op het bezwaarschrift van [eiser] beslist. In dit bestreden besluit heeft het college ook een beslissing genomen over een ander bezwaarschrift dat gericht is tegen een ander besluit. Deze procedure gaat over de beslissing op bezwaar die ziet op het hiervoor genoemde besluit van 8 oktober 2024 (kenmerk 63193).
3.5.
Bij het bestreden besluit heeft het college alsnog een deel van een document (collegevoorstel 12460) openbaar gemaakt. De openbaarmaking van dit deel was eerder geweigerd. Het college heeft het besluit van 8 oktober 2024 verder in stand gelaten.
Beoordeling van het beroep
Het beroep niet tijdig beslissen
4.1.
[eiser] heeft op 11 mei 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift. Het college heeft op 20 mei 2025 alsnog op het bezwaarschrift van [eiser] beslist. [eiser] is ook een dwangsom toegekend vanwege het niet tijdig beslissen. Op de zitting heeft [eiser] aangegeven dat dit onderdeel van zijn beroep afgehandeld is.
De rechtbank overweegt dat niet is gebleken dat [eiser] nog een (ander) belang heeft bij een beoordeling van het beroep niet tijdig beslissen. Omdat er geen procesbelang meer is, is het beroep op dit onderdeel dan ook niet-ontvankelijk.
4.2.
Op grond van artikel 6:20, derde lid Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep wegens het niet tijdig beslissen ook betrekking op de alsnog genomen beslissing op bezwaar. De rechtbank beoordeelt dat beroep hierna.
Het inhoudelijk beroep
De beroepsgronden
5. Het beroep van [eiser] gaat over één document, namelijk document ‘Afbeelding van X (geanonimiseerd).pdf’, dat als bijlage bij een e-mail van een persoon buiten de gemeentelijke organisatie is gevoegd. Dit document is naar aanleiding van het Woo-verzoek van 21 mei 2024 openbaar gemaakt. Deze afbeelding is volgens [eiser] een deel van een (groter) document en [eiser] heeft bij het college verzocht om het volledige document. [eiser] voert aan dat het aannemelijk is dat dit document in zijn geheel heeft bestaan en mogelijk volledig bij het college berust. Het college had hiervoor een zelfstandige zoekslag moeten verrichten. Als het document niet bij het college berust, dan moet het college inzichtelijk maken waar het document wel is en wat het college heeft gedaan om het document alsnog te achterhalen.
Had het college een nadere zoekslag moeten verrichten naar het (onderliggend) document?
6.1.
In het eerdere Woo-verzoek van 21 mei 2024 heeft [eiser] verzocht om informatie over:
“Houseboats in het gebied De Nieuwesluis/Mastenmakerstraat” en aanverwante zaken als aankoop van percelen water van RWS en het bedrijfsmatig gebruik van recreatieligplaatsen in hetzelfde gebied.
6.2.
Het college heeft een zoekslag verricht naar de door [eiser] op 21 mei 2024 gevraagde informatie. Het college heeft verschillende documenten gevonden en ook (gedeeltelijk) openbaar gemaakt, waaronder het document Afbeelding van X (geanonmiseerd).pdf
6.3.
[eiser] heeft aan het college aanvullende vragen gesteld over de afdoening van het Woo-verzoek van 21 mei 2024. Deze vragen, waaronder de vraag naar het document ‘Afbeelding van X (geanonimiseerd).pdf’, zijn uiteindelijk neergelegd in het (nieuwe) Woo-verzoek van 17 september 2024. Het Woo-verzoek van 17 september 2024 hangt daarom samen met het Woo-verzoek 21 mei 2024.
6.4.
De rechtbank stelt vast dat het document ‘Afbeelding van X (geanonmiseerd).pdf ‘ een foto is van één (tekst) pagina van een onderliggend document. Dit onderliggend document bestaat mogelijk uit meerdere pagina’s. Deze foto is vanaf een extern e-mailadres door een derde als bijlage en zonder nadere toelichting op 29 april 2024 per e-mail verzonden naar een e-mailadres eindigend op [e-mailadres]. In de tekstpagina die zichtbaar is, worden onder andere ‘Mastenmakersstraat’ en de (jacht)haven genoemd. Verder is niet duidelijk om welk onderliggend document het gaat en van wie dit document afkomstig is. De tekst biedt ook geen aanknopingspunten om aan te nemen dat het onderliggende document onder de reikwijdte van het onderwerp zoals beschreven in het Woo-verzoek van 21 mei 2024 valt. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het college geen nadere zoekslag, op welke manier dan ook, hoefde te verrichten naar het onderliggende document. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7.1.
Het beroep voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar is niet-ontvankelijk omdat het procesbelang ontbreekt.
7.2.
Het beroep gericht tegen de beslissing op bezwaar van 20 mei 2025 is ongegrond. Dat betekent dat dat besluit, voor zover dat ziet op het besluit van 8 oktober 2024 (kenmerk 63193), in stand blijft. [eiser] krijgt daarom het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gericht op het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep gericht op het besluit van 20 mei 2025 voor zover dat gaat over de heroverweging van het besluit van 8 oktober 2024 (kenmerk 63193) ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Piksen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. van der Weij, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.