Eiser heeft op 17 september 2024 een Woo-verzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Zwartewaterland, waarin hij verzocht om openbaarmaking van een specifiek document dat mogelijk bij het college berust. Dit verzoek volgde op een eerder Woo-verzoek van 21 mei 2024 over informatie betreffende houseboats in een bepaald gebied. Het college heeft op 8 oktober 2024 besloten en een aantal documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt, waarbij sommige delen werden geweigerd.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde het college in gebreke vanwege het niet tijdig beslissen. Uiteindelijk nam het college op 20 mei 2025 alsnog een beslissing op het bezwaar en kende eiser een dwangsom toe wegens de vertraging. Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen en tegen de inhoudelijke beslissing op bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang. Het inhoudelijke beroep richt zich op een document dat als afbeelding is vrijgegeven, waarvan eiser stelt dat het deel uitmaakt van een groter document dat het college nog moet zoeken. De rechtbank stelt vast dat het college voldoende zoekslagen heeft verricht en dat het niet aannemelijk is dat het onderliggende document binnen de reikwijdte van het Woo-verzoek valt. Daarom is het beroep ongegrond en blijft het besluit van het college in stand.