Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3417

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
ak_25_1389
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 7:10 AwbArt. 7:12 AwbWet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onvoldoende inzichtelijke en onzorgvuldige zoekslag op grond van de Wet open overheid

Eiser heeft op grond van de Wet open overheid (Woo) informatie opgevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van Zwartewaterland over houseboats en aanverwante zaken. Het college heeft een besluit genomen, maar eiser was ontevreden over de zoekslag die het college heeft uitgevoerd, omdat deze niet volledig en niet zorgvuldig zou zijn.

De rechtbank stelt vast dat het college onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe de zoekslag is verricht. De gebruikte zoektermen waren te algemeen en niet duidelijk gekoppeld aan de door eiser gevraagde termen. Ook is niet concreet gemaakt welke ambtenaren betrokken waren bij de zoekslag. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat de zoekslag zorgvuldig en volledig is geweest.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit voor zover het gaat over de heroverweging van het oorspronkelijke besluit. Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank wijst een verzoek af om een onafhankelijke derde in te schakelen voor de zoekslag of beoordeling van documenten, omdat dit niet past binnen de wettelijke taak van het college en de Woo.

Het beroep wegens niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg was ingediend. Het college moet het griffierecht aan eiser vergoeden, maar er is geen aanleiding voor vergoeding van overige proceskosten.

Uitkomst: Het beroep is gegrond wegens onvoldoende inzichtelijkheid en zorgvuldigheid van de zoekslag, het bestreden besluit wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1389

uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser, hierna: [eiser] ;

en
het college van burgemeester en wethouders van Zwartewaterland, verweerder, hierna: het college,
(gemachtigden: mr. F.H.J.M. Roesink en mr. M.W. van Nijendaal).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over een verzoek van [eiser] op grond van de Wet open overheid (Woo). [eiser] heeft het college verzocht om informatie over houseboats en aanverwante zaken. [eiser] is het niet eens met het besluit van het college op dit verzoek. Volgens [eiser] is niet duidelijk hoe is gezocht. Ook is de zoekslag niet volledig en niet zorgvuldig. Volgens [eiser] moet er een nieuwe zoekslag plaatsvinden onder regie van een onafhankelijke derde.
1.2.
De rechtbank oordeelt dat de zoekslag niet voldoende inzichtelijk is gemaakt en dat daarom ook niet kan worden vastgesteld dat de zoekslag zorgvuldig is geweest. Dit maakt dat het beroep van [eiser] gegrond is en dat het college een nieuw besluit moet nemen. De rechtbank draagt het college niet op om een zoekslag onder regie van een onafhankelijke derde te laten uitvoeren.

Procesverloop

2.1.
[eiser] heeft op 26 september 2024 op grond van de Woo een verzoek gedaan bij het college. Het college heeft op 7 november 2024 een besluit genomen op dit verzoek. [eiser] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
2.2.
[eiser] heeft het college op 25 maart 2025 in gebreke gesteld omdat het college nog niet op het bezwaar heeft beslist.
2.3.
[eiser] heeft op 11 mei 2025 beroep wegens niet tijdig beslissen ingesteld.
2.4.
Het college heeft op 20 mei 2025, verzonden op 23 mei 2025, alsnog op het bezwaar van [eiser] beslist (het bestreden besluit).
2.5.
[eiser] heeft op 25 juni 2025 en 25 november 2025 aanvullende beroepschriften ingediend.
2.6.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
2.7.
De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser] en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Aanleiding
3.1.
[eiser] verzoekt openbaarmaking van informatie over - kortgezegd - ‘houseboats in het gebied De Nieuwesluis/Mastenmakersstraat en aanverwante zaken als aankoop van percelen water van RWS en het bedrijfsmatig gebruik van recreatieligplaatsen in hetzelfde gebied (…)
’.Bij het primaire besluit heeft het college verschillende documenten geheel of gedeeltelijk openbaar gemaakt.
3.2.
Het college heeft op 20 mei 2025 op het bezwaarschrift van eiser beslist. In dit bestreden besluit heeft het college ook een beslissing genomen over een ander bezwaarschrift dat gericht is tegen een ander besluit. Deze procedure gaat over de beslissing op bezwaar die ziet op het hiervoor genoemde besluit van 7 november 2024 (kenmerk 63380).
3.3.
In het bestreden besluit heeft het college van één document de in eerste instantie weggelakte delen alsnog openbaar gemaakt. Verder heeft het college benoemd in welke systemen is gezocht. Het college heeft het besluit van 7 november 2024 voor het overige in stand gelaten.
Beoordeling van het beroep
Het beroep niet tijdig beslissen
4.1.
[eiser] heeft het college op 25 maart 2025 in gebreke gesteld omdat nog niet op zijn bezwaarschrift was beslist. Op 11 mei 2025 heeft [eiser] beroep ingesteld wegens het niet op tijd beslissen op zijn bezwaarschrift. Het college heeft op 20 mei 2025 (verzonden op 23 mei 2025) alsnog een beslissing op bezwaar genomen.
4.2.
Een beroep dat gericht is tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en de belanghebbende het bestuursorgaan - kortgezegd - in gebreke stelt. Aan deze eisen is niet voldaan omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde op 19 december 2024. Het college had vervolgens twaalf weken om op het bezwaarschrift te beslissen. Op 5 februari 2025 is [eiser] door het college in de gelegenheid gesteld om de gronden van zijn bezwaarschrift in te dienen. [eiser] heeft op 19 februari 2025 de gronden van zijn bezwaarschrift ingediend. Hierdoor is de genoemde beslistermijn van twaalf weken dertien dagen, van 6 februari 2025 tot 19 februari 2025, opgeschort geweest (artikel 7:10 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb)).
Het college had, rekening houdend met deze opschorting, uiterlijk op 26 maart 2025 moeten beslissen. [eiser] heeft het college daarvóór (op 25 maart 2025) in gebreke gesteld. Het beroep wegens het niet op tijd beslissen is dan ook te vroeg ingediend en daarom niet-ontvankelijk.
4.3.
[eiser] heeft op 25 juni 2025 zijn aanvullende beroepsgronden bij de rechtbank ingediend. Dit is binnen de geldende beroepstermijn. De rechtbank zal daarom het beroep inhoudelijk behandelen.
Het inhoudelijk beroep
De beroepsgronden
5. De beroepsgronden komen er in de kern op neer dat de zoekslag die is verricht niet inzichtelijk en ook onvolledig is. Er missen documenten. [eiser] verzoekt de rechtbank om het college op te dragen een nieuwe zoekslag uit te voeren onder regie van een onafhankelijk IT-deskundige. De aangetroffen documenten moeten vervolgens door een onafhankelijke derde partij worden beoordeeld op de toepasselijkheid van eventuele weigeringsgronden.
Is de zoekslag inzichtelijk?
6.1.
Volgens vaste rechtspraak moet een bestuursorgaan inzichtelijk maken hoe het naar de gevraagde informatie heeft gezocht. Die zoekslag moet zorgvuldig zijn. Het voldoende inzichtelijk maken van de zoekslag kan het bestuursorgaan bewerkstelligen door bijvoorbeeld specifiek te vermelden welke systemen zijn geraadpleegd, welke zoektermen zijn gehanteerd voor het zoeken naar documenten in die systemen, welke specifieke vragen de volgens het bestuursorgaan relevante personen hebben meegekregen en welke schifting in de door die personen aangedragen documenten vervolgens is gemaakt. [1]
6.2.
Het college maakt in het bestreden besluit een opsomming van de zoektermen die bij de zoekslag zijn gebruikt. In deze opsomming staan termen als 'ingediende stukken', 'integrale advisering' 'correspondentie', 'Pfo (portefeuille overleg), 'college', 'overige'. Daarnaast heeft het college toegelicht in welke systemen is gezocht. Het college heeft gezocht in de systemen postregistratiesysteem JOIN, Ibabs, Outlook en What’s App.
6.3.
De rechtbank stelt vast dat de termen die in het bestreden besluit staan opgesomd en door het college als zoektermen zijn aangemerkt, nagenoeg overeenkomen met de bewoordingen die in de inventarislijst zijn gebruikt om de documenten te rubriceren. De termen hebben een meer rubricerend karakter dan het karakter van een zoekterm gelieerd aan het onderwerp van het Woo-verzoek. Op de zitting heeft het college toegelicht dat bij de zoekslag de door [eiser] gevraagde zoektermen zijn gehanteerd. De rechtbank stelt vast dat de door [eiser] gevraagde zoektermen, zoals ‘Houseboat(s)’, ‘Bedrijfsmatig gebruik’, ‘Rijkswaterstaat/RWS, ‘Nieuwesluis’ anders zijn dan die als zodanig in het bestreden besluit zijn genoemd. De door het college op zitting gegeven aanvullende toelichting dat (ook) met de door [eiser] gevraagde zoektermen is gezocht heeft niet genoeg duidelijkheid gegeven over met welke zoektermen precies is gezocht.
6.4.
De rechtbank is verder van oordeel dat, hoewel het college heeft vermeld dat voor het Woo-verzoek de ‘betrokken’ ambtenaren zijn benaderd, het college niet concreet genoeg heeft gemaakt welke ambtenaren dat zijn. Zo is niet duidelijk welke functies deze ambtenaren hebben en aan welke afdeling(en) zij zijn verbonden.
6.5.
Uit de besluitvorming blijkt dat wethouders [wethouder 1] en [wethouder 2] zijn betrokken bij het Woo-verzoek. [eiser] stelt dat ook wethouder [wethouder 3] bij het Woo-verzoek moet worden betrokken omdat hij verantwoordelijk zou zijn voor de aankoop van waterpercelen van Rijkswaterstaat. Uit de besluitvorming van het college blijkt niet of voornoemde wethouder bij het Woo-verzoek is betrokken en zo niet, waarom niet.
6.6.
De rechtbank is van oordeel dat het college onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe de zoekslag is verricht. Daardoor is ook onvoldoende gebleken dat de zoekslag zorgvuldig is verricht. Daarbij overweegt de rechtbank dat voor zover de in het bestreden besluit opgesomde zoektermen zijn gebruikt, die te algemeen zijn. De beroepsgrond slaagt daarom.
Is de zoekslag volledig?
7. Omdat de zoekslag niet zorgvuldig is verricht, kan ook niet worden aangenomen de zoekslag volledig is geweest. Het college kan daarom niet met zekerheid stellen dat de gevonden documenten alle documenten zijn die onder de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen. Het bestreden besluit is op dit punt niet genoeg gemotiveerd. De beroepsgrond slaagt.
Integraal milieuadvies
8.1.
[eiser] stelt dat het document ‘integraal milieuadvies’ ontbreekt. Het document met als titel “Milieuadvies integraal (vervolg op OT) 20240709 (geanonimiseerd). pdf” is volgens [eiser] niet het milieuadvies van de Omgevingsdienst zelf.
8.2.
De rechtbank is het niet met [eiser] eens. In de inventarislijst die bij het primaire besluit hoort, wordt het document ‘20240709Milieuadvies integraal (vervolg op OT) Ligplaatsen verblijfsrecreatie Zwartsluis _ Z2024-00001 155-001 .msg ’ (document 23) genoemd.
8.3.
In het dossier zit een document, afkomstig van de Omgevingdienst IJsselland, met als titel ‘Milieuadvies integraal (vervolg op OT 2024), ligplaatsen verblijfsrecreatie Zwartsluis’. Het zaaknummer is Z2024-00001 155-001 en de datum van het advies is 9 juli 2024. Dit betekent dat het integrale milieuadvies wel openbaar is gemaakt. Het college hoeft niet opnieuw op zoek te gaan naar dit document.
Moet er een zoekslag en nadere beoordeling plaatsvinden door een onafhankelijke derde?
9. De rechtbank ziet tot slot geen reden om het college op te dragen dat onder regie van een onafhankelijke IT-deskundige een nieuwe zoekslag wordt uitgevoerd. De rechtbank ziet ook geen reden om het college de opdracht te geven om - eventueel - aangetroffen documenten door een onafhankelijke derde partij te laten beoordelen op weigeringsgronden. Het is allereerst de wettelijke taak van het college om de Woo en daarmee een zoekslag uit te voeren. De rechtbank heeft geen twijfels dat het college in staat is de zoekslag uit te voeren. Verder zou een opdracht om de documenten door een derde te laten beoordelen op weigeringsgronden in strijd zijn met de gedachte van de Woo. Zo’n opdracht heeft als gevolg dat een ander dan het bestuursorgaan bepaalt welke informatie openbaar moet worden gemaakt en welke niet. Die afwegingen en beslissingen zijn bij uitstek voorbehouden aan het bestuursorgaan, in dit geval het college. De besluitvorming van het bestuursorgaan kan uiteindelijk door de rechter worden getoetst.

Conclusie en gevolgen

10.1
Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb Pro) en het motiveringsbeginsel (artikel 7:12 Awb Pro). De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover dat gaat over de heroverweging van het besluit van 7 november 2024 (kenmerk 63380). Dat betekent dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
10.2.
Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan [eiser] vergoeden. Niet gebleken is dat sprake is van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep gericht tegen het besluit van 20 mei 2025 gegrond voor zover dat
besluit gaat over de heroverweging van het besluit van 7 november 2024 (kenmerk 63380);
- vernietigt het besluit van 20 mei 2025 zover dat besluit gaat over de heroverweging van
het besluit van 7 november 2024 (kenmerk 63380);
- draagt het college op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van
deze uitspraak;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan [eiser] moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Piksen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. van der Weij, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2022:3027, r.o. 5.1.