Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[minderjarige].
1.Het verloop van de procedure
- het mondelinge verzoek van de raad op 12 juni 2026;
- de schriftelijke bevestiging van het verzoek met bijlagen van de raad, ontvangen op 15 juni 2026.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
[minderjarige] heeft vanaf maart 2026, na toenemende zorgen over langdurig schoolverzuim en zijn gedrag en betrokkenheid in criminele situaties (o.a. het thuis openbreken van een kluisje van zijn ouders en het wegnemen van sieraden uit een erfenis), in de crisisopvang [organisatie] verbleven. Toen bleek dat hij daar vaak wegliep en bovendien niet meer veilig was omdat hij werd opgezocht door jongeren uit het criminele netwerk die dreigen hem wat aan te doen en hij zelf ook ketamine en een schroevendraaier, stanleymessen en een boksbeugel heeft, is hij met spoed overgeplaatst naar [locatie] in [plaats]. Ook daar bleef [minderjarige] weglopen. Uit filmpjes op zijn telefoon blijkt dat hij zich in gevaarlijke situaties begeeft die hij zelf opzoekt maar waarin hij ook wordt achterna gezeten door andere jongeren uit het milieu. Uiteindelijk heeft [locatie] aangegeven dat een langer verblijf van [minderjarige] op de groep niet mogelijk is. [minderjarige] moest door zijn ouders worden opgehaald.
De ouders zijn niet langer in staat [minderjarige] te begrenzen, zij kunnen de zorg voor [minderjarige] niet meer aan en ondanks de inzet van hulpverlening is er geen verbetering. [minderjarige] onttrekt zich aan de hulpverlening. Omdat de plaatsingscommissie, die verantwoordelijk is voor het zoeken van een plek voor een jongere in gesloten jeugdhulp, aangeeft dat jongeren niet in het weekend in een gesloten setting worden geplaatst, is het noodzakelijk dat een jeugdbeschermer de ouders kan bijstaan in de periode dat gezocht wordt naar een beschikbare plek in de gesloten jeugdhulp.
5.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.