Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
3.Het wrakingsverzoek
4.Het standpunt van mr. Van Leeuwen
5.De beoordeling
6.De beslissing
ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Op 22 mei 2026 diende mr. M.E. Terhorst namens een cliënt een wrakingsverzoek in tegen mr. K. van Leeuwen, rechter in de rechtbank Overijssel, belast met de behandeling van een zaak over omgangsbeperking en spoeduithuisplaatsing van minderjarigen. Het verzoek betrof twee gronden: het niet horen van twee informanten en vermeende partijdigheid bij een spoedbeslissing tot uithuisplaatsing.
De wrakingskamer behandelde het verzoek op 15 juni 2026. De tweede wrakingsgrond werd ingetrokken omdat de spoedbeslissing door een andere rechter was genomen. De kamer oordeelde dat procesbeslissingen, zoals het niet horen van informanten, in principe geen wrakingsgrond vormen, tenzij sprake is van duidelijke vooringenomenheid. Uit de motivering van mr. Van Leeuwen bleek geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.
De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek niet voldeed aan de vereisten voor wraking en verklaarde het verzoek ongegrond. De beslissing is onherroepelijk en werd op 16 juni 2026 openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit drie rechters.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Van Leeuwen wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.