Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3297

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
12181210 \ CV EXPL 26-1017
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 555 RvArt. 556 lid 1 RvArt. 557 RvArt. 558 sub a RvArt. 558 sub b Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedragsaanwijzingen en medewerking aan inspecties opgelegd aan huurder wegens overlast en weigering

Woningstichting Domijn vordert in kort geding tegen haar huurder gedragsaanwijzingen vanwege ernstige overlast, weigering tot medewerking aan inspecties, energielabelopname en dringende brandveiligheidswerkzaamheden. De huurder vertoont intimiderend gedrag en weigert toegang te verlenen.

De kantonrechter oordeelt dat Domijn een spoedeisend belang heeft en wijst de vorderingen toe met aanpassingen, waaronder de verplichting tot schriftelijke aankondiging van inspecties en werkzaamheden. Tevens wordt de huurder verboden hinder en stankoverlast te veroorzaken en agressief gedrag te vertonen.

Bij niet-naleving mag Domijn de woning betreden en werkzaamheden uitvoeren, met tijdelijke ontruiming van de huurder. Een dwangsom wordt opgelegd voor overtredingen. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank legt gedragsaanwijzingen op aan de huurder, verplicht medewerking aan inspecties en werkzaamheden, en veroordeelt hem in proceskosten met dwangsom bij overtreding.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12181210 \ CV EXPL 26-1017
Vonnis in kort geding van 4 juni 2026
in de zaak van
WONINGSTICHTING DOMIJN,
te Enschede,
eisende partij,
hierna te noemen: Domijn,
gemachtigde: mr. W.B. te Woerd,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling van 28 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.

2.De beoordeling

2.1.
Woningstichting Domijn heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. Kort samengevat stelt Domijn dat zij in Enschede aan [gedaagde] een woning heeft verhuurd en dat zij op basis van meldingen en eigen waarnemingen constateert dat:
- het gehuurde en het daarbij behorende balkon een sterk vervuilde indruk maken,
- omwonenden al geruime tijd (stank)overlast ervaren van een geur die afkomstig is uit het gehuurde,
- [gedaagde] weigert mee te werken aan het vaststellen van een energielabel ten aanzien van het gehuurde,
- [gedaagde] weigert mee te werken aan het uitvoeren van (dringende) werkzaamheden aan het gehuurde in het kader van de brandveiligheid,
- [gedaagde] intimiderend gedrag richting (medewerkers van) Domijn en omwonenden vertoont.
2.2.
Ondanks meerdere gesprekken, brieven/e-mails en brieven van de advocaat van Domijn komen zij onvoldoende in contact met [gedaagde] en blijft [gedaagde] weigerachtig Domijn binnen te laten voor inspectie en het uitvoeren van de werkzaamheden. Domijn vordert daarom als voorlopige voorziening dat aan [gedaagde] gedragsaanwijzingen worden opgelegd inhoudende dat [gedaagde] meewerkt aan het uitvoeren van een inspectie van het gehuurde, het opnemen van een energielabel en aan het uitvoeren van de aangekondigde brandwerende werkzaamheden.
Voor het geval [gedaagde] hieraan niet voldoet vordert zij dat de woning dan tijdelijk ontruimd kan worden zodat Domijn en de (onder)aannemers de werkzaamheden kunnen uitvoeren. Verder vordert Domijn dat [gedaagde] zijn overlastgevende gedrag staakt en gestaakt houdt, op straffe van een dwangsom.
2.3.
Daar naar gevraagd tijdens de mondelinge behandeling stelt Domijn dat de dringende werkzaamheden één of enkele dagen zullen duren en dat de duur van eventuele schoonmaakwerkzaamheden afhankelijk is van wat men in de woning aantreft. Het opmaken van een energielabel gebeurt normaliter in één dag. Al met al is de verwachting dat alles in een periode van ongeveer twee weken moet kunnen plaatsvinden.
2.4.
Domijn benadrukt dat zij zich oprecht zorgen maakt om het welzijn, de gezondheid en veiligheid van [gedaagde] en dat zij het jammer vindt dat [gedaagde] (ook hier) niet is verschenen.
2.5.
[gedaagde] is niet verschenen, ook al is de dagvaarding aan hem in persoon uitgereikt. Tegen hem is verstek verleend.
2.6.
De kantonrechter overweegt het volgende. Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen in de vorm van gedragsaanwijzingen. Voor toewijzing is nodig dat Domijn daarbij een spoedeisend belang heeft. De kantonrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
2.7.
De kantonrechter is van oordeel dat van het spoedeisend belang voldoende is gebleken en dat de gevorderde voorlopige voorzieningen niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen en toewijsbaar zijn, met dien verstande dat:
- de vordering onder 1 a wordt aangevuld met een bepaling dat de inspectie moet worden aangekondigd,
- de vordering onder 1 b, die ziet op een inspectie in de toekomst, beperkt zal worden toegewezen, als volgt,
- de vordering onder 1 c wordt aangevuld met een bepaling dat de opname van het energielabel moet worden aangekondigd,
- de vordering onder 1 d wordt aangevuld met een bepaling dat de uit te voeren dringende werkzaamheden moeten worden aangekondigd,
- de vordering onder 1 e alleen wordt toegewezen voor de hinder en/of stankoverlast en dat een woonconsulent van Domijn dat moet hebben geconstateerd en geregistreerd,
- de vordering onder 2 iets gewijzigd wordt toegewezen als volgt.
2.8.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woningstichting Domijn worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
865,00
- nakosten
144,00
Totaal
1.301,02

3.De beslissing

De kantonrechter
a. legt als gedragsaanwijzing aan [gedaagde] op dat hij verplicht is om na betekening van dit vonnis mee te werken aan een inspectie/controle van het Gehuurde door Domijn en door haar aangewezen derden in het Gehuurde en daartoe onvoorwaardelijke toegang verleent tot het Gehuurde, waarbij Domijn de dag en het tijdstip van de inspectie schriftelijk aan [gedaagde] moet aankondigen tenminste twee dagen voor de dag waarop de inspectie zal plaatsvinden;
b. legt als gedragsaanwijzing aan [gedaagde] op dat hij na betekening van dit vonnis verplicht is om tweemaal halfjaarlijks zijn medewerking te verlenen aan een periodieke inspectie van het Gehuurde door Domijn en door haar aangewezen derden, waarbij Domijn de dag en het tijdstip van de inspectie schriftelijk aan [gedaagde] moet aankondigen ten minste zeven dagen voor de dag waarop de inspectie zal plaatsvinden;
c. legt als gedragsaanwijzing aan [gedaagde] op dat hij verplicht is om, na betekening van dit vonnis, de opname van het energielabel in het Gehuurde te gedogen en daartoe aan Domijn en alle door haar ingeschakelde derden alle noodzakelijke medewerking te verlenen, waarbij Domijn de dag en het tijdstip van de inspectie schriftelijk aan [gedaagde] moet aankondigen tenminste twee dagen voor de dag waarop de opname zal plaatsvinden;
d. legt als gedragsaanwijzing aan [gedaagde] op dat hij verplicht is om, na betekening van dit vonnis, de geplande werkzaamheden in het kader van de brandveiligheid zoals specifiek omschreven in productie 7 en 9 van de dagvaarding alsmede alle daartoe benodigde voorbereidende werkzaamheden (waaronder het schoonmaken en opruimen van het Gehuurde) te gedogen en daartoe aan Domijn en alle door haar ingeschakelde derden alle noodzakelijk medewerking te verlenen, waarbij Domijn de dag en het tijdstip waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd schriftelijk aan [gedaagde] moet aankondigen tenminste twee dagen voor de dag waarop de werkzaamheden zullen plaatsvinden;
e. verbiedt [gedaagde] om hinder en/of (stank)overlast te veroorzaken aan omwonenden en verplicht [gedaagde] om het Gehuurde gedurende de resterende duur van de huurovereenkomst regelmatig schoon te maken en te houden zolang de tussen partijen bestaande huurovereenkomst doorloopt;
f. verbiedt [gedaagde] om medewerkers, omwonenden en/of door Domijn ingeschakelde derden agressief, intimiderend en/of bedreigend te behandelen zolang de tussen partijen bestaande huurovereenkomst doorloopt,
3.2.
machtigt Domijn om, wanneer [gedaagde] niet vrijwillig aan de onder 3.1. onder a, c en d opgenomen veroordelingen voldoet, een inspectie uit te voeren in het Gehuurde en de geplande dringende werkzaamheden alsmede alle daartoe benodigde voorbereidende werkzaamheden (waaronder het schoonmaken en opruimen van het Gehuurde met veroordeling van huurder in de redelijke en noodzakelijke kosten van de uitvoering daarvan, zulks op basis van gespecificeerde facturen van de opdrachtnemers, een en ander met een maximum van € 2.000,-), uit te (laten) voeren, en veroordeelt [gedaagde] voor dat geval om het gehuurde te verlaten en te ontruimen met al het zijne en al de zijnen, tijdelijk voor de duur van de inspectie en de dringende werkzaamheden, een en ander ter uitsluitende beoordeling van Domijn, te bewerkstelligen door de gerechtsdeurwaarder, overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 555, 558 sub a. en sub b. jo. 556 lid 1 jo. 557 Rv;
3.3.
legt aan [gedaagde] een dwangsom op van € 100,00 per geconstateerde overtreding van de onder 3.1. onder e (voor zover deze ziet op de hinder en (stank)overlast) en f opgenomen veroordelingen, te constateren en registreren door een woonconsulent van Domijn, tot een maximum van € 5.000,00;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.301,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op
4 juni 2026.