ECLI:NL:RBOVE:2026:3294
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens drugshandel
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester om een woning te sluiten vanwege drugshandel. De woning werd bewoond door verzoekster, die bezwaar maakte tegen het besluit en reputatieschade vreesde door de publieke bekendmaking van de sluiting.
De burgemeester baseerde het besluit op een bestuurlijke rapportage waarin harddrugs, een vuurwapen en attributen voor drugshandel waren aangetroffen na politieonderzoek. Verzoekster had de huur opgezegd en de woning verlaten. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was voor schorsing en voerde een belangenafweging uit.
De rechter stelde vast dat verzoekster als hoofdbewoner verantwoordelijkheid draagt voor wat in de woning is aangetroffen, ook al is zij strafrechtelijk niet vervolgd. De sluiting en de publieke bekendmaking daarvan zijn een evenredig middel om de overlast en drugshandel te bestrijden. Het belang van de burgemeester bij effectuering van het besluit weegt zwaarder dan het belang van verzoekster bij het voorkomen van reputatieschade en het behoud van woonruimte.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van de woningsluiting wordt afgewezen omdat het belang van de burgemeester zwaarder weegt dan het belang van de hoofdbewoner.