Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3190

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
6 juni 2026
Zaaknummer
11509323 \ CV EXPL 25-122
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens geen non-conformiteit of dwaling bij koop BMW met olieverbruik

Eiser kocht een BMW 750i met een N63 turbomotor en stelde dat de motor een excessief olieverbruik had, wat leidde tot vastlopen van de motor kort na aankoop. Eiser vorderde ontbinding of schadevergoeding wegens non-conformiteit of dwaling.

De kantonrechter stelde vast dat het olieverbruik van ongeveer 0,75 liter per 1000 kilometer binnen de door BMW gehanteerde marges valt. Uit het deskundigenrapport en administratieve gegevens bleek dat de motor niet al bij de koop een defect had dat het vastlopen veroorzaakte. De motor liep pas vast na enkele duizenden kilometers gebruik door eiser.

De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van een gebrek of verkeerde voorstelling van zaken ten aanzien van het olieverbruik. De vordering van eiser werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Vordering afgewezen wegens geen non-conformiteit of dwaling; olieverbruik binnen BMW-specificaties.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11509323 \ CV EXPL 25-122
Vonnis van 26 mei 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. H.J. Koop.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 november 2025
- de akten uitlating deskundige van partijen op de rol van 9 december 2025
- de rolbeslissing van 3 februari 2026 over de deskundige
- de akten uitlating van partijen op de rol van 17 februari 2026
- de rolbeslissing van 3 maart 2026
- de akten van [eiser] van 10 maart 2026 en 14 april 2026
- de akten van [gedaagde] van 31 maart 2026, 14 april 2026 en 28 april 2026.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1
Bij tussenvonnis van 11 november 2025 heeft de kantonrechter onder meer overwogen dat bij de processtukken geen stukken zitten waaruit afgeleid kan worden wat volgens BMW een normaal olieverbruik voor deze motor is en dat ook niet uit de stukken kan worden gehaald dat de motor door een (structureel) te hoog olieverbruik is vastgelopen (en dat dit duidelijk moet zijn geweest voor [gedaagde] ). Voorts is overwogen om een onderzoek door een deskundige in te laten stellen en partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over o.a. de wenselijkheid van een deskundigenbericht.
2.2
In de akte uitlating deskundige van [eiser] heeft deze een voorstel gedaan wie als deskundige zou kunnen worden gevraagd. [gedaagde] heeft in zijn akte uitlating deskundige onder meer bezwaar gemaakt tegen de door [eiser] voorgestelde deskundigen (Socotec of een BMW garage) en een deskundige voorgesteld die is verbonden aan Experda of Dekra Automotive.
2.3
De kantonrechter heeft partijen bij rolbeslissing van 3 februari 2026 gevraagd een akte te nemen na de volgende motivering:
“De kantonrechter constateert dat partijen het niet eens zijn over de persoon van de te benoemen deskundige. De kantonrechter is voornemens om een door haarzelf geselecteerde deskundige te benoemen maar stuit daarbij op het volgende.
Namens de kantonrechter heeft de griffier inmiddels contact gehad met twee deskundigen die (mogelijk) onderzoek kunnen doen naar de oorzaak van het vastlopen van de motor. Beide deskundigen geven aan dat het onderzoek aan de motor niet plaats kan vinden bij [eiser] thuis. Één van de deskundigen geeft onder meer aan dat de auto naar een werkplaats zal moeten, waar de motor uit de auto gehaald moet worden om te kunnen worden onderzocht/losgemaakt. Daarna zal de motor weer in elkaar gezet moeten worden en weer in de auto geplaatst moeten worden. Al met al zou dat een flinke kostenpost worden. Grofweg een bedrag tussen de € 3.000,00 en € 5.000,00. De kantonrechter kan zich voorstellen dat partijen dat bedrag (te) hoog vinden.
De kantonrechter stelt partijen in de gelegenheid te reageren op deze constatering en de hoogte van deze kostenpost. Verder vraagt de kantonrechter zich af of het raadzaam is eerst antwoord te krijgen op de andere vragen, die zien op het uitlezen van meldingen door een BMW garage en de marges die er volgens BMW gelden voor deze motor qua olieverbruik. Die gegevens zouden partijen zelf in het geding kunnen brengen zonder inschakeling van een deskundige. [eiser] zou dan de auto en/of sleutel moeten laten uitlezen door een BMW garage op meldingen over het functioneren van de auto, en [gedaagde] zou dan zijn stelling, dat het olieverbruik binnen de specificaties van BMW van dit type motor valt, kunnen onderbouwen met gegevens van BMW waaruit dit blijkt? Ook zou een BMW garage gevraagd kunnen worden of het uit de gegevens (over de periode vanaf de koop tot het moment van stilvallen van de motor) af te leiden olieverbruik van de BMW binnen of buiten het normale valt en of er (verder) iets af te leiden is uit dit olieverbruik? Partijen kunnen ook om een nadere korte mondelinge behandeling van de zaak verzoeken om de verdere gang van zaken te bespreken.”
2.4
[gedaagde] heeft in zijn akte na de rolbeslissing onder meer gesteld
- dat de onderzoekskosten inderdaad (buitensporig) hoog te noemen zijn;
- dat een onderzoek naar de motor noodzakelijk is om vast te kunnen stellen wat de oorzaak is geweest van het defect aan de motor maar het niet aan [gedaagde] is om bewijs te leveren;
- ook in het geval van olietekort daarmee niet is bewezen dat het defect reeds bestond ten tijde van de verkoop en/of dat [gedaagde] [eiser] garanties heeft verstrekt aangaande het olieverbruik;
- [gedaagde] brengt in herinnering dat [eiser] duizenden kilometers met de auto heeft gereden;
- dat olieverbruik niet digitaal wordt geregistreerd en dat dat beantwoording van de vraag of het olieverbruik binnen de door BMW opgestelde marges valt praktisch onmogelijk maakt;
- dat volgens [gedaagde] het type motor een hoog olieverbruik kent: 1 liter per 1000 of 1200 kilometer;
- volgens [gedaagde] heeft Dekra (bedoeld zal zijn Socotec, ktr.) reeds gesteld dat het type motor waarover het hier gaat een overmatig olieverbruik kent, maar ook bekend is met olielekkages die op ieder moment kunnen ontstaan, waarmee geïmpliceerd wordt dat het afwijkt van het reguliere olieverbruik van 1 liter per 1200 kilometer;
- [gedaagde] kan desgewenst proberen informatie boven water te krijgen over het reguliere door BMW gespecificeerde olieverbruik van een N63-motor van bouwjaar 2014.
2.5
[eiser] heeft in zijn akte na de rolbeslissing onder meer gesteld
- dat hij al een rapport van een deskundige en een print van het uitlezen van de sleutel in het geding heeft gebracht bij dagvaarding en dat daar te zien is dat de auto nooit een melding heeft gegeven over olie;
- dat hij, anders dan [gedaagde] stelt, maximaal 2000 kilometer met de auto heeft gereden;
- dat het klopt dat [gedaagde] geen garanties heeft verstrekt aangaande het olieverbruik maar dat het punt is dat hij heeft gezwegen over het excessieve olieverbruik van de auto waarvan [gedaagde] wel op de hoogte was gesteld door [naam] , de vorige eigenaar van de auto;
- dat de motor door het hoge olieverbruik als het ware een tijdbom was en op elk moment kon vastlopen;
- na de reparatie bij de BMW garage vertrok de auto met 9 liter olie van de garage en 38 kilometer later liep de motor vast met 4 liter olie: in geen enkel autotype valt dit bovenmatige gebruik van olie binnen de normen;
- [gedaagde] stelt wel dat het olieverbruik volgens hem geen overmatig olieverbruik kende, maar [gedaagde] heeft in de tijd dat hij de auto had nauwelijks met de auto gereden, max. 100 kilometer. Volgens [eiser] wist [gedaagde] heel goed dat er een tijdbom in de auto zat, waarom zou hij de auto kopen en na 100 kilometer rijden al weer verkopen?
2.6
Bij rolbeslissing van 3 maart 2026 zijn partijen nogmaals in de gelegenheid gesteld een akte (en antwoordakte) te nemen met onder meer de volgende motivering:
“De kantonrechter begrijpt de reactie van partijen zo dat de kosten van onderzoek door een deskundige te hoog worden bevonden. Ten aanzien van het uitlezen van gegevens uit de auto merkt de kantonrechter op dat productie 4, waar [eiser] naar verwijst, één A4-tje betreft, een onderdeel van de voertuighistorie, waaruit voornamelijk blijkt dat de auto in 2022, bij een kilometerstand van 273572 km, nog is gerepareerd door [bedrijf 2] in [vestigingsplaats 2] . Van de periode daarna staan er een aantal plaatjes van rubrieken vermeld waaruit de kantonrechter zo op het oog niets kan afleiden. Uit het deskundigenrapport van Socotec kan de kantonrechter afleiden dat de deskundige de beschikking heeft gehad over administratieve gegevens van de BMW dealer in [vestigingsplaats 1]. Die gegevens zelf zitten niet bij de processtukken. De kantonrechter ziet aanleiding [eiser] in de gelegenheid te stellen gegevens van de BMW dealer in Enschede over te leggen, uit haar administratie en/of door het uitlezen van de auto en/of sleutel, voor zover deze betrekking hebben op het olieverbruik van de auto en op mogelijke geregistreerde storingen die betrekking hebben op olieverbruik.
[eiser] kan de BMW dealer ook vragen wat volgens de dealer een normaal olieverbruik voor dit type motor is en of daarbij nog relevant is of de motor 168.500 km heeft gelopen of ongeveer 100.000 km meer.
De kantonrechter ziet verder aanleiding [gedaagde] in de gelegenheid te stellen zijn stelling, dat het olieverbruik binnen de specificaties van BMW voor dit type motor valt, nader te onderbouwen. Ook [gedaagde] kan daarbij ingaan op de vraag of daarbij relevant is of de motor 168.500 km heeft gelopen of ongeveer 100.000 km meer.
Partijen worden in de gelegenheid gesteld te reageren op elkaars akte en daarna zal zo mogelijk (eind)vonnis worden gewezen.
2.7
Partijen hebben hierop een akte genomen over het olieverbruik en ze hebben daarna gereageerd op elkaars akte. [gedaagde] is nog in de gelegenheid gesteld daarna te reageren op de producties die [eiser] nog had gevoegd achter zijn laatste akte.
2.8
[gedaagde] stelt in zijn akten onder meer
- dat hij heeft geconstateerd dat het olieverbruik van een BMW 750i normaliter 1 liter per 750 miles bedraagt, ofwel (bij benadering) 1 liter per 1200 te rijden kilometers; dat volgt uit informatie die op internet terug te vinden is;
- dat [gedaagde] bij de verkoop van de auto geen enkele garantie heeft verstrekt met betrekking tot het olieverbruik of dat er toezeggingen gedaan zijn over het olieverbruik of dat dit als een essentieel kenmerk van de auto is aangemerkt;
- de motor kent volgens artikelen op internet een verhoogd olieverbruik, en moet rekening worden gehouden met slijtage van motoronderdelen gelet op de ouderdom van de motor;
- dat [gedaagde] geen garantie heeft gegeven over het olieverbruik en het verhoogde olieverbruik bij dit motortype in lijn is met de gebruikelijke slijtage c.q. kilometerstand, en er daarom geen sprake is van non-conformiteit of dwaling;
- dat uit de gegevens die [eiser] heeft overgelegd volgt dat het door BMW Nederland genoemde olieverbruik overeenkomst met 1 liter per 1200 kilometer zoals gesteld door [gedaagde] (ofwel [gedaagde] uitkwam volgens de hem bekende informatie op 0,75 liter per 900 kilometer);
- dat [gedaagde] niet begrijpt wat [eiser] met de foto’s van het onderzoek wil zeggen, een onderbouwing ontbreekt;
- dat hetzelfde geldt voor de meldingen in de hele onderhoudshistorie;
- dat de gegevens van de tankpas van [eiser] bewijsrechtelijk geen waarde hebben: zo blijkt er niet uit wat het totaal aantal met de auto gereden kilometers is en gegevens als het kenteken van de auto ontbreken terwijl daartegenover staat dat uit het rapport van Socotec kan worden afgeleid dat met de auto daadwerkelijk duizenden kilometers zijn gereden;
[gedaagde] vindt het spijtig voor [eiser] dat het voertuig defect is gegaan nadat er duizenden kilometers mee zijn gereden maar [eiser] kan niet met een beroep op een verhoogd olieverbruik althans een hoger olieverbruik dan hij verwachtte de overeenkomst vernietigen of ontbinden.
2.9
[eiser] stelt in zijn akten onder meer dat hij betwist dat hij 3000 tot 6000 kilometer met de auto heeft gereden. Volgens hem heeft hij maar 1 keer getankt en dat blijkt uit gegevens van de tankpas. [eiser] heeft aanvullende producties in het geding gebracht, een factuur van 2 oktober 2024 waaruit blijkt dat toen 2,4 liter olie is bijgevuld, hij heeft de volledige historie van de auto overgelegd (overigens zonder nadere toelichting) en hij heeft foto’s overgelegd van onderzoek aan de auto waarop de datum van 15 november 2024 staat. Op de foto’s is onder meer een reservoir te zien met daarin 4 liter olie.
[eiser] heeft bovendien gewezen op een e-mail van 10 maart 2026 van BMW dealer [bedrijf 1] in [vestigingsplaats 1] waarin over het olieverbruik onder meer staat:
“Zojuist contact gehad met je om het een en ander door te nemen. Via deze mail nog eenmaal de bevestiging van onze bevindingen en door de technisch adviseur onderzocht.
Het door BMW gehanteerde toegestane olieverbruik voor de N63 turbomotor is 0,75 liter per 1.000 km.
Motoren met turbo’s verbruiken doorgaans meer motorolie dan klanten van atmosferische motoren gewend zijn. Daardoor is vaker bijvullen nodig, wat kan afwijken van de verwachtingen van de klant.
Vanuit het perspectief van de klant raakt de voorraad motorolie relatief snel op, de effectieve vulruimte tussen maximaal en minimaal peil is beperkt door geometrische factoren.
Ook bij stationair draaien verbruiken deze motoren olie. Bij voertuigen die regelmatig langdurig stationair draaien, resulteert dit in een hoger berekend olieverbruik per gereden kilometer (liters per 1.000 km).”
2.1
De kantonrechter overweegt het volgende. Vast staat dat de BMW is gekocht op
20 september 2024 en dat de motor daarvan is vastgelopen op 13 november 2024. Op
13 november 2024 heeft [eiser] de BMW opgehaald bij de BMW garage, die daarvóór 1,5 liter olie had bijgevuld, naar de kantonrechter aanneemt tot het maximum. Na ongeveer 36 kilometer te hebben gereden vanaf de garage is de motor vastgelopen. Uit het onderzoek dat Socotec heeft uitgevoerd kwam naar voren dat nog slechts 4,5 van de 9,5 liter olie aanwezig was. Tussen het wegrijden bij de garage en het onderzoek heeft de BMW dus 5 liter olie verloren. Ervan uitgaande dat het gebrek aan olie de oorzaak is geweest van het vastlopen kan geconcludeerd worden dat dit gebrek er nog niet was ten tijde van de koop; dan had [eiser] er niet zo veel mee kunnen rijden als hij heeft gedaan. [eiser] betwist in zijn laatste akte dat hij 3000 tot 6000 kilometer heeft gereden met de auto, volgens hem heeft hij maar één keer getankt, maar het staat voldoende vast dat hij er enkele duizenden kilometers mee heeft gereden. [eiser] heeft de auto gekocht met een kilometerstand van ongeveer 165.500. Uit de administratieve gegevens die de deskundige van Socotec heeft gebruikt blijkt dat de kilometerstand op 2 oktober 2024 166.659 was, op 31 oktober 2024 168.208 en op 7 november 2024 168.452. De kantonrechter neemt daarom aan dat [eiser] zo’n 3000 kilometer met de auto heeft gereden na de aankoop.
2.11
Volgens [eiser] had de BMW een excessief olieverbruik en was het daarom een tikkende tijdbom die in zijn geval na een paar maanden is ontploft. Volgens [eiser] wist [gedaagde] van het excessieve olieverbruik en heeft hij [eiser] daarvan niets verteld.
Uit de e-mail van de BMW garage [bedrijf 1] blijkt dat BMW voor de onderhavige motor een toegestaan olieverbruik van 0,75 liter per 1000 km hanteert. Volgens [gedaagde] is een verbruik van 1 liter op 1200 kilometer, oftewel 0,75 liter per 900 kilometer niet ongebruikelijk.
2.12
[naam] , die de auto aan [gedaagde] heeft verkocht, heeft gezegd dat de auto in de praktijk ongeveer 1 liter op 1000 kilometer verbruikte. Uit het rapport van Socotec blijkt dat de auto op 2 oktober 2024 bij een kilometerstand van 166.659 werd aangeboden om het oliepeil op niveau te brengen en dat toen 2,5 liter olie is bijgevuld. Op 12 november 2024, bij een kilometerstand van 168.452 werd naast andere werkzaamheden ook 1,5 liter olie bijgevuld. De kantonrechter leidt daaruit af dat de auto toen 1,5 liter olie heeft verbruikt in in (168.452-166.659=) 1793 kilometers. Ongeveer 0,75 liter per 900 kilometer. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat olieverbruik niet excessief of een gebrek aan de motor of een verkeerde voorstelling van zaken ten aanzien van het olieverbruik te noemen gelet op het toegestane olieverbruik volgens BMW. Volgens BMW is 0,75 liter olie op 1000 kilometer toegestaan, mogelijk wat meer bij langdurig stationair draaien. De kantonrechter ziet evenmin een directe relatie tussen dit verbruik van ongeveer 1 liter olie op 1000 kilometers en het vastlopen van de motor op 13 november 2024. De kantonrechter kan dus niet tot de conclusie komen dat de BMW al ten tijde van de koop zo’n hoog en afwijkend olieverbruik had dat dit zou moeten leiden tot non-conformiteit of dwaling.
2.13
[eiser] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
1.728,00
(4 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.872,00

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1
wijst de vorderingen van [eiser] af,
3.2
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.872,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.