Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3134

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
ak_25_3575
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 AKWArt. 8 Vreemdelingenwet 2000Art. 11 KB746Art. 14a AKWArt. 15 AKW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking en terugvordering kinderbijslag voor Oekraïense vluchteling zonder aantoonbaar werk in Nederland

De zaak betreft een Oekraïense vrouw die verblijft in Nederland op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming 2001/55 EG en kinderbijslag ontving voor haar kinderen. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft de kinderbijslag over bepaalde kwartalen ingetrokken en een bedrag van €811,62 teruggevorderd omdat zij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in Nederland heeft gewerkt en daardoor verzekerd was.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de vrouw sinds 16 mei 2022 in Nederland verblijft en sinds 9 mei 2025 als zelfstandige ondernemer is ingeschreven, maar dat dit onvoldoende bewijs is dat zij daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht. De SVB heeft ook geen volledige gegevens ontvangen over haar inkomsten en bijdrage aan onderhoudskosten van haar uitwonende zoon.

De rechtbank oordeelt dat op grond van de wetgeving en jurisprudentie alleen personen die in Nederland beroepswerkzaamheden verrichten verzekerd zijn voor de kinderbijslag. Verblijf op basis van de Richtlijn is tijdelijk en geeft geen recht op verzekering op grond van wonen. De vrouw heeft niet aangetoond dat zij aan de voorwaarden voldoet en er zijn geen dringende redenen om af te zien van intrekking en terugvordering.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en er is geen proceskostenveroordeling. De vrouw kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep tegen intrekking en terugvordering van kinderbijslag wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende is aangetoond dat eiseres in Nederland heeft gewerkt en verzekerd was.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/3575

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres (hierna: [eiseres]),

en

de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (SVB),

gemachtigde: mr. C.A. van der Vlist en mr. S. Venema.

Procesverloop

1.1
Bij besluit van 26 augustus 2025 heeft de SVB [eiseres] meegedeeld dat haar kinderbijslag stopt vanaf het derde kwartaal van 2025, omdat zij vanaf dit kwartaal geen recht heeft op kinderbijslag. Ook over het vierde kwartaal van 2024 en het eerste kwartaal van 2025 heeft zij geen recht gehad op kinderbijslag. Over het tweede kwartaal van 2025 heeft zij wel recht gehad op kinderbijslag. De SVB heeft van [eiseres] een bedrag van
€ 811,62 aan ten onrechte betaalde kinderbijslag teruggevorderd.
1.2
[eiseres] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van
24 oktober 2025 op het bezwaar van [eiseres] is de SVB bij dit besluit gebleven.
1.3
[eiseres] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De SVB heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4
De rechtbank heeft het beroep op 17 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van de SVB deelgenomen.
1.5
[eiseres] is na sluiting van de behandeling op zitting alsnog verschenen. Zij heeft verklaard dat zij heeft gebeld dat zij te laat zou zijn en dat is gezegd dat dit akkoord zou zijn. Omdat de rechtbank hierover geen bericht heeft ontvangen van de griffie, heeft zij [eiseres] meegedeeld geen aanleiding te zien het beroep opnieuw op een zitting te plannen. Bij navraag op de griffie bleek niets bekend over een telefoongesprek met [eiseres].
De rechtbank heeft daarom geen aanleiding gezien een nieuwe zitting te plannen.

Totstandkoming van het bestreden besluit

2. [eiseres] is afkomstig uit Oekraïne. Ze heeft een verblijfsstatus in het kader van de Richtlijn tijdelijke bescherming 2001/55 EG (de Richtlijn) voor vluchtelingen uit Oekraïne. Ze heeft vanaf 16 mei 2022 in Nederland in loondienst gewerkt. Zij heeft de SVB in 2022 verzocht haar kinderbijslag toe te kennen voor haar twee kinderen. De SVB heeft haar kinderbijslag toegekend vanaf het vierde kwartaal van 2022. Doordat de kinderen uit huis zijn geplaatst heeft zij langere tijd geen kinderbijslag ontvangen. Vanaf het eerste kwartaal 2023 heeft zij opnieuw kinderbijslag ontvangen. De SVB heeft onderzoek gedaan, waarbij [eiseres] is gevraagd naar gegevens met betrekking tot inkomsten. Na dit onderzoek heeft besluitvorming plaatsgevonden, zoals vermeld onder ‘Procesverloop’.

Standpunten van partijen

3.1
De SVB stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat [eiseres] geen recht heeft op kinderbijslag over het vierde kwartaal van 2024 en het eerste kwartaal van 2025 en vanaf het derde kwartaal van 2025. [eiseres] is niet verzekerd op grond van wonen (ingezetenschap), omdat zij in Nederland is op grond van een tijdelijke verblijfsregeling voor Oekraïense vluchtelingen, gebaseerd op de Richtlijn. [eiseres] heeft een verblijfsrecht op grond van artikel 8, onder f en h van de Vreemdelingenwet 2000 én wordt hierdoor uitgesloten van verzekering op grond van wonen. In haar situatie kan alleen sprake zijn van verzekering als zij in loondienst werkt of onder de uitbreiding van artikel 9 of Pro 11 van het Koninklijk Besluit 746 (KB746) valt. Dit betekent dat [eiseres] in loondienst of als zelfstandige moet werken of één van de genoemde uitkeringen moet ontvangen om verzekerd te kunnen zijn. Op de peildata van het vierde kwartaal van 2024, het eerste kwartaal 2025 en het derde kwartaal 2025 werkte [eiseres] niet in Nederland en ontving zij ook niet één van de genoemde uitkeringen. [eiseres] is daarom niet verzekerd. Omdat zij niet verzekerd is, doen de overige voorwaarden, zoals het onderhoud, niet ter zake.
3.2
[eiseres] stelt dat zij volgens artikel 6 van Pro de AKW verzekerd is op grond van wonen in Nederland. Zij woont sinds 2022 onafgebroken in Nederland onder een geldig verblijfsrecht op basis van de Richtlijn. Zij is sinds 9 mei 2025 ingeschreven als zelfstandig ondernemer (ZZP) bij de Kamer van Koophandel. Haar werkzaamheden vinden uitsluitend in Nederland plaats. Verder stelt [eiseres] dat zij volledig voldoet aan de voorwaarde in artikel 14a van de AKW dat zij bijdraagt in de kosten van levensonderhoud van het kind.
Er is volgens [eiseres] geen juridische basis voor toepassing van artikel 24 van Pro de AKW. Terugvordering is uitsluitend toegestaan wanneer sprake is van onjuiste of niet verstrekte informatie. Dit is niet van toepassing.
3.3
De SVB ziet in het aangevoerde geen aanleiding haar standpunt te wijzigen. [eiseres] heeft (ook in beroep) geen volledige gegevens verstrekt over haar inkomsten in de betreffende periode(s). Deze gegevens zijn noodzakelijk om vast te kunnen stellen of zij in Nederland heeft gewerkt en daarmee ook om vast te stellen of zij verzekerd was op grond van de AKW. Op het verzoek van de SVB om gegevens te verstrekken over de zorg en bijdrage aan de onderhoudskosten voor haar uitwonende zoon in de betreffende periode, heeft [eiseres] niet gereageerd. De SVB kan dan ook niet vaststellen dat zij in de betreffende periode(s) verzekerd was voor de kinderbijslag. Ook als dat het geval is geweest, wat de SVB bestrijdt, heeft [eiseres] niet aangetoond dat zij voldoende heeft bijgedragen aan de onderhoudskosten voor haar zoon. De SVB ziet geen dringende redenen om geheel of gedeeltelijk van de terugvordering van het bedrag aan te veel betaalde kinderbijslag af te zien.

Wettelijk kader

4. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.

Beoordeling door de rechtbank

5. [eiseres] valt onder de Richtlijn. Deze richtlijn werd geactiveerd door Besluit EU 2022/382 van de Raad van de Europese Unie van 4 maart 2022, om onmiddellijke bescherming te bieden in EU-landen aan mensen die ontheemd zijn geraakt door de Russische invasie van Oekraïne. De tijdelijke bescherming geldt voor ten minste één jaar en kan worden verlengd, afhankelijk van de situatie in Oekraïne. De rechten uit hoofde van de Richtlijn omvatten een verblijfsvergunning, toegang tot de arbeidsmarkt en huisvesting, medische bijstand en, voor kinderen, toegang tot onderwijs. Vluchtelingen uit Oekraïne hebben recht op kinderbijslag als ze in loondienst werken in Nederland. Dat volgt uit artikel 11 van Pro het KB746.
6. Gelet op 5. kan [eiseres] verzekerd zijn voor de AKW op grond van werken. Het is aan haar om hierover gegevens te verstrekken. De SVB stelt hierbij werkzaamheden als zelfstandige gelijk met werkzaamheden in loondienst. Uit de gegevens die [eiseres] heeft overgelegd blijkt onvoldoende dat zij op de peildata daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht. Dat het bedrijf van [eiseres] in het handelsregister van de Kamer van Koophandel is ingeschreven is onvoldoende om te kunnen aannemen dat zij werkzaamheden heeft verricht in Nederland.
Dat [eiseres] op grond van artikel 11, tweede lid, van het KB746 verzekerd kan zijn voor de AKW, indien zij in Nederland werkt, betekent tevens dat [eiseres] niet op grond van artikel 6 van Pro de AKW verzekerd kan zijn op grond van wonen in Nederland. Verblijf op grond van de Richtlijn is immers tijdelijk.
7. Ten aanzien van het gestelde ongerechtvaardigd verschil in behandeling wijst de rechtbank op rechtspraak van de Hoge Raad (HR) [1] waarin deze heeft geoordeeld dat de beperking van de verzekeringsplicht voor niet-ingezetenen tot personen die in Nederland beroepswerkzaamheden uitoefenen, aansluit bij het internationaal aanvaarde uitgangspunt dat iemand valt onder de sociale wetgeving van het land waar hij zijn beroepswerkzaamheden uitoefent. De begrenzing van de kring der verzekerden is daarom gerechtvaardigd. Het ligt dan in de rede dat niet-ingezetenen het verrichten van beroepswerkzaamheden in Nederland moeten bewijzen in geval van een geschil over het recht op en/of de hoogte van een uitkering. Van ongelijke behandeling van [eiseres] ten opzichte van andere Oekraïners, die op grond van de Richtlijn in Nederland verblijven is geen sprake.
8. De rechtbank merkt op dat artikel 24 van Pro de AKW niet bepaalt dat alleen bij het niet nakomen van de inlichtingenverplichting wordt teruggevorderd. Het artikel bepaalt dat kinderbijslag wordt teruggevorderd, indien als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 14a van de AKW of anderszins onverschuldigd is betaald. Op grond van artikel 14a van de AKW wordt de kinderbijslag niet alleen ingetrokken of herzien, indien de inlichtingenverplichting niet wordt nagekomen, maar ook indien anderszins kinderbijslag ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend. Dit maakt dat bij onverschuldigd betaalde kinderbijslag de kinderbijslag in beginsel altijd wordt ingetrokken en/of herzien en wordt teruggevorderd.
9. Het tweede lid van artikel 14a van de AKW bepaalt dat de SVB geheel of gedeeltelijk van intrekking en/of herziening kan afzien, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. Artikel 24, vijfde lid, van de AKW bevat een nagenoeg gelijkluidende bepaling ten aanzien van terugvordering. [eiseres] heeft hieromtrent weliswaar geen gronden aangevoerd, maar de rechtbank is van oordeel dat [eiseres] er, gelet op wat is vermeld in de toekenningsbesluiten van de kinderbijslag, van op de hoogte moet zijn geweest dat zij in Nederland diende te werken om recht te hebben op kinderbijslag. Gelet hierop, heeft de SVB kunnen concluderen dat geen sprake is van dringende redenen om geheel of gedeeltelijk van intrekking/herziening en terugvordering af te zien.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
11. Omdat het beroep ongegrond is, krijgt [eiseres] het griffierecht niet terug. Ook is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van
W. Veldman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage

Wettelijk kader

Ingevolge artikel 2 van Pro de AKW is ingezetene degene, die in Nederland woont.
Waar iemand woont, wordt op grond van artikel 3, eerste lid, van de AKW naar de omstandigheden beoordeeld.
Op grond van artikel 6, eerste lid, van de AKW is verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet degene, die
a. ingezetene is;
b. geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland of op het continentaal plat in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen.
Artikel 7, eerste lid, van de AKW bepaalt dat de verzekerde overeenkomstig de bepalingen van deze wet recht heeft op kinderbijslag voor een kind dat jonger is dan 18 jaar en dat:
a. tot zijn huishouden behoort, of
b. door hem wordt onderhouden.
In artikel 14a, eerste lid, van de AKW is bepaald dat onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van kinderbijslag en terzake van weigering van kinderbijslag, de SVB een dergelijk besluit herziet of intrekt :
a. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 15 of Pro 16 heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van kinderbijslag;
b. indien anderszins de kinderbijslag ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;
c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 15 of Pro 16 ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op kinderbijslag bestaat.
Op grond van het tweede lid van dit artikel kan de SVB geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking als bedoeld in het eerste lid afzien, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
Artikel 24, eerste lid, van de AKW bepaalt dat de kinderbijslag die als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 14a onverschuldigd is betaald, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, door de SVB wordt teruggevorderd van de verzekerde, dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag Pro wordt betaald.
Op grond van het vijfde lid van dit artikel kan de SVB besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
Artikel 11 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB746) luidt als volgt:
1. Verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder f tot en met k, van de Vreemdelingenwet 2000 indien hij:
a. in Nederland, met uitzondering van het continentaal plat, in overeenstemming met de Wet arbeid vreemdelingen arbeid in dienstbetrekking verricht uit hoofde waarvan hij aan de loonbelasting is onderworpen;
b. op het continentaal plat arbeid in dienstbetrekking verricht uit hoofde waarvan hij aan de loonbelasting is onderworpen.
2. De vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, blijft verzekerd op grond van de volksverzekeringen indien hij uit hoofde van het verrichten van arbeid als bedoeld in het eerste lid recht heeft op betaling van loon als bedoeld in artikel 629 van Pro Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet, de Werkloosheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet arbeid en zorg of de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, alsmede indien de arbeid, bedoeld in het eerste lid, tijdelijk is onderbroken als gevolg van verlof, staking of uitsluiting.

Voetnoten

1.HR 14 februari 2014, nr. 13/02284, NTFR 2014/776