Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3129

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
ak_25_3227
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Beleidsregels scholing en voorwaarden vergoeding scholingskosten UWV 2024Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergoeding laptop voor opleiding rijinstructeur door UWV

De eiser, een Wajong-uitkeringsgerechtigde, volgde een opleiding tot rijinstructeur via een re-integratietraject van het UWV en vroeg vergoeding van een laptop die noodzakelijk was voor de opleiding. Het UWV wees de vergoeding af omdat een laptop volgens de Beleidsregels scholing en voorwaarden vergoeding scholingskosten UWV 2024 een algemeen gebruikelijk middel is en niet vergoed wordt.

De eiser stelde dat hem tijdens het traject was toegezegd dat de opleiding volledig, inclusief de laptop, zou worden vergoed en dat hij voldeed aan de voorwaarden voor declaratie. Hij voerde ook aan dat het UWV onjuiste informatie gaf en een verkeerde wettelijke grondslag gebruikte. De rechtbank oordeelde dat de laptop terecht niet werd vergoed op grond van de Beleidsregels en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagde omdat geen concrete toezeggingen of uitlatingen van het UWV waren gebleken.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Wel werd afgesproken dat het griffierecht door het UWV wordt vergoed vanwege de onjuiste wettelijke grondslag in de beslissing op bezwaar. De uitspraak werd gedaan door rechter A.T. de Kwaasteniet op 5 juni 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de vergoeding van de laptop wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/3227

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats] (hierna: [eiser])

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen(UWV),
gemachtigde: C. Lubberts.

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over het besluit van het UWV om de laptop die [eiser] nodig had voor zijn opleiding tot rijinstructeur niet te vergoeden. [eiser] is het daar niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV de laptop terecht niet heeft vergoed. [eiser] krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond.

Inleiding

1. [eiser] heeft recht op en ontvangt een Wajong-uitkering. Hij volgde sinds juni 2025 via een re-integratietraject van het UWV een opleiding tot rijinstructeur bij
[bedrijf]. Op 24 mei 2025 heeft hij een declaratie voor opleidings- en reiskosten ingediend. Daarin heeft hij gevraagd om een vergoeding van een laptop ter waarde van € 449,-.
1.1.
Met het besluit van 26 mei 2025 heeft het UWV deze aanvraag afgewezen. Met het bestreden besluit van 2 oktober 2025 op het bezwaar is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. De laptop is niet vergoed omdat een laptop volgens het UWV een algemeen gebruikelijk middel is.
1.2.
[eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft daarop gereageerd met een verweerschrift. Daarin is vermeld dat de wettelijke grondslag niet het Protocol Voorziening of de Wet overige OCW-subsidies is, maar de Beleidsregels scholing en voorwaarden vergoeding scholingskosten UWV 2024 (hierna: de Beleidsregels).
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 23 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser] en de gemachtigde van het UWV.

Feiten en omstandigheden

2. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden die op de zitting met partijen zijn besproken.
2.1.
[eiser] volgde sinds juni 2025 de opleiding tot rijinstructeur bij [bedrijf] via een re-integratietraject van het UWV. Het UWV heeft deze opleidingskosten volledig vergoed. Inmiddels is [eiser] geslaagd. Voor deze opleiding was een laptop nodig, omdat de leeromgeving en de oefenexamens online zijn. [eiser] heeft thuis wel een vaste computer, maar geen laptop. De laptop heeft hij in mei 2025 kunnen betalen met het vakantiegeld van zijn Wajong-uitkering. Als dat niet had gekund, dan had hij het geld waarschijnlijk moeten lenen.

Standpunten van [eiser]

3. [eiser] vindt dat de laptop wel vergoed moet worden, omdat tijdens het
re-integratietraject is aangegeven dat de opleiding volledig zou worden vergoed. Dit was voor hem ook van belang, omdat hij dat zelf niet kan betalen. Hij heeft geen reden gehad om hier anders over te denken, ook omdat de reiskosten wel vergoed zijn. Ook voert [eiser] aan dat zijn situatie voldoet aan de twee voorwaarden die op de website [1] van het UWV staan voor declaraties van opleidings- en reiskosten. Namelijk dat iemand toestemming van het UWV heeft gekregen om de opleiding te volgen én dat de kosten nog niet op een andere manier zijn vergoed.
3.1.
Verder stelt [eiser] dat het UWV zelf onvoldoende kennis heeft van alle regelingen. Tijdens het telefoongesprek over zijn bezwaar kreeg hij informatie voor hulpmiddelen in het onderwijs, terwijl het daar niet om gaat. Ook staat er volgens [eiser] een onjuiste wettelijke grondslag in de beslissing op bezwaar. Naast de vergoeding van de laptop verzoekt [eiser] ook het UWV te veroordelen tot vergoeding van schade in de vorm van wettelijke rente.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank is van oordeel dat het UWV de vergoeding van de laptop terecht heeft afgewezen. De rechtbank licht dit als volgt toe.
Beleidsregels
5. In de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) zijn regels opgenomen ten behoeve van onder meer participatie en scholing van jonggehandicapten. Uitkeringsgerechtigden kunnen mede op grond van de Beleidsregels met instemming van het UWV een scholing met behoud van uitkering volgen, als aan de voorwaarden wordt voldaan.
5.1.
Artikel 8 van Pro de Beleidsregels bepaalt welke scholingskosten voor vergoeding in aanmerking komen. Het gaat dan om de kosten van het lesgeld, examengeld, reiskosten en eventuele leermiddelen voor zover deze door de opleider verplicht zijn gesteld.
5.2.
In het derde lid van dit artikel staat dat het UWV geen algemeen gebruikelijke middelen als leermiddel vergoedt. Als algemeen gebruikelijke middelen worden in ieder geval aangemerkt elektronische apparatuur (zoals een laptop, tablet, smartphone).
5.3.
De rechtbank is van oordeel dat de vergoeding van de laptop op grond van de Beleidsregels terecht is afgewezen. De laptop was zoals [eiser] heeft aangevoerd en tijdens de zitting op een begrijpelijke wijze heeft toegelicht noodzakelijk voor zijn opleiding, maar in het derde lid van artikel 8 van Pro de Beleidsregels is bepaald dat een laptop niet vergoed wordt, omdat het een algemeen gebruikelijk middel is. De rechtbank vindt deze bepaling niet onredelijk en ziet in de door [eiser] aangevoerde omstandigheden ook geen aanleiding om daar anders over te oordelen.
Vertrouwensbeginsel
6. [eiser] vindt dat het UWV tijdens het re-inegratietraject heeft aangegeven dat de volledige opleiding inclusief de laptop vergoed zou worden. Ook voldoet hij aan de twee voorwaarden die op de website van het UWV staan. De rechtbank vat deze beroepsgronden op als een beroep op het vertrouwensbeginsel.
6.1
Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is vereist dat de betrokkene aannemelijk maakt dat van de zijde van het UWV toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit de betrokkene in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden dat het UWV de laptop zou vergoeden.
6.2.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Op zich is het begrijpelijk dat [eiser] zelf in de veronderstelling was dat de laptop wel zou worden vergoed, maar dat is onvoldoende voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel. [eiser] heeft niet aannemelijk gemaakt dat door iemand van het UWV zelf toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan waaruit hij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden dat de laptop vergoed zou worden. Zo is bijvoorbeeld geen bericht of brief overgelegd waaruit hij kon en mocht afleiden dat de laptop vergoed zou worden. Uit de dossierstukken is de rechtbank ook niet gebleken dat daarvan sprake is geweest. De informatie op de website van het UWV betreft alleen algemene informatie, waarin de belangrijkste voorwaarden zijn vermeld. Daaruit kon en mocht [eiser] niet in redelijkheid afleiden dat ook de kosten van de noodzakelijke laptop vergoed zouden worden.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat [eiser] geen gelijk krijgt. Het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente zal de rechtbank dan ook afwijzen.
7.1.
Tijdens de zitting hebben partijen afgesproken dat het griffierecht van € 53,- door het UWV wordt vergoed, omdat de beslissing op bezwaar is gebaseerd op een onjuiste wettelijke grondslag.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijs het verzoek om het UWV te veroordelen tot vergoeding van schade af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van
J.T. Boddeüs, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.