ECLI:NL:RBOVE:2026:3128
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser was sinds mei 2021 werkzaam als schoonmaker en meldde zich in januari 2022 ziek. Na het bereiken van de maximale ZW-uitkeringsduur vroeg hij een WIA-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%.
Eiser voerde aan dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn gezondheidssituatie ernstiger was dan vastgesteld. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig en navolgbaar was, waarbij alle relevante medische informatie was betrokken en dat er geen aanleiding was een deskundige te benoemen.
Op basis van de functionele mogelijkhedenlijst en het arbeidskundige rapport was het aannemelijk dat eiser in staat was om andere passende functies te verrichten, waardoor het arbeidsongeschiktheidspercentage terecht op 27,18% werd vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor eiser geen recht heeft op een WIA-uitkering en ook geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn WIA-aanvraag wordt ongegrond verklaard omdat zijn arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35% ligt.