Eiseres ontving kinderbijslag voor haar vijf kinderen, waaronder [naam 1]. De SVB ontdekte dat [naam 1] per 28 mei 2024 op een ander adres was ingeschreven en verzocht eiseres meerdere malen om informatie over het onderhoud van het kind. Ondanks herhaalde brieven en telefoontjes verstrekte eiseres geen inhoudelijke reactie. De SVB besloot daarom op 15 augustus 2025 de betaling van de kinderbijslag vanaf het tweede kwartaal van 2025 te schorsen.
Eiseres voerde aan dat zij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, dat er sprake was van een problematische situatie van het kind en dat de SVB onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte, onder meer door geen tolk aan te bieden en onvoldoende rekening te houden met haar persoonlijke omstandigheden. De SVB handhaafde haar besluit en stelde dat de schorsing terecht was vanwege het ontbreken van de gevraagde informatie.
De rechtbank oordeelde dat het feit dat [naam 1] niet langer tot het huishouden van eiseres behoort vaststaat en dat de SVB gerechtigd was om de betaling te schorsen vanwege het ontbreken van informatie over het onderhoud. De zorgplicht van de SVB strekt niet zover dat zij eiseres moet ondersteunen bij taalproblemen. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en het beroepschrift werd doorgezonden als bezwaarschrift tegen een eerder herzieningsbesluit.