ECLI:NL:RBOVE:2026:3120
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens onjuiste dagvaarding tegen handelsnaam
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen een verdachte onderneming die werd verdacht van het valselijk opmaken van meldingen vuurwerk import met onjuiste categorisering. De tenlastelegging betrof het op of omstreeks 15 juni 2021 valselijk vermelden van vuurwerkaanduidingen in het registratiesysteem van de Inspectie Leefomgeving en Transport.
Tijdens de procedure stelde de rechtbank vast dat de dagvaarding niet was gericht aan een natuurlijke persoon, rechtspersoon of een gelijkgestelde rechtsvorm zoals vereist volgens artikel 51 Wetboek Pro van Strafrecht. In plaats daarvan was de dagvaarding gericht aan een handelsnaam, die volgens het Handelsregister een handelsnaam was van een vennootschap onder firma (V.O.F.).
De officier van justitie voerde aan dat de handelsnaam functioneerde als rechtspersoon in het maatschappelijk verkeer, maar de rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende is om ontvankelijkheid te verlenen. De dagvaarding moest ondubbelzinnig gericht zijn aan een strafrechtelijk relevante entiteit. Omdat dit niet het geval was, verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging.
De uitspraak werd gedaan na meerdere zittingen en is in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 door de meervoudige economische kamer van de rechtbank te Zwolle.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste dagvaarding aan een handelsnaam in plaats van een strafrechtelijk relevante entiteit.