ECLI:NL:RBOVE:2026:3117
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens onjuiste dagvaarding tegen handelsnaam
De rechtbank Overijssel behandelde op 4 juni 2026 de zaak tegen een verdachte onderneming die valselijke opmaak van vuurwerkmeldingen werd verweten. De tenlastelegging betrof het op 29 september 2021 valselijk opmaken van meldingen in het registratiesysteem van Inspectie Leefomgeving en Transport, waarbij vuurwerk van categorie F1 werd vermeld.
Tijdens de procedure stelde de rechtbank vast dat de dagvaarding niet was gericht aan een natuurlijke persoon, rechtspersoon of een gelijkgestelde rechtsvorm zoals vereist volgens artikel 51 Wetboek Pro van Strafrecht. De dagvaarding was gericht aan een handelsnaam die volgens het Handelsregister een handelsnaam van een vennootschap onder firma (V.O.F.) betrof.
De officier van justitie voerde aan dat de handelsnaam functioneerde als rechtspersoon in het maatschappelijk verkeer, maar de rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende is om ontvankelijkheid te verlenen. De dagvaarding moest ondubbelzinnig gericht zijn aan een strafrechtelijk relevante entiteit. Omdat dit niet het geval was, verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel, waarbij één rechter niet kon ondertekenen. De beslissing betekent dat de strafzaak niet inhoudelijk is behandeld vanwege een procedureel gebrek in de dagvaarding.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste dagvaarding aan een handelsnaam in plaats van een strafrechtelijk relevante entiteit.