Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3102

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
08-005547-21, 26-015399
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:3:3 SvArt. 6:3:4 SvArt. 6:6:23 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift gegrond verklaard tegen omzetting taakstraf in vervangende hechtenis wegens termijnoverschrijding

De veroordeelde was bij vonnis van 29 maart 2021 veroordeeld tot een taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis. Omdat de taakstraf niet binnen de gestelde termijn was uitgevoerd, beval de officier van justitie op 17 februari 2025 de omzetting in 73 dagen vervangende hechtenis. De kennisgeving van deze omzetting werd echter nooit aan de veroordeelde toegezonden vanwege het ontbreken van een actueel adres.

De veroordeelde maakte bezwaar tegen de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis. Tijdens de openbare terechtzitting op 3 juni 2026 werd vastgesteld dat de omzettingsbeslissing buiten de wettelijk toegestane termijn van drie maanden na het verstrijken van de taakstrafdatum was genomen. Hierdoor moest de beslissing als nietig worden beschouwd.

De politierechter oordeelde dat het bezwaarschrift ontvankelijk en gegrond was, dat de veroordeelde de taakstraf niet meer hoefde te verrichten, noch de vervangende hechtenis hoefde te ondergaan, en bepaalde dat de veroordeelde onmiddellijk in vrijheid moest worden gesteld.

Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en de veroordeelde wordt onmiddellijk in vrijheid gesteld.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
parketnummer : 08-005547-21
raadkamernummer : 26-015399
Uitspraak van de politierechter op het bezwaar op grond van artikel 6:3:3 en Pro artikel 6:6:23 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats], Kazachstan
wonende op het adres [woonplaats], Bondsrepubliek Duitsland,
preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie],
bijgestaan door mr. D.A. Olsthoorn, advocaat te Amsterdam,
hierna te noemen: de veroordeelde.

1.Het verloop van de procedure

Op 17 februari 2025 heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging van 73 dagen vervangende hechtenis bevolen, omdat veroordeelde de taakstraf niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft verricht.
De kennisgeving daarvan, met originele verzenddatum 19 februari 2025, is op 28 februari 2025 aan het Openbaar Ministerie uitgereikt. Op 23 mei 2026 is veroordeelde aangehouden en overgebracht naar het Justitieel Complex Schiphol. Het bezwaarschrift tegen dat bevel is op 29 mei 2026 op de griffie van de rechtbank ontvangen.
Het bezwaarschrift is behandeld op de openbare terechtzitting van 3 juni 2026. Bij de behandeling zijn de officier van justitie mr. G.J. Jansen, de veroordeelde en zijn raadsvrouw gehoord.
De politierechter heeft kennisgenomen van de door de officier van justitie overgelegde relevante stukken met betrekking tot de strafzaak waarin de taakstraf is opgelegd en de stukken die betrekking hebben op de omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis waartegen het bezwaarschrift is gericht.
2. De standpunten van de veroordeelde, de raadsvrouw en de officier van justitie
Standpunt veroordeelde en zijn raadsvrouw
Namens veroordeelde heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding en veroordeelde ontvankelijk is in zijn bezwaar. Wat betreft de taakstraf is er sprake van een misverstand. Veroordeelde wil deze graag alsnog uitvoeren. Daarnaast heeft veroordeelde medische problemen waarvoor hij geopereerd moet worden. De raadsvrouw verzoekt de politierechter het bezwaarschrift gegrond te verklaren en veroordeelde in de gelegenheid te stellen de taakstraf alsnog uit te voeren.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft na de uitgebreide toelichting door de voorzitter geconcludeerd tot gegrondverklaring van het bezwaarschrift. De omzettingsbeslissing is buiten de termijn van drie maanden die geldt voor het omzetten van een taakstraf in vervangende hechtenis op grond van artikel 6:3:4 Wetboek Pro van Strafvordering, genomen.

3.De ontvankelijkheid

Het bezwaarschrift is tijdig ingediend nu onmiskenbaar is dat veroordeelde geen kennis heeft genomen van de kennisgeving omzetting taakstraf omdat die kennisgeving nooit aan veroordeelde is toegezonden vanwege het niet beschikbaar zijn van het BRP-adres op 28 februari 2025 volgens de informatiestaat SKDB-persoon.
De politierechter stelt vast dat het ook overigens ontvankelijk is.

4.De beoordeling

Op grond van de stukken en de behandeling op de zitting stelt de politierechter het volgende vast.
De veroordeelde is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel, locatie Almelo
Op 29 maart 2021 veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, waarbij afstand van hoger beroep is gedaan.
Uit de stukken is gebleken dat veroordeelde de taakstraf niet volledig heeft uitgevoerd. De officier van justitie heeft in zijn omzettingsbeslissing geconcludeerd dat er thans nog 146 uren aan niet verrichte uren taakstraf openstaan en heeft vervangende hechtenis van 73 dagen bevolen.
De politierechter stelt vast dat de taakstraf binnen achttien maanden na 29 maart 2021 met daarbij twaalf maanden opgeteld in verband met COVID (blijkens de brief van 10 november 2022) en dus op 29 september 2023 uitgevoerd had moeten zijn. De officier van justitie moet op grond van artikel 6:3:4 van Pro het Wetboek van Strafvordering uiterlijk binnen drie maanden na expiratie van de datum waarop de taakstraf verricht had moeten zijn, de omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis gelasten. De omzettingsbeslissing dateert in dit geval echter pas van 17 februari 2025.
Derhalve is sprake van een beslissing tot omzetting van de officier van justitie die niet genomen had kunnen en mogen worden en derhalve als non-existent moet worden beschouwd.
De politierechter beslist daarom als volgt.

5.De beslissing

De politierechter:
  • verklaart het bezwaarschrift
  • veroordeelde behoeft de taakstraf niet meer te verrichten en ook geen vervangende hechtenis meer te ondergaan;
  • bepaalt dat veroordeelde vandaag in vrijheid moet worden gesteld.
Deze beslissing is genomen door mr. B.W.M. Hendriks, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. I.T.H. Praster, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.