Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verloop van de procedure
ongegrondverklaard.
opnieuween bezwaarschrift ingediend bij de griffie van de rechtbank.
2.De ontvankelijkheid
3.De beslissing
niet-ontvankelijkin het bezwaarschrift.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen de tenuitvoerlegging van 38 dagen vervangende hechtenis, opgelegd omdat hij de taakstraf niet binnen de gestelde termijn heeft verricht. De officier van justitie had de tenuitvoerlegging op 25 maart 2025 bevolen en de kennisgeving daarvan is op 7 mei 2025 aan veroordeelde uitgereikt.
Veroordeelde diende op 22 mei 2025 een bezwaarschrift in, dat op 2 juli 2025 ongegrond werd verklaard. Tegen deze beslissing stond geen rechtsmiddel open, waardoor deze onherroepelijk werd. Desondanks diende de raadsvrouw van veroordeelde op 13 mei 2026 opnieuw een bezwaarschrift in.
De politierechter behandelde dit bezwaarschrift op 3 juni 2026 en verklaarde veroordeelde niet-ontvankelijk. Dit omdat de wet slechts een termijn van veertien dagen na betekening van de kennisgeving toestaat voor het indienen van bezwaar tegen omzetting van taakstraf in vervangende hechtenis, en het eerdere bezwaar reeds onherroepelijk was afgewezen. Veroordeelde moet daarom de vervangende hechtenis uitzitten.
Uitkomst: Veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in het bezwaar tegen de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis en moet deze uitzitten.