Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3100

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
08-005504-23, 26-014140
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:3:3 SvArt. 6:6:23 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in bezwaar tegen tenuitvoerlegging vervangende hechtenis wegens niet-uitvoering taakstraf

Veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen de tenuitvoerlegging van 38 dagen vervangende hechtenis, opgelegd omdat hij de taakstraf niet binnen de gestelde termijn heeft verricht. De officier van justitie had de tenuitvoerlegging op 25 maart 2025 bevolen en de kennisgeving daarvan is op 7 mei 2025 aan veroordeelde uitgereikt.

Veroordeelde diende op 22 mei 2025 een bezwaarschrift in, dat op 2 juli 2025 ongegrond werd verklaard. Tegen deze beslissing stond geen rechtsmiddel open, waardoor deze onherroepelijk werd. Desondanks diende de raadsvrouw van veroordeelde op 13 mei 2026 opnieuw een bezwaarschrift in.

De politierechter behandelde dit bezwaarschrift op 3 juni 2026 en verklaarde veroordeelde niet-ontvankelijk. Dit omdat de wet slechts een termijn van veertien dagen na betekening van de kennisgeving toestaat voor het indienen van bezwaar tegen omzetting van taakstraf in vervangende hechtenis, en het eerdere bezwaar reeds onherroepelijk was afgewezen. Veroordeelde moet daarom de vervangende hechtenis uitzitten.

Uitkomst: Veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in het bezwaar tegen de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis en moet deze uitzitten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
parketnummer : 08-005504-23
raadkamernummer : 26-014140
Uitspraak van de politierechter op het bezwaar op grond van artikel 6:3:3 en Pro artikel 6:6:23 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats],
wonende op het adres [woonplaats],
bijgestaan door mr. M.A. Dijk, advocaat te Amsterdam,
hierna te noemen: de veroordeelde.

1.Het verloop van de procedure

Op 25 maart 2025 heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging van 38 dagen vervangende hechtenis bevolen, omdat veroordeelde de taakstraf niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft verricht.
De kennisgeving daarvan, met originele verzenddatum 25 maart 2025, is op 7 mei 2025 aan een veroordeelde uitgereikt. Hiertegen is op 22 mei 2025 op de griffie van de rechtbank een bezwaarschrift ontvangen. Dit bezwaarschrift is op 2 juli 2025
ongegrondverklaard.
Op 13 mei 2026 heeft de raadsvrouw namens veroordeelde
opnieuween bezwaarschrift ingediend bij de griffie van de rechtbank.
Het bezwaarschrift van 13 mei 2026 is behandeld op de openbare terechtzitting van 3 juni 2026. Bij de behandeling zijn de officier van justitie mr. G.J. Jansen, de veroordeelde en zijn raadsvrouw gehoord.
De politierechter heeft kennisgenomen van de door de officier van justitie overgelegde relevante stukken met betrekking tot de strafzaak waarin de taakstraf is opgelegd en de stukken die betrekking hebben op de omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis waartegen het bezwaarschrift is gericht.

2.De ontvankelijkheid

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat veroordeelde niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in het bezwaarschrift.
De politierechter is van oordeel dat veroordeelde niet-ontvankelijk is in zijn bezwaar. Ingevolge artikel 6:6:23, eerste lid, Sv kan een veroordeelde tegen de omzetting van de niet verrichte uren taakstraf in vervangende hechtenis binnen veertien dagen na betekening van de kennisgeving daarvan, een bezwaarschrift indienen. Dat heeft veroordeelde al gedaan in 2025 en dat bezwaarschrift is op 2 juli 2025 ongegrond verklaard. Tegen de beslissing van de politierechter tot ongegrondverklaring staat geen rechtsmiddel open zodat deze beslissing op 2 juli 2025 onherroepelijk is geworden.
Dat betekent dat veroordeelde de openstaande 38 dagen vervangende hechtenis moet uitzitten.

3.De beslissing

De politierechter verklaart veroordeelde
niet-ontvankelijkin het bezwaarschrift.
Deze beslissing is genomen door mr. B.W.M. Hendriks politierechter, in tegenwoordigheid van mr. I.T.H. Praster, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.