In deze kortgedingprocedure vordert eiser betaling van achterstallig loon over de periode van 1 maart 2025 tot en met 17 oktober 2025. De procedure omvatte een mondelinge behandeling op 28 mei 2026, waarbij eiser een deel van zijn vordering introk. Gedaagde verscheen niet en verstek werd verleend.
De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van spoedeisend belang vanwege de aard van de vordering tot betaling van achterstallig loon. De vordering wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond is. Daarnaast worden buitengerechtelijke kosten toegewezen conform het Rapport BGK-integraal.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon, wettelijke verhoging en rente, alsmede de buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Tevens wordt gedaagde verplicht om binnen vijf dagen na betekening de bruto/netto salarisspecificaties te verstrekken, onder dreiging van een dwangsom. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat naleving kan worden afgedwongen ondanks eventuele hoger beroep.