ECLI:NL:RBOVE:2026:299
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bomenkap en belanghebbendheid in bestuursrechtelijke procedure
Op 22 januari 2026 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Overijssel uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende de kap van 108 bomen in de gemeente [gemeente]. De eiser, [eiser], had bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders, maar zijn bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij niet als belanghebbende werd aangemerkt volgens artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De eiser stelde dat hij ten onrechte niet als belanghebbende was aangemerkt en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 22 januari 2026 werd het verzoek behandeld, waarbij de voorzieningenrechter concludeerde dat de eiser geen concrete gevolgen van de bomenkap zou ondervinden, gezien de afstand van zijn woning tot de dichtstbijzijnde boom en het ontbreken van bijzondere belangenbehartiging. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, met de conclusie dat het college terecht had besloten dat de eiser geen belanghebbende was. De uitspraak werd in het openbaar gedaan, en partijen werden gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan.