ECLI:NL:RBOVE:2026:298

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
ak_26_272
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 AVGArt. 8:83 AwbArt. 21 AVG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ordemaatregel ter bescherming van persoonsgegevens in multidisciplinair overleg

Verzoekster heeft op 22 december 2025 verzocht om geen persoonsgegevens van haarzelf en haar minderjarige dochter te verwerken in het kader van een voorgenomen multidisciplinair overleg (MDO). Het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg heeft dit verzoek op 12 januari 2026 geweigerd, met verwijzing naar artikel 6, eerste lid, onder c, van de AVG.

Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, omdat op 22 januari 2026 het MDO gepland stond waarin persoonsgegevens van haar en haar dochter zouden worden gedeeld. De voorzieningenrechter oordeelde dat het delen van deze gegevens, ook mondeling, kan worden gekwalificeerd als verwerking van persoonsgegevens onder de AVG en dat het niet mogelijk was om het verzoek inhoudelijk te behandelen vóór het MDO.

Daarom werd een ordemaatregel getroffen die het college opdraagt te voorkomen dat persoonsgegevens van verzoekster en haar dochter tijdens het MDO worden gedeeld, schriftelijk of mondeling. Deze maatregel geldt totdat er een inhoudelijke uitspraak is gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening en uiterlijk tot twee weken na de beslissing op het bezwaarschrift van verzoekster.

De voorzieningenrechter benadrukte dat een inhoudelijke beoordeling zo spoedig mogelijk zal volgen en dat de ordemaatregel dient ter voorkoming van onomkeerbare gegevensverstrekking. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.W.M. Bunt, zonder zitting, gezien de spoedeisendheid.

Uitkomst: De voorzieningenrechter treft een voorlopige ordemaatregel die het college opdraagt te voorkomen dat persoonsgegevens van verzoekster en haar dochter tijdens het MDO worden gedeeld.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 26/272

uitspraak (ordemaatregel) van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster,

(gemachtigde: ing. P.W.J. Driessen, MArch),
en

het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg

(gemachtigde: A. de Vos).

Samenvatting

1. Op 22 december 2025 heeft [verzoekster] verzocht om geen persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van haar zelf en van haar minderjarige dochter [kind] te verwerken.
2. Met het besluit van 12 januari 2026 heeft het college besloten dat dat verzoek wordt geweigerd. Het college baseert dat besluit op artikel 6, eerste lid, onder c, van de AVG.
3. [verzoekster] heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Reden is dat op 22 januari 2026 er een Multi Disciplinair Overleg (MDO) plaatsvindt en in dat overleg gesproken zal worden over de dochter van [verzoekster] en in dat kader gegevens over de dochter en naar het zich laat aanzien ook gegevens over/van [verzoekster] met de deelnemers aan het overleg zullen worden gedeeld. Omdat niet uitgesloten kan worden dat dit gegevens zijn die zich laten kwalificeren als persoonsgegevens in de zin van de AVG en het uitwisselen van deze gegevens onomkeerbaar is, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een ordemaatregel te treffen, die inhoudt dat wordt voorkomen dat persoonsgegevens van [verzoekster] en haar dochter door de deelnemers aan het MDO onder elkaar of aan derden worden verstrekt, schriftelijk of mondeling in het kader van het voorgenomen MDO van donderdag 22 januari 2026.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. In artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat de voorzieningenrechter zonder zitting uitspraak kan doen indien onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad.
5. Voor de voorzieningenrechter weegt mee dat voor donderdag 22 januari 2026 een MDO is gepland waarbij aanwezig zijn:
• Twee leerplichtambtenaren;
• Twee medewerkers van ‘[instelling]’;
• De directeur en intern begeleider (IB-er) van de basisschool;
• De behandelend GZ-psycholoog;
• De gedragswetenschapper van het samenwerkingsverband;
• De ouders van [kind].
6. Naar de voorzieningenrechter heeft begrepen zal in dat overleg gesproken worden over de dochter van [verzoekster] en in dat kader zullen gegevens over de dochter en naar het zich laat aanzien ook gegevens over/van [verzoekster] met de deelnemers aan het overleg worden gedeeld.
7. Niet uitgesloten kan worden dat dit gegevens zijn die zich laten kwalificeren als persoonsgegevens in de zin van de AVG.
8. Uit de rechtspraak kan worden afgeleid dat onder omstandigheden ook het mondeling delen van informatie kan worden gekwalificeerd als het verwerken van persoonsgegevens in de zin van de AVG.
9. Het college heeft in het bestreden besluit onder verwijzing naar artikel 21 van Pro de AVG geconcludeerd dat alleen in het geval van verstrekking van gegevens op grond van artikel 6, eerste lid, onder e. of f., van de AVG daartegen bezwaar kan worden gemaakt.
10. De voorzieningenrechter leest dat niet in artikel 21 van Pro de AVG nu in dat artikel naast de vermelding artikel 6, eerste lid, onder e. en f. ook artikel 6, eerste lid, van de AVG wordt genoemd zonder de toevoeging onder e. en f., zodat naar het zich laat aanzien ook bezwaar kan worden gemaakt tegen verstrekking van gegevens op grond van artikel 6, eerste lid, onder c, van de AVG.
11. Nu het MDO is voorzien op donderdag 22 januari 2026 en het niet mogelijk is om voor dat moment het verzoek om voorlopige voorziening inhoudelijk te behandelen ziet de voorzieningenrechter ter voorkoming van een daarna intredende onomkeerbaarheid aanleiding om een ordemaatregel te treffen in de zin dat het college wordt opgedragen om ervoor zorg te dragen dat wordt voorkomen dat persoonsgegevens van [verzoekster] en haar dochter door de deelnemers aan het MDO onder elkaar of aan derden worden verstrekt, schriftelijk of mondeling, in het kader van het voorgenomen MDO van donderdag 22 januari 2026.
12. Deze ordemaatregel geldt voor de duur dat er nog geen inhoudelijke uitspraak is gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening en uiterlijk tot twee weken na de beslissing op het bezwaarschrift van [verzoekster].
13. Het college heeft in zijn brief van 21 januari 2026 het doel en de noodzaak van het geplande MDO op 22 januari 2026 onder de aandacht van de voorzieningenrechter gebracht. De voorzieningenrechter is van oordeel dat op dit moment voor wat betreft het verzoek van [verzoekster] een onvoldoende afweging kan worden gemaakt van de in geding zijnde belangen. Om die reden wordt thans de ordemaatregel genomen. De voorzieningenrechter streeft ernaar om partijen zo spoedig mogelijk ter zitting te horen zodat alsnog een inhoudelijke beoordeling kan worden gemaakt van het verzoek van [verzoekster]. Tot het moment waarop inhoudelijk op het verzoek wordt beslist geldt daarom de ordemaatregel.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- draagt het college op om ervoor zorg te dragen dat wordt voorkomen dat persoonsgegevens van [verzoekster] en haar dochter door de deelnemers aan het MDO onder elkaar of aan derden worden verstrekt, schriftelijk of mondeling, in het kader van het voorgenomen MDO van donderdag 22 januari 2026;
- bepaalt dat deze ordemaatregel geldt voor de duur dat er nog geen inhoudelijke uitspraak is gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening en uiterlijk tot twee weken na de beslissing op het bezwaarschrift van [verzoekster].
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Landstra, griffier. Uitgesproken in het openbaar op:
de griffier is buiten staat te tekenen.
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.