ECLI:NL:RBOVE:2026:2979
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
CBR verklaart rijbewijs ongeldig na inroepen blokkeringsrecht door betrokkene
Eiser werd op 26 oktober 2024 aangehouden wegens weigering mee te werken aan een alcoholcontrole, een feit waarvoor hij op 1 mei 2025 onherroepelijk is veroordeeld. Naar aanleiding hiervan legde het CBR een onderzoek op naar zijn rijgeschiktheid. Eiser onderging een psychiatrisch onderzoek, maar maakte gebruik van zijn blokkeringsrecht door het onderzoeksverslag niet met het CBR te delen. Hierdoor kon het CBR het verslag niet betrekken bij haar beoordeling en verklaarde het op 6 november 2025 het rijbewijs ongeldig.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg een voorlopige voorziening om zijn praktijkexamen te mogen afleggen. Het bezwaar werd door het CBR ongegrond verklaard en de voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De voorzieningenrechter oordeelde dat het CBR het rijbewijs terecht ongeldig had verklaard omdat de wet het CBR verplicht tot intrekking bij onvoldoende medewerking.
De voorzieningenrechter benadrukte dat het inroepen van het blokkeringsrecht weliswaar een recht is, maar dat dit niet betekent dat het geen gevolgen heeft. Het CBR kan dan niet anders dan het rijbewijs ongeldig verklaren. De inhoudelijke bezwaren van eiser tegen het onderzoeksverslag konden niet via deze procedure worden behandeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het ongeldig verklaren van zijn rijbewijs wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.