Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- het verzoekschrift van de man (met bijlagen), binnengekomen op 2 mei 2025;
- het exploot van de betekening van 12 mei 2025, binnengekomen op 15 mei 2025;
- het verweerschrift met daarin een aantal zelfstandige verzoeken (met bijlagen), binnengekomen op 16 juli 2025;
- het verweerschrift van de man op de zelfstandige verzoeken van de vrouw (met bijlagen), binnengekomen op 8 augustus 2025;
- de brief van mr. Cupido (met bijlagen), binnengekomen op 5 maart 2026;
- de brief van mr. Oude Breuil (met bijlagen), binnengekomen op 11 maart 2026 met daarin een aanvullend verzoek;
- de brief van mr. Cupido (met bijlagen), binnengekomen op 16 maart 2026.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
- op 25 maart 2026 de brief van mr. Cupido (met bijlage);
- op 30 maart 2026 de brief van mr. Oude Breuil.
2.De feiten
3.Het verzoek
- de echtscheiding tussen de man en de vrouw uit te spreken;
- te bepalen dat de man vanaf de datum van inschrijving van de echtscheiding nog zes maanden in de woning aan de [adres] in [plaats] mag blijven wonen en het gebruik voortzetten van de zaken die bij de woning en tot de inboedel horen;
- de verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap van goederen vast te stellen zoals nog door de man nader aan te geven en te bepalen welk deel van het vermogen aan de man privé toekomt.
4.Het verweer en het (aanvullende) zelfstandig verzoek
- de echtscheiding tussen de man en de vrouw uit te spreken;
- te bepalen dat de vrouw vanaf de datum van inschrijving van de echtscheiding nog zes maanden in de echtelijke woning aan de [adres] in [plaats] mag blijven wonen en het gebruik mag voortzetten van de zaken die bij de woning en tot de inboedel horen;
- ten aanzien van de echtelijke woning:
5.Het verweer tegen de zelfstandige verzoeken
6.De beoordeling
Hij heeft gedurende een periode van een aantal jaren met veel inspanning de woning verbouwd. Hij is aan de woning gehecht en hij (of de dochter) wil de woning overnemen. De vrouw wil de woning niet overnemen. Het ligt daarom voor de hand dat de vrouw de woning zal verlaten.
- het legaat aan de man uit het testament van de vader van de man van fl. 56.000,- (overlijdensdatum [overlijdensdatum] 2000);
- de afstand om niet door de moeder van de man van fl. 47.500,- (onderhandse akte juli 2001);
- de kwijtschelding door de moeder van de man van fl. 8.500 (onderhandse akte 2002).
dat de giften sub A en C alsmede de vruchten daarvan en datgene wat door zaaksvervanging overeenkomstig artikel 1:124 lid Pro Burgerlijk Wetboek daarvoor in de plaats treedt, niet zullen vallen in enige gemeenschap van goederen waarin de verkrijger is gehuwd of ooit gehuwd mocht zijn etcetera”. Dat de man het vreemd vindt dat dit onderscheid is gemaakt tussen de man, de vrouw en zijn broer en zus en gelet op hoe zijn ouders over de vrouw dachten, kunnen de tekst in deze akte en het verweer van de vrouw op dit punt, niet zondermeer opzijzetten. Het had op de weg van de man gelegen om dit nader te onderbouwen, hetgeen hij onvoldoende heeft gedaan.
Een gemeenschapsgoed verschiet, kort gezegd, niet van kleur naar privé. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om hier op grond van de redelijkheid en billijkheid van af te wijken.
€ 50.823,-) zoals hierna bepaald. De vergoedingsrechten van de man zijn ontstaan voor 1 januari 2012 (zie hiervoor onder 6.14). Er dient dan te worden uitgegaan van de nominaliteitsleer, tenzij zich zeer bijzondere feiten en omstandigheden voordoen op grond waarvan het naar maatschappelijke normen bezien het onaanvaardbaar is dat de man slechts aanspraak kan maken op de nominale vergoeding [4] . Het had gelet hierop en de betwisting door de vrouw op de weg van de man gelegen om deze bijzondere feiten en omstandigheden te stellen en te onderbouwen. Hiervan is de rechtbank niet gebleken. Dat het goed waarin is geïnvesteerd, later dan het moment van de kwijtschelding of het legaat, te gelde wordt gemaakt en er opnieuw wordt geïnvesteerd, maakt niet dat van de hoofdregel moet worden afgeweken.
[rekeningnummer 1] en/of saldo € 4,-
Onder deze lasten wordt verstaan de kosten voor: hypotheek (Achmea), energie (Vattenval), Vitens, KPN, verzekeringspremies die betrekking hebben op de woning (inboedel- en opstalverzekering) (Bloemendal Assurantiën), Zorgverzekering (VGZ), afvalheffing, gemeentelijke belastingen, Rabobank en Postcodeloterij.
7.De beslissing
- partijen geven binnen acht dagen na de datum van deze beschikking [bedrijf] de opdracht om de woning bindend te taxeren tegen de actuele waarde;
- ieder van partijen draagt de helft van de kosten van de taxatie;
- de man krijgt gedurende twee maanden nadat het taxatierapport is opgemaakt de gelegenheid om de vrouw schriftelijk en met bewijsstukken onderbouwd te berichten of hij de woning kan overnemen tegen de taxatiewaarde, waarbij:
€ 50.823,-aan de man toekomt, aan de vrouw zal vergoeden;
- indien de man tijdig te kennen geeft de woning toegedeeld wenst te krijgen, wordt deze aan hem toegedeeld, onder de opschortende voorwaarde dat hij aan de vrouw de helft van de hierna te noemen ‘overwaarde’ vergoedt en zorgdraagt voor haar ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire leningen
- indien de man de woning kan overnemen onder voornoemde voorwaarden dient de levering van de woning aan de man plaats te vinden binnen één maand, nadat de man de vrouw binnen de termijn van twee maanden na het opmaken van het taxatierapport schriftelijk heeft bericht dat hij de woning kan overnemen;
- de kosten van het notariële transport van de woning komen voor rekening van partijen;
- indien binnen of na verloop van de periode van twee maanden blijkt dat de man de woning niet kan overnemen dan wel deze niet binnen naar nogmaals een periode van een maand niet is geleverd aan de man, dient de woning te worden verkocht en geleverd aan een derde;
- partijen zullen dan uiterlijk binnen twee weken na de mededeling dat overname niet lukt, dan wel binnen twee weken nadat de termijn voor levering is verstreken, gezamenlijk opdracht tot verkoop geven aan de makelaar die de taxatie heeft verricht;
- indien partijen niet uiterlijk binnen deze termijn gezamenlijk een verkoopopdracht hebben gegeven aan de makelaar, is ieder van partijen afzonderlijk bevoegd deze makelaar - mede als vertegenwoordiger van de ander - opdracht tot verkoop te geven;
- partijen zullen in onderling overleg met de makelaar de vraagprijs, die dient te zijn gebaseerd op de woningmarkt ter plaatse en de kwaliteit van de woning, bepalen;
- indien partijen er niet binnen twee weken na de opdrachtverlening aan de makelaar in slagen om gezamenlijk de vraagprijs te bepalen, zal de makelaar de woning te koop mogen aanbieden tegen een marktconforme vraagprijs;
- partijen zullen in overleg met de makelaar de verkoopovereenkomst aangaan met degene die de hoogste prijs biedt indien en voor zover die prijs volgens beide partijen de best mogelijke prijs is. In het geval partijen het niet eens kunnen worden over de vraag of een aanbod de best mogelijke prijs is, dan zal de makelaar dit bindend kunnen bepalen;
- als de verkoopprijs bindend is vastgesteld zijn beide partijen verplicht hun medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning;
- na verkoop moeten met de verkoopopbrengst de hypothecaire geldleningen worden afgelost en de aan de verkoop verbonden kosten worden betaald;
- van het restant komt uiterlijk op het moment van de notariële overdracht aan de man eerst toe het vergoedingsrecht van
- het restant dat daarna overblijft moeten partijen bij helfte delen, dan wel voor zover er een restschuld ontstaat, moeten zij ieder de helft daarvan dragen;
€ 744,50 + € 15.500,30 + € 9.511,- + p.m.;
€ 15.426,- + € 49.883,- + € 2.434,- + € 2.500,- + € 2.000,- + p.m.;
€ 2,-toekomt;
€ 50.823,-aan de man dient te worden uitgekeerd;