Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2793

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
ak_25_2562
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling mate van arbeidsongeschiktheid bij WIA-uitkering na ME/CVS en long covid

Eiseres, werkzaam als boekhoudkundig medewerker, werd door het UWV op grond van de WIA gedeeltelijk arbeidsgeschikt verklaard met een arbeidsongeschiktheid van 37,68% per 19 december 2024. Eiseres betwistte deze vaststelling vanwege haar ernstige klachten door ME/CVS bij long covid en de ziekte van Lyme, waaronder cognitieve problemen en vermoeidheid, en stelde dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft.

De rechtbank heeft de medische en arbeidskundige rapporten beoordeeld, waaronder die van de primaire arts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De medische grondslag is als juist en voldoende gemotiveerd beoordeeld, waarbij de verzekeringsarts rekening hield met de beperkingen, maar oordeelde dat eiseres wel degelijk in staat is om bepaalde functies te vervullen. De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiseres geschikt is voor diverse functies, waarbij ook het opleidingsniveau van eiseres werd vastgesteld op niveau 6.

De rechtbank vond geen aanleiding om af te wijken van de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid en zag geen noodzaak tot benoeming van een onafhankelijke deskundige. Het beroep is daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van 37,68% arbeidsongeschiktheid door het UWV wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2562

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres,

gemachtigde: mr. J.L. Wittensleger,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen(UWV ),
gemachtigde: mr. C. Lubberts.

Procesverloop

1.1
Bij besluit van 13 februari 2025 heeft het UWV eiseres vanaf 19 december 2024 op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) een loongerelateerde uitkering in verband met werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) toegekend. Eiseres is daarbij 62,61% arbeidsongeschikt geacht.
1.2
Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van
20 augustus 2025 op het bezwaar van eiseres heeft het UWV het besluit van 13 februari 2025 in zoverre herroepen dat de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres met ingang van 19 december 2024 wordt vastgesteld op 37,68%.
1.3
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4
De rechtbank heeft het beroep op 14 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, vergezeld door [naam], de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.

Totstandkoming van het bestreden besluit

2. Eiseres is vanaf 14 juni 2021 werkzaam geweest als boekhoudkundig medewerker voor gemiddeld 24 uur per week in dienst van Persoonality Payrolling B.V. Op 22 december 2022 heeft eiseres zich ziek gemeld. Na het einde van haar arbeidscontract heeft eiseres een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) ontvangen. Eiseres heeft het UWV verzocht haar een WIA-uitkering toe te kennen. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft besluitvorming plaatsgevonden, zoals vermeld onder 'Procesverloop'.

Standpunten van partijen

3.1
Het UWV stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat eiseres met haar beperkingen nog steeds werk kan verrichten. Met dit werk zou eiseres 37,68% minder kunnen verdienen dan haar maatman, in dit geval een gezonde boekhoudkundig medewerker voor gemiddeld 24 uur per week. Het UWV heeft hierbij gewezen op het rapport van 28 juli 2025 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en het rapport van 6 augustus 2025 van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.
3.2
Eiseres stelt dat zij volledig (en duurzaam), dan wel meer arbeidsongeschikt is als gevolg van de beperkingen die zij dagelijks ondervindt als gevolg van haar klachten. Eiseres is bekend met vele klachten en beperkingen als gevolg van (onder andere) ME/CVS bij long covid en de ziekte van Lyme, waardoor zij te maken heeft met geheugenverlies, cognitieve problemen, ernstige vermoeidheidsklachten, prikkelgevoeligheid. Zij is de draad snel kwijt, is dyslectisch, snel overbelast, begint te trillen bij overbelasting, kan geen diepte meer zien, heeft chronische krampaanvallen etc. Verder is eiseres bekend met PEM. Na geringe inspanning ervaart zij vermoeidheid die niet in verhouding is met de verrichte inspanning. PEM kan even aanhouden (dagen, weken, maanden, maar ook blijvend). Alle handelingen in het leven moet eiseres gedoseerd doen. Zij is oververmoeid en verkeert in een kwetsbaar evenwicht. Eiseres stelt dat zij geen benutbare mogelijkheden (GBM) heeft. De beperkingen die eiseres ondervindt zijn veel omvattender dan in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) zijn opgenomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft onvoldoende rekening gehouden met haar beperkingen als gevolg van ME/CVS en Long Covid. Eiseres heeft gewezen op de medische informatie die zij in bezwaar heeft overgelegd. Uit de brief van de Vermoeidheidskliniek van 18 juni 2025 blijkt dat na onderzoek de diagnose ME/CVS bij long covid syndroom is gesteld. De daarbij gebruikte onderzoeksmethoden zijn door deskundige Van der Meer valide en geschikt bevonden. Hierbij heeft eiseres gewezen op rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). [1] Eiseres heeft tevens gewezen op de brief van 3 november 2025 van neuroloog Vijverberg van het VUMC te Amsterdam. De conclusie luidt: “’Vroege symptomen bij Alzheimer pathologie bij positieve AD biomarkers en bij positieve familie-anamnese".
Eiseres acht zich gelet op haar beperkingen en de functieomschrijvingen met de daarbij behorende belasting, niet in staat de geduide functies te vervullen. Eiseres heeft gewezen op rechtspraak van de CRvB [2] , waarin is geoordeeld dat het UWV toereikend dient te motiveren waarom de geduide functies passend zijn. Daarbij moet niet alleen naar de afzonderlijk belastingspunten van de functies worden gekeken, maar ook naar de totaalbelasting van de functies.
Eiseres kan de geduide functies niet uitoefenen vanwege haar trage verwerkingssnelheid, overwegend laaggemiddeld werktempo, geheugenproblemen (lage score op verbaal geheugen), prikkelgevoeligheid, etc.
Met betrekking tot de aanpassing van het opleidingsniveau door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in de rapportage van 6 augustus 2025, heeft eiseres opgemerkt dat het opleidingsniveau ten onrechte is aangepast. Eiseres heeft geen Havo-diploma, geen
VWO-diploma en geen HBO-diploma behaald. Derhalve is ten onrechte een extra functie geduid (functie archiefmedewerker (SBC-code 553020).
Eiseres heeft de rechtbank onder verwijzing naar rechtspraak van de CRvB [3] verzocht een onafhankelijk deskundige te benoemen.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres met ingang van 19 december 2024 heeft vastgesteld op 37,68%. De rechtbank doet dit aan de hand van wat eiseres in beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep niet slaagt.
De medische grondslag
5. De belastbaarheid van eiseres op de datum in geding is op navolgbaar gemotiveerde wijze weergegeven in de rapporten van de primaire arts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
5.1
In haar rapport van 31 januari 2025 heeft de primaire arts vastgesteld dat eiseres zich ziek heeft gemeld wegens een COVID-19 infectie. Eiseres is vanuit het verleden bekend met restklachten op basis van de ziekte van Lyme. Eiseres heeft fysieke klachten (spierzwakte, gewrichtspijnen, onrustige benen en krampen), cognitieve klachten (hersenmist, slecht geheugen, moeite met concentreren, toename van dyslexie en ontstaan van dyscalculie, niet meer kunnen multitasken), prikkelgevoeligheid (zowel voor geluid als voor licht), vermoeidheid, PEM, in wisselende mate moeite hebben met scherp- en diepte zien, oorsuizen, slecht slapen door een actief brein (en het horen van geluiden die er niet zijn) en duizeligheidsklachten. Aan de hand van de anamnestisch verkregen informatie, de in het dossier aanwezige gegevens en de bevindingen bij onderzoek/observatie heeft de primaire arts geconcludeerd dat er sprake is van ziekte c.q. stoornis, waardoor het aannemelijk is dat er beperkingen aanwezig zijn ten aanzien van het verrichten van arbeid. Eiseres is aangewezen op werkzaamheden in een relatief rustige werkomgeving (qua auditieve prikkels) en/of eiseres dient een groot deel van de werkdag gebruik te kunnen maken van gehoorsbescherming/noise-canceling. Tevens is eiseres aangewezen op werkzaamheden waarin geen groot beroep op flexibiliteit wordt gedaan, zonder veelvuldige deadlines of een continu dwingend hoog handelingstempo. Daarnaast zijn er beperkingen ten aanzien van conflicthantering, intensief cliënt/patiëntcontact en leidinggevende aspecten. Indien er sprake is van felle verlichting die niet gedimd kan worden, dient eiseres een zonnebril te kunnen dragen. Eiseres is tevens beperkt ten aanzien van energetische belastbaarheid. Langdurig lopen/staan, hoog frequent en belast traplopen en klimmen dienen vermeden te worden. Alle zware krachtfuncties zijn beperkt vooral qua piekbelastingen. Een urenbeperking (4/20) wordt op medische gronden noodzakelijk geacht en wel vanwege de volgende indicatie: energetische reden in verband met moeheid, pijn en/of concentratieverlies, passende bij het post covid syndroom. De primaire arts heeft een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld.
5.2
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in haar rapport van 28 juli 2025 geconcludeerd dat er medische argumenten zijn om af te wijken van het oordeel van de primaire arts. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft vastgesteld dat na datum in geding bij eiseres de diagnose ME/CVS bij loncovidsyndroom is gesteld bij de Vermoeidheidskliniek. Er zal nadere diagnostiek volgen naar mogelijke vroeg-dementie in verband met een belaste familieanamnese. Er is terecht niet uitgegaan van een situatie van volledig ontbreken van arbeidsmogelijkheden, aangezien de arbeidsmogelijkheden van eiseres niet passen in een situatie van geen benutbare mogelijkheden. De primaire arts heeft in grote lijnen in voldoende mate rekening gehouden met de klachten van eiseres. Er is geen medische noodzaak voor een verdere arbeidsduurbeperking conform de betreffende standaard. De aangenomen beperkingen ten aanzien van de werktijden acht de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende. Eiseres ervaart weliswaar veel meer belemmeringen, echter haar ervaren belemmeringen zijn niet volledig herleidbaar tot de gediagnosticeerde aandoeningen. Ook het dagverhaal is erg beperkt, maar op basis van de aandoeningen is niet aannemelijk dat eiseres zo weinig zou kunnen. Als haar man er niet is, doet zij ook meer. Daaruit blijkt dat zij het wel kan. Bij de Vermoeidheiskliniek is vastgesteld dat er geen sprake is van POTS, de problemen die eiseres ervaart bij opstaan zijn derhalve niet geobjectiveerd en niet medisch verklaarbaar. De extreme vermoeidheid die zij claimt, ook na geringe inspanning, is niet plausibel. Eiseres geeft namelijk tegelijk ook aan dat zij constant heel erg moe is, ongeacht wat zij doet. En vanwege deze (en haar andere) klachten zijn al vele beperkingen aangenomen waardoor het werk fysiek en mentaal weinig belastend is. Dat soort licht werk kan zij halve dagen verrichten. Er is geen grond voor een verdere arbeidsduurbeperking. Ook niet op basis van verminderde beschikbaarheid of op preventieve gronden, omdat meer werken zou leiden tot schade aan de gezondheid.
Er is geen grond om eiseres beperkt te achten ten aanzien van de items 1.1 tot en met 1.7 uit de rubriek persoonlijk functioneren. Er is immers geen sprake van een ernstige aandoening waardoor eiseres in het dagelijks leven hierin beperkt is. Tijdens het medisch onderzoek primair en in bezwaar kon eiseres langer dan een half uur haar aandacht bij het gesprek houden. Verder kan zij naar eigen zeggen dagen later nog controleren of het klopt wat ChatGPT geschreven heeft naar aanleiding van haar kernwoorden en de opdracht die zij geformuleerd heeft. Dat duidt erop dat haar geheugen goed functioneert. Eiseres gaf ook aan diverse apps te gebruiken als geheugensteun. Blijkbaar lukt het haar om de werking van meerdere apps te leren, te onthouden en toe te passen. Ook dat past bij een normaal functionerend geheugen en leermogelijkheden. Eiseres is goed in staat om oplossingen te bedenken en toe te passen. Zij heeft dus voldoende inzicht in haar eigen kunnen en zij blijkt prima in staat tot doelmatig en zelfstandig handelen, ook in arbeid. Vanuit haar aandoeningen ziet de verzekeringsarts bezwaar en beroep ook geen grond om haar handelingstempo in het dagelijks leven beperkt te achten. Wél in werk, zoals primair is aangegeven.
Met haar prikkelgevoeligheid is bij de primaire beoordeling voldoende rekening gehouden. Op basis van alle beschikbare informatie en de eigen onderzoeksbevindingen acht de verzekeringsarts bezwaar en beroep eiseres ook ten aanzien van andere stresserende factoren voldoende beperkt met de gegeven beperkingen. Eiseres kan adequaat antwoord geven op de vragen. Zegt weliswaar enkele keren de vraag kwijt te zijn, maar de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft geen duidelijke woordvindingsstoornissen waargenomen. Evenmin zijn er aanwijzingen voor verminderde emotionele stabiliteit waardoor extra beperkingen nodig zouden zijn. Vanuit haar ziektebeeld is niet te verklaren waarom eiseres niet zelfstandig kan reizen. Haar gemachtigde gaf aan dat eiseres zelf op de fiets naar het UWV kantoor was gekomen. Vanwege de vermoeidheid en de prikkelgevoeligheid acht de verzekeringsarts bezwaar en beroep het wel aannemelijk dat beroepsmatig vervoer beperkt dient te worden. Ten aanzien van de rubriek fysieke omgevingseisen acht de verzekeringsarts bezwaar en beroep eiseres aanvullend beperkt ten aanzien van zware beschermingsmiddelen aangezien dat fysiek (extra) belastend is. Voor de prikkelgevoeligheid voor geluiden is in deze rubriek geen aanvullende beperking aan de orde. Het item geluidsbelasting (3.6) ziet toe op een beperking ten aanzien van harde geluiden terwijl eiseres juist aangaf last te hebben van zachte geluiden als het tikken van een klok. Wat betreft de hand-vingerbewegingen is er geen grond voor een aanvullende beperking. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft wel geobserveerd dat er wisselend sprake is van een trillende hand links, maar tegelijk gebruikt eiseres haar handen normaal tijdens het onderzoek. In de Vermoeidheidskliniek werden geen afwijkingen aan de vingers/handen beschreven en bleek een normale handknijpkracht aanwezig. Bij eiseres is ook geen specifieke medische aandoening vastgesteld aan haar spieren of gewrichten. Wel passen de ervaren belemmeringen bij de gestelde diagnoses, maar er is geen sprake van een structurele afwijking aan haar spieren en gewrichten. Dat maakt dat kan worden volstaan met beperkingen ten aanzien van de rubrieken vier en vijf die maken dat het werk fysiek niet zwaar is. Dat is met de eerder gegeven beperkingen in voldoende mate gedaan.
5.3
Dat eiseres zwaardere beperkingen zegt te hebben, betekent niet zonder meer dat ook meer beperkingen moeten worden aangenomen. Van belang is immers niet alleen wat eiseres ervaart, maar wat objectief medisch als gevolg van ziekte of gebrek aan beperkingen is vast te stellen. De FML bevat beperkingen en er is geen reden om aan te nemen dat deze beperkingen niet voldoende zijn. Eiseres heeft geen medische gegevens in geding gebracht waaruit blijkt dat op de datum in geding meer of andere beperkingen aangenomen hadden moeten worden. De rechtbank acht verder van belang dat zowel de primaire arts als de verzekeringsarts bezwaar en beroep eiseres hebben gezien en gesproken op hun spreekuur. Tevens heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische informatie van behandelaars en het door eiseres opgestelde dagverhaal in haar beoordeling betrokken. De rechtbank is niet gebleken dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een onjuist beeld heeft gehad van de diverse aandoeningen van eiseres of dat zij aspecten van de gezondheidstoestand van eiseres heeft gemist.
5.4
Ten aanzien van de brief van 3 november 2025 van neuroloog Vijverberg van het VUMC te Amsterdam heeft het UWV ter zitting terecht opgemerkt dat dit niet ziet op de datum in geding, 19 december 2024. Pas in september 2025 is vastgesteld dat bij eiseres sprake is van vroege symptomen bij Alzheimer pathologie. Eiseres heeft zich inmiddels toegenomen arbeidsongeschikt gemeld. De rechtbank ziet in de brief van de neuroloog geen aanleiding te concluderen dat hiervoor op de datum in geding al beperkingen aangenomen hadden moeten worden.
5.5
Gelet op het vorenstaande, mocht het UWV bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres uitgaan van de belastbaarheid van eiseres, zoals vastgelegd in de FML van 28 juli 2025.
5.6
Omdat de rechtbank geen aanleiding ziet te twijfelen aan de juistheid van de medische grondslag van het bestreden besluit, ziet de rechtbank geen aanleiding een deskundige te benoemen.
De arbeidskundige grondslag
6.1
Uitgaande van de FML 28 juli 2025 is het aannemelijk dat eiseres in staat is om de aan de schatting ten grondslag gelegde functies van archiefmedewerker (SBC-code 553020), administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100) en telefonist (centrale)/ medewerker callcenter (inbound) (SBC-code 315174), alsmede de reservefunctie telefonisch verkoper (outbound) (SBC-code 315173) te vervullen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in het rapport van 6 augustus 2025 en het resultaat functiebeoordeling uitgelegd waarom eiseres geschikt is voor deze functies. De eisen voor de functies en de belastbaarheid van eiseres zijn met elkaar vergeleken. Wanneer bij deze vergelijking is gesignaleerd dat de belastbaarheid van eiseres mogelijk wordt overschreden, heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep voldoende gemotiveerd dat de functies toch passend zijn. Ook de totaalbelasting van de functies heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep onderzocht. Hij heeft daarmee de geschiktheid voldoende overtuigend toegelicht.
6.2
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft het opleidingsniveau van eiseres in bezwaar alsnog vastgesteld op opleidingsniveau 6. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft hierbij opgemerkt dat eiseres diploma's heeft behaald voor HAVO, VWO en HBO. Dit heeft zij immers vermeld in haar curriculum vitae (cv). De rechtbank ziet geen aanleiding de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hierin niet te volgen. Niet valt in te zien dat eiseres deze opleidingen heeft vermeld op haar cv, hoewel zij, zoals zij in deze procedure heeft verklaard, deze niet zou hebben afgerond. Eiseres moet dan ook worden geacht te voldoen aan de opleidingseisen voor de geduide functies.

Conclusie en gevolgen

7. Het voorgaande betekent dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per 19 december 2024 terecht heeft vastgesteld op 37,68%.
8. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
9. Omdat het beroep ongegrond is, krijgt eiseres het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Koster, rechter, in aanwezigheid van W. Veldman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de (tussen)uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 17 juli 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:992, rechtsoverweging 4.2 en volgende.
2.Zie de uitspraak van de CRvB van 12 oktober 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AY9976.
3.Zie de uitspraak van de CRvB van 30 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2226.