Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2792

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
ak_25_1160
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.3.5 Wmo 2015Art. 2.3.2 Wmo 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag huishoudelijke hulp op grond van Wmo 2015 wegens gebruikelijke hulp

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor huishoudelijke hulp in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle heeft deze aanvraag afgewezen, mede op basis van een medisch advies waarin werd vastgesteld dat eiser zelf in staat is lichte huishoudelijke taken te verrichten. Daarnaast is vastgesteld dat de inwonende dochter en schoonzoon van eiser de lichte en zware huishoudelijke taken kunnen uitvoeren, wat onder gebruikelijke hulp valt.

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit en vervolgens beroep ingesteld. Hij stelde dat het medisch advies onjuist en onzorgvuldig was, dat zijn privacy werd geschonden en dat het college discriminerend handelde. Ook vorderde hij een schadevergoeding en een boete. Het college handhaafde het besluit en voerde aan dat de huishoudelijke taken door huisgenoten kunnen worden verricht en dat het medisch advies correct was.

De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft vastgesteld dat eiser met gebruikelijke hulp van zijn dochter en schoonzoon zijn beperkingen kan opvangen en dat daarom geen maatwerkvoorziening nodig is. De aangevoerde bezwaren van eiser leiden niet tot een andere conclusie. Klachten over privacy kunnen bij de gemeente worden ingediend, maar vormen geen grond voor toekenning van een schadevergoeding of boete.

Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en er wordt geen schadevergoeding toegekend. Eiser krijgt ook het griffierecht niet terug.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1160

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van Zwolle,

gemachtigde: N.J.J. Massier.

Procesverloop

1.1
Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft het college eisers aanvraag om Thuisondersteuning (huishoudelijke hulp) afgewezen.
1.2
Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar aangetekend. Met het bestreden besluit van
10 maart 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij dit besluit gebleven.
1.3
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4
De rechtbank heeft het beroep op 12 september 2025 op zitting behandeld. De gemachtigde van het college heeft hieraan deelgenomen. Eiser is met berichtgeving niet verschenen.
1.5
Omdat de rechter die de zaak op zitting heeft behandeld in verband met langdurige afwezigheid wegens ziekte geen uitspraak kon doen in deze zaak, heeft de rechtbank het onderzoek heropend en de zaak aan een opvolgend rechter toebedeeld. De rechtbank heeft partijen vervolgens meegedeeld dat de opvolgend rechter voorlopig van oordeel is dat het niet nodig is om in deze zaak opnieuw een zitting te houden. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld mee te delen of zij behandeling van het beroep op een nadere zitting willen. Partijen hebben de rechtbank meegedeeld in te stemmen met het achterwege laten van een nadere zitting. Daarbij hebben zij nog nadere stukken in geding gebracht. De rechtbank heeft deze stukken aan partijen toegezonden en hen in de gelegenheid gesteld aan te geven of zij alsnog een nadere zitting willen. De rechtbank heeft binnen de gestelde termijn geen bericht ontvangen van partijen. Daarop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Totstandkoming van het bestreden besluit

2. Eiser heeft een aanvraag gedaan op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) voor huishoudelijke hulp bij licht huishoudelijk werk in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB). Het college heeft [bedrijf] verzocht medisch advies uit te brengen. Op 22 oktober 2024 is gerapporteerd door medisch adviseur/ verzekeringsarts [naam]. Vervolgens heeft besluitvorming plaatsgevonden, zoals vermeld onder 'Procesverloop'.

Standpunten van partijen

3.1
Het college stelt zich op het standpunt dat geen ondersteuning op grond van de Wmo 2015 nodig is. Het college heeft hierbij gewezen op het medische advies van 22 oktober 2024 van [bedrijf]. Hieruit blijkt dat er voor de lichte huishoudelijke taken geen medische grondslag is. De medisch adviseur heeft vastgesteld dat eiser zelf nog in staat is om de lichte huishoudelijke taken te doen. In april 2022 heeft eiser ook een aanvraag ingediend voor zware en lichte huishoudelijke werkzaamheden. Het Sociaal Wijkteam heeft toen samen met eiser en zijn inwonende meerderjarige dochter vastgesteld dat deze huishoudelijke werkzaamheden door eisers dochter kunnen worden uitgevoerd. Dit valt onder gebruikelijke hulp, die huisgenoten ten opzichte van elkaar geven. Eiser en zijn dochter konden zich hier toen in vinden. Inmiddels is ook eisers schoonschoon inwonend. Ook hij is gezond en kan deze werkzaamheden doen. De medisch adviseur neemt daarom aan dat zij, nu zij de zware huishoudelijke werkzaamheden al doen, ook in staat zijn om het lichte huishoudelijk werk te doen.
De medisch adviseur heeft op 16 oktober 2024 geen telefonisch contact gehad met de consulent, maar wel met eiser. Dit is een verschrijving in het rapport van de medisch adviseur. Eiser heeft volgens de medisch adviseur afgezien van zijn inzage- en blokkeringsrecht.
3.2
Eiser stelt dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. Het college had het medisch advies niet ten grondslag mogen leggen aan het besluit. Het medisch advies bevat onjuistheden. Het inzage- en blokkeringsrecht is niet ter sprake gekomen. Ook over zijn inwonende kinderen staan er dingen in die niet juist zijn. Er staan ook dingen in die ernstig in strijd zijn met eiseres gezondheid, bijvoorbeeld dat hij geen paracetamol zou gebruiken en dat hij kan reizen met de trein, dus dat hij ook wel licht huishoudelijk werk zou kunnen doen. In het rapport is vermeld dat de consulent op dezelfde dag als de dag van het onderzoek een gesprek met de medisch adviseur zou hebben gehad. Het college beweert nu dat het om een typefout zou gaan. In het rapport staat geschreven dat eiser samen met de consulent het ondersteuningsplan zou hebben opgesteld, terwijl eiser dit niet heeft gedaan, want hij had juist gevraagd om het medische advies te onderzoeken. Eiser heeft een klacht ingediend bij het Medisch Tuchtcollege. Eiser stelt dat het medisch advies niet van de medisch adviseur afkomstig is, omdat eiser het medisch advies ook niet heeft gekregen.
Verder stelt eiser dat het college de fraudelijst heeft geraadpleegd bij zijn vorige aanvragen voor een pgb. Dit hebben ze ook in deze zaak gedaan, vandaar dat het college de medisch adviseur had gebeld om over het medisch advies te praten en het medisch advies niet aan eiser is opgestuurd, maar eiser het via het college heeft ontvangen. Het raadplegen van de fraudelijst is in strijd met de privacywet en is discriminerend.
Eiser heeft er op gewezen dat al in 2019 een medisch advies is gegeven voor het huishoudelijk werk. Voor het lichte huishoudelijke werk was niet opnieuw een medisch rapport en medisch advies nodig. Het aantal uren moest naar aanleiding van het medisch advies van 2019 uitgebreid worden, want sinds dit rapport heeft eiser de consulent gevraagd om een uitbreiding voor het licht huishoudelijk werk. Eiser stelt dat niet per aandoening een nieuw medisch advies kan worden geven. Daarom heeft het medisch advies van 22 oktober 2024 geen invloed op het besluit.
Eiser heeft verzocht om vergoeding van zijn geleden schade, namelijk het mislopen van een pgb voor het licht huishoudelijke werk, die per augustus 2022 zou moeten ingaan. Ook heeft eiser verzocht het college te willen veroordelen tot het betalen van een boete wegens het schenden van de privacywet en wegens discriminatie.
3.3
Het college ziet in het aangevoerde geen aanleiding zijn standpunt te wijzigen. Eiser voert in beroep niet aan waarom hij huishoudelijke ondersteuning voor licht huishoudelijk werk nodig heeft. Ook voert hij niet aan waarom de werkzaamheden niet door zijn inwonende dochter en schoonzoon kunnen worden verricht. De stelling dat niet duidelijk is of het medisch advies wel van de medisch adviseur afkomstig is, volgt het college niet. [bedrijf] heeft op verzoek van het college onderzoek gedaan en advies uitgebracht. Het advies is vervolgens in de besluitvorming betrokken. Nadien is er intern en bij [bedrijf] navraag gedaan over hetgeen eiser heeft aangevoerd over de procedurele gang van zaken. Van hetgeen eiser stelt is niet gebleken. Hetgeen wordt aangevoerd werpt geen ander licht op de zaak. De stelling van eiser met betrekking tot het raadplegen door het college van
een fraudelijst en het opvragen van informatie bij Justitie lopende de aanvraagprocedure is onjuist en nergens op gebaseerd. Hiervan is geen sprake geweest.

Beoordelingskader

4. Op grond van artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015 beslist het college tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven

Beoordeling door de rechtbank

5. Tussen partijen is in geschil of het college eiser terecht op grond van de Wmo 2015 ondersteuning bij het huishouden heeft geweigerd. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt hiertoe als volgt.
5.1
Vast staat dat in de woning waarin eiser woont tevens eisers dochter en haar echtgenoot wonen. De rechtbank is van oordeel dat het college heeft kunnen vaststellen dat eisers dochter en haar echtgenoot de lichte en zware huishoudelijke taken kunnen doen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eisers dochter en haar echtgenoot hebben geweigerd medewerking te verlenen aan een onderzoek naar hun mogelijkheden om gebruikelijke hulp te verlenen. Ook neemt de rechtbank daarbij in aanmerking dat uit het rapport van de medische adviseur blijkt dat bij een onderzoek een jaar eerder in het kader van de Wmo 2015 is vastgesteld dat eisers dochter in staat is de zware huishoudelijke taken te doen. Niet valt in te zien dat zij niet ook in staat zou zijn tot het doen van de lichte huishoudelijk taken. Bovendien is sedertdien ook de echtgenoot van eisers dochter inwonend geworden. Ook hij kan gebruikelijke hulp verlenen.
5.2
Gelet op het voorgaande, heeft het college zich op het standpunt kunnen stellen dat ook al zou er behoefte zijn aan ondersteuning bij licht huishoudelijk werk, dat ondervangen kan worden met gebruikelijke hulp van eisers dochter en haar echtgenoot.
5.3
Nu eiser in staat moet worden geacht met gebruikelijke hulp beperkingen bij het doen van de lichte en zware huishoudelijke taken weg te nemen, heeft het college terecht vastgesteld dat eiser niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp op grond van de Wmo 2015.
5.4
Hetgeen eiser overigens heeft aangevoerd, kan niet tot een andere conclusie leiden.
Dat het college mogelijk medische gegevens heeft gedeeld zonder eisers toestemming is voor het geschil niet relevant. Eiser kan zich met een klacht hierover wenden tot de gemeente. Voor het opleggen van een boete aan het college geen juridische grondslag. Eiser heeft die ook niet genoemd.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
7. Omdat het beroep ongegrond is bestaat er geen aanleiding voor toekenning van een schadevergoeding of voor een proceskostenveroordeling. Ook krijgt eiser het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Koster, rechter, in aanwezigheid van
W. Veldman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.