ECLI:NL:RBOVE:2026:277

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
11920674 \ CV EXPL 25-3163
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering factuur en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen na verstek

Intercash vordert betaling van een openstaande factuur van gedaagde, die niet binnen de gestelde termijn een conclusie van antwoord heeft ingediend. Ondanks uitstel tot 16 december 2025, werd de conclusie pas op 17 december ontvangen, waarna de kantonrechter verstek verleende.

De kantonrechter liet de te late conclusie van antwoord buiten beschouwing omdat gedaagde geen bewijs leverde van tijdige verzending en er geen bijzondere omstandigheden waren die de overschrijding rechtvaardigden. Hierdoor werd gedaagde geacht niet te zijn verschenen in de procedure.

De vordering van Intercash werd inhoudelijk beoordeeld en grotendeels toegewezen, inclusief wettelijke rente over de periode van 26 maart tot 26 september 2025 en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten conform artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten.

Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente over de verschuldigde bedragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de factuur, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten na verstek.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11920674 \ CV EXPL 25-3163
Vonnis van 20 januari 2026
in de zaak van
de vennootschap onder firma
INTERCASH,
gevestigd in Kampen,
eisende partij,
hierna te noemen: Intercash,
gemachtigde: mr. J. Tukker,
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam [bedrijf],
wonende in [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.

1.Waar deze zaak over gaat

Intercash vordert betaling van een factuur door [gedaagde]. [gedaagde] heeft niet binnen de voorschreven termijn een conclusie van antwoord genomen. De kantonrechter verleent tegen [gedaagde] verstek en wijst de vordering van Intercash grotendeels toe.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, uitgebracht op 9 oktober 2025,
- het tegen [gedaagde] verleende verstek,
- de conclusie van antwoord die is ingediend buiten de termijn.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De beoordeling

Te laat genomen proceshandeling
3.1.
[gedaagde] heeft de kantonrechter verzocht hem uitstel te verlenen voor het nemen van een conclusie van antwoord. De kantonrechter heeft [gedaagde] uitstel verleend tot
16 december 2025. De griffie van de rechtbank heeft de conclusie van antwoord op
17 december 2025 ontvangen.
3.2.
Intercash heeft bezwaar gemaakt tegen inname van de conclusie van antwoord, omdat [gedaagde] de conclusie van antwoord niet tijdig heeft ingediend en hierdoor het recht op het nemen van deze proceshandeling door [gedaagde] is vervallen.
3.3.
De kantonrechter heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om bewijs te overleggen dat hij de conclusie van antwoord, zoals door hem gesteld, op 15 december 2025 aan de rechtbank heeft toegestuurd. [gedaagde] heeft geen bewijs overlegd. Ook is de kantonrechter niet gebleken van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat [gedaagde] de termijn heeft overschreden. De kantonrechter zal de conclusie van antwoord hierom buiten beschouwing laten. Dat betekent dat [gedaagde] niet is verschenen in deze procedure.
Inhoudelijke beoordeling na verstek
3.4.
Intercash heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
3.5.
De vordering komt de kantonrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal dus worden toegewezen, met uitzondering van hetgeen hierna is bepaald.
3.6.
De kantonrechter zal de gevorderde wettelijke rente over de periode vanaf 26 maart 2025 tot en met 26 september 2025 toewijzen voor zover op de wet gegrond. De kantonrechter zal daarom een bedrag van € 49,48 toewijzen.
3.7.
De vordering van buitengerechtelijke incassokosten moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Intercash heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Intercash heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 137,90 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal ook worden toegewezen zoals gevorderd.
3.8.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Intercash worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
123,73
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
135,00
(1 punt × € 135,00)
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
666,23
3.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Intercash te betalen een bedrag van € 919,36, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW met ingang van 26 maart 2025 tot en met 26 september 2025 van € 49,48, en te vermeerderen met de wettelijke handelsrente met ingang van 27 september 2025 tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Intercash te betalen een bedrag van € 137,90 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro als de buitengerechtelijke kosten niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 666,23, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026. (hg)