ECLI:NL:RBOVE:2026:269

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
05.152281.25 (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkeersongeval met dodelijke afloop door onoplettendheid van bestuurder

Op 22 januari 2026 heeft de Rechtbank Overijssel uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die op 18 november 2024 betrokken was bij een verkeersongeval in Zwolle, waarbij een fietser, [slachtoffer 2], om het leven kwam. De rechtbank heeft de verdachte schuldig bevonden aan het veroorzaken van dit ongeval door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. De verdachte reed met een snelheid tussen de 76 en 79 kilometer per uur, terwijl de maximumsnelheid 70 kilometer per uur was. Bovendien gebruikte hij tijdens het rijden zijn mobiele telefoon en was hij afgeleid door een kop thee. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte niet voldoende aandacht had voor het overige verkeer, wat leidde tot de fatale aanrijding met de fietser die op dat moment een rood verkeerslicht negeerde. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke rijontzegging van 12 maanden, met een proeftijd van drie jaar. De uitspraak is gedaan na een openbare terechtzitting op 8 januari 2026, waar zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten hebben gepresenteerd. De rechtbank heeft de ernst van het feit en de impact op de nabestaanden van het slachtoffer in overweging genomen bij het bepalen van de straf.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 05.152281.25 (P)
Datum vonnis: 22 januari 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats],
wonende aan [woonplaats].

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 januari 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. J.H. Rump, advocaat in Zwolle, naar voren is gebracht.
Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de door [slachtoffer 1], bijgestaan door mr. J.L. van Schoonhoven, voorgedragen slachtofferverklaring.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte als bestuurder van een personenauto op 18 november 2024 in Zwolle:
primair:een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, waardoor de heer [slachtoffer 2] is overleden;
subsidiair:de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden waardoor gevaar voor anderen te duchten was;
meer subsidiair:zijn snelheid onvoldoende heeft aangepast om zijn voertuig tijdig te stoppen.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 18 november 2024 te Zwolle in de gemeente Zwolle, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), rijdende over de weg de Oldeneelallee, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl een bestuurder van een fiets de Oldeneelallee overstak,
- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiel elektronisch apparaat (een mobiele telefoon) heeft vastgehouden en/of de mobiele telefoon meerdere keren heeft gebruikt en/of bediend en/of was afgeleid door een kop thee en/of,
- (daarbij) niet (voortdurend) de controle over het door hem bestuurde voertuig heeft gehouden en/of niet of onvoldoende heeft geanticipeerd op het voor hem rijdende verkeer en/of zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast en/of
- zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad en/of
- heeft gereden met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 70 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer gelegen tussen 76 kilometer per uur en de 79 kilometer per uur en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van de door haar bestuurde personenauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die fiets en/of de bestuurder van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurder van die fiets ten val is gekomen, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft
plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd: [slachtoffer 2]) werd gedood;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 18 november 2024 te Zwolle in de gemeente Zwolle, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto),rijdende over de weg de Oldeneelallee, terwijl een bestuurder van een fiets de Oldeneelallee overstak,
- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiel elektronisch apparaat (een mobiele telefoon) heeft vastgehouden en/of de mobiele telefoon meerdere keren heeft gebruikt en/of bediend en/of afgeleid door een kop thee en/of,
- (daarbij) niet (voortdurend) de controle over het door hem bestuurde voertuig heeft gehouden en/of niet of onvoldoende heeft geanticipeerd op het voor hem rijdende verkeer en/of hem snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast en/of
- zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad en/of
- heeft gereden met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 70 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer gelegen tussen 76 kilometer per uur en de 79 kilometer per uur en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van de door haar bestuurde personenauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die fiets en/of de bestuurder van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurder van die fiets ten val is gekomen, en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon
worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in
de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 18 november 2024 te Zwolle als bestuurder van een voertuig (personenauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Oldeneelallee, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die fiets en/of de bestuurder van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurder van die fiets ten val is gekomen.

3.De bewijsmotivering

3.1
Inleiding
Op 18 november 2024 heeft er omstreeks 07:07 uur een verkeerongeval plaatsgevonden tussen een personenauto en een fietser op de kruising Oldeneelallee, Gerenweg en Nipkowstraat in Zwolle. Het slachtoffer, [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]), is kort na het ongeval op 37-jarige leeftijd overleden. Verdachte wordt verweten schuldig te zijn aan het veroorzaken van dit verkeersongeval.
3.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het primaire ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Het verkeersgedrag van verdachte kan worden bestempeld als aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam, waardoor sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994).
3.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Er is sprake geweest van enkele momenten van onoplettendheid, maar er waren geen omstandigheden die zodanige aandacht vergden dat dit als zeer onvoorzichtig kan worden aangemerkt. De raadsvrouw refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde. Het meer subsidiair ten laste gelegde kan volgens de raadsvrouw worden bewezen.
3.4
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte bekent dat hij een verkeersongeval heeft veroorzaakt. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de WVW 1994 en zo ja, in welke mate.
Het juridische kader
Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid van verdachte. Daarbij komt het aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarbij geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in eerder genoemde zin.
De feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op basis van het dossier de volgende feiten en omstandigheden vast. [1]
Verdachte reed op 18 november 2024 omstreeks 07:07 uur als bestuurder van een Renault Traffic over de Oldeneelallee in Zwolle en naderde het kruispunt van de Oldeneelallee, Gerenweg en Nipkowstraat. [2] Het was op dit tijdstip nog donker buiten en het regende. [3] Het kruispunt is geregeld door middel van verkeerslichten. Op het moment dat verdachte de stopstreep van het verkeerslicht passeerde, straalde het verkeerslicht 0,1 seconden geel licht uit. [4] Uit de indicatieve snelheidsberekening volgt dat verdachte het kruispunt naderde met een snelheid tussen de 76 tot 79 kilometer per uur, wat hoger is dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 70 kilometer per uur. [5] Uit de analyse van de verkeersregelinstallatie volgt dat het ongeval rond 07:07:28 plaatsvond. [6]
Voor de aanrijding is om 07:06:05,3 de drukknop voor de fietsersoversteek geactiveerd, zeer waarschijnlijk door [slachtoffer 2]. [7] Het verkeerslicht straalde rood licht uit toen [slachtoffer 2] overstak naar de middenberm en vervolgens aan zijn tweede oversteek begon. Op de middenberm is geen verkeerslicht aanwezig voor fietsers. Het parallelle voetgangerslicht waar hij zicht op kan hebben gehad, straalde rood licht uit. [8]
Verdachte verklaart dat hij op de weg van het kruispunt ervan uitging dat hij niet heel alert hoefde te zijn en niet naar links en rechts hoefde te kijken, omdat de auto voor hem 50 meter verderop reed en hij er (nu het stoplicht voor hem op groen stond) niet van uitging dat er iemand zou oversteken. [9] Op het moment dat hij de kruising naderde nam hij een slok thee of reikte hij naar zijn kopje. Hierdoor draaide hij zijn hoofd weg en was hij afgeleid. Op het moment dat verdachte zijn hoofd terugdraaide zag hij ineens een fietser voor zijn auto en kon hij naar eigen zeggen niet meer remmen. [10]
Verdachte verklaart bovendien dat hij tijdens het rijden zijn telefoon heeft bediend. [11] Uit de onderzoeksgegevens van zijn telefoon volgt dat hij omstreeks 07:06:53 uur WhatsApp heeft opgestart en tussen 07:07:04 uur en 07:07:30 uur 47 keer zijn scherm heeft aangeraakt. [12]
Als gevolg van het verkeersongeval is [slachtoffer 2] komen te overlijden. Uit het schouwverslag volgt dat zijn letsel past bij een hoogenergetisch trauma door een aanrijding. [13]
De beoordeling
Schuld
Gelet op het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de omstandigheden waaronder die gedragingen hebben plaatsgevonden, is de rechtbank van oordeel dat het verkeersongeval aan de schuld van verdachte te wijten is in de zin van artikel 6 WVW 1994. Verdachte heeft terwijl hij een kruispunt naderde zijn telefoon intensief gebruikt en was hij afgeleid door een kop thee. Hij reed bovendien met een hogere snelheid dan toegestaan. Deze opeenstapeling van risicovolle handelingen wijzen naar het oordeel van de rechtbank op onoplettend en onvoorzichtig verkeersgedrag. Temeer nu hij een groot kruispunt naderde en de weersomstandigheden donker en regenachtig waren, diende hij aandacht te hebben voor overige verkeersdeelnemers en zijn snelheid zodanig te minderen dat hij in staat was om te anticiperen en reageren op ander verkeer. Daarbij geldt dat altijd rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat een andere verkeersdeelnemer een verkeersfout maakt.
Verdachte heeft de fietser [slachtoffer 2] niet op tijd gezien, waardoor er een aanrijding heeft plaatsgevonden en [slachtoffer 2] is overleden.
Mate van schuld
De rechtbank is van oordeel dat de combinatie van de hierboven beschreven gedragingen van verdachte als aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig verkeersgedrag kunnen worden aangemerkt. Dat [slachtoffer 2] zelf ook een verkeersfout heeft gemaakt door het rode verkeerslicht te negeren, doet daaraan niet af.
Conclusie
De rechtbank acht gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan.
3.5
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 18 november 2024 te Zwolle in de gemeente Zwolle, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), rijdende over de weg de Oldeneelallee, aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl een bestuurder van een fiets de Oldeneelallee overstak,
- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiel elektronisch apparaat (een mobiele telefoon) heeft vastgehouden en de mobiele telefoon meerdere keren heeft bediend en was afgeleid door een kop thee en,
- ( daarbij) niet of onvoldoende heeft geanticipeerd op het voor hem rijdende verkeer en/of zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast en
- zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gehad en
- heeft gereden met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 70 kilometer per uur, namelijk met een snelheid gelegen tussen 76 kilometer per uur en de 79 kilometer per uur en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van de door haar bestuurde personenauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en in aanrijding is gekomen met die fiets en de bestuurder van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurder van die fiets ten val is gekomen, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd: [slachtoffer 2]) werd gedood;
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 6 en 175 van de WVW 1994. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood.

5.De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

6.De op te leggen straf of maatregel

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het primair ten laste gelegde feit, waarbij de officier van justitie uitgaat van aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag, wordt veroordeeld tot een taakstraf van 200 uren (bij niet verrichten te vervangen door 100 dagen hechtenis) en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 10 maanden.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit om in het geval van een veroordeling te volstaan met de oplegging van een geldboete.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De aard en ernst van het feit
Verdachte heeft zich op 18 november 2024 op de Oldeneelallee schuldig gemaakt aan verkeersgevaarlijk gedrag, door de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 70 kilometer per uur met 6 tot 9 kilometer per uur te overschrijden, tijdens het rijden zijn telefoon te gebruiken en een kop thee te pakken en daardoor zijn aandacht niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer te hebben. Een en ander heeft geresulteerd in een ernstig verkeersongeval met zeer grote gevolgen. De op dat moment de Oldeneelallee overstekende fietser ([slachtoffer 2]) is als gevolg van het ongeval overleden.
Het spreekt voor zich dat het overlijden van [slachtoffer 2] onherstelbaar leed en verdriet (heeft) veroorzaakt bij zijn nabestaanden. Dit is ook gebleken uit de ter zitting door zijn vrouw voorgedragen slachtofferverklaring. Zij heeft op indrukwekkende en invoelbare wijze naar voren gebracht welke gevolgen het overlijden van [slachtoffer 2] op haar leven en het leven van hun twee nog zeer jonge kinderen heeft. Ook het grote aantal familieleden en vrienden dat aanwezig was tijdens het onderzoek ter terechtzitting laat zien dat [slachtoffer 2] geliefd was en wordt gemist.
De rechtbank is zich er ten volle van bewust dat geen enkele strafrechtelijke reactie het verdriet en het gemis van de nabestaanden kan compenseren.
Tegelijkertijd neemt de rechtbank bij de strafoplegging in aanmerking dat de gevolgen van het ongeval niet bepalend zijn voor het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt. Dit wordt bepaald door het handelen (of nalaten) van verdachte, bezien in het licht van de overige omstandigheden van het ongeval. Tot die omstandigheden behoort ook dat het verkeersongeval mede is veroorzaakt door een verkeersfout van [slachtoffer 2], door wie bij het oversteken een rood verkeerslicht is genegeerd.
De persoon van verdachte
Verdachte was ten tijde van het ongeval 26 jaar. Hij heeft in het verleden verkeersboetes ontvangen, maar is niet eerder veroordeeld voor een soortgelijk feit. In het verlengde daarvan wordt hij door de rechtbank als een jonge verdachte en als ‘first offender’ beschouwd.
De rechtbank neemt verder in ogenschouw dat het ongeval ook op verdachte een grote impact heeft gehad. Tijdens zowel het sociale verhoor bij de politie als het onderzoek ter terechtzitting kwam aan de orde dat het ongeval en de gevolgen daarvan hem veel bezighouden en dat hij worstelt met het besef dat iemand tijdens het ongeval waarbij hij betrokken was om het leven is gekomen. Verdachte neemt tot op heden deel aan therapiesessies om hiermee om te kunnen gaan.
Ten tijde van het ongeval was verdachte werkzaam als zelfstandige. Na het ongeval heeft verdachte een aantal weken niet kunnen werken. Inmiddels is hij in loondienst werkzaam als loodgieter.
Hoewel verdachte in eerste instantie bij de politie heeft ontkend zijn telefoon tijdens het rijden te hebben gebruikt, heeft hij uiteindelijk openheid van zaken gegeven. Daarnaast heeft hij tijdens het onderzoek ter terechtzitting spijt betuigd richting de nabestaanden van het slachtoffer.
De strafoplegging
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank de landelijke oriëntatiepunten voor overtreding van artikel 6 WVW 1994 tot uitgangspunt genomen. Indien sprake is van aanmerkelijke schuld aan een verkeersongeval met het overlijden van het slachtoffer tot gevolg, zonder dat de bestuurder alcohol heeft gebruikt, is het oriëntatiepunt een taakstraf van 240 uren, gecombineerd met een onvoorwaardelijke rijontzegging van een jaar.
De rechtbank ziet in het hiervoor overwogene aanleiding om een lagere taakstraf op te leggen. Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf van 180 uren passend en geboden, bij niet verrichten te vervangen door 90 dagen hechtenis.
Naast deze taakstraf legt de rechtbank aan verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid op voor de duur van een jaar. De rechtbank kiest ervoor deze rijontzegging geheel voorwaardelijk op te leggen, aangezien aannemelijk is geworden dat verdachte van het ongeval heeft geleerd en daarnaast is komen vast te staan dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft om zijn werk te kunnen uitoefenen.

7.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en artikel 179 WVW 1994.

8.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood.
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
180 (honderdtachtig) uren;
- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
90 (negentig) dagen;
-
ontzegtverdachte
voorwaardelijkde
bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigenvoor de duur van
12(
twaalf) maanden met een proeftijd van 3 (drie) jaren;
- De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
- stelt als
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.K. Huisman, voorzitter, mr. G.H. Meijer en mr. R.J. Postma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y.W. van den Bosch en mr. E.A.N. Sjerps, griffiers, en is in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit de digitaal genummerde pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024542589. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
2.Het proces-verbaal aanrijding misdrijf, pagina 5 tot en met 6.
3.Het proces-verbaal van FO Verkeer van 11 april 2025, pagina 107 tot en met 108.
4.Het proces-verbaal analyse VRI data, pagina 48 tot en met 49.
5.Het proces-verbaal analyse VRI data, pagina 49 tot en met 50.
6.Het proces-verbaal analyse VRI data, pagina 51.
7.Het proces-verbaal analyse VRI data, pagina 48 tot en met 49.
8.Het proces-verbaal analyse VRI data, pagina 51.
9.Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 145.
10.Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 18.
11.De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 januari 2026.
12.Het proces-verbaal veiligstellen/onderzoek digitale gegevens van Apple iPhone 15, pagina 129 tot en met 132.
13.Het schouwverslag van slachtoffer [slachtoffer 2] van 18 november 2024, opgemaakt door [naam 1] en [naam 2].