Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2687

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
ak_25_1700
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 29 Verordening gemeentelijke begraafplaatsen Zwolle 2014Besluit inzake ambtshalve verminderen van waterschapsbelastingen en gemeentelijke belastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen aanslag begraafplaatsrechten voor onderhoud urnengraf

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag begraafplaatsrechten van €147 voor het jaar 2025, omdat hij meende dat het betreffende urnengraf niet goed werd onderhouden. Hij vorderde terugbetaling van aanslagen vanaf 1986. De heffingsambtenaar stelde dat de aanslag een bijdrage is voor het algemene onderhoud van de begraafplaats, zoals paden, groen en waterpartijen, en niet specifiek voor het individuele graf.

De rechtbank oordeelde dat uit artikel 29 van Pro de Verordening gemeentelijke begraafplaatsen Zwolle 2014 volgt dat de aanslag mede bedoeld is voor het onderhoud van de begraafplaats als geheel. Belanghebbende had onvoldoende onderbouwd dat het algemene onderhoud niet plaatsvindt of dat de heffingsambtenaar onrechtmatig handelde. Bovendien zijn eerdere aanslagen niet tijdig aangevochten en derhalve onherroepelijk vastgesteld.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor belanghebbende geen recht heeft op terugbetaling of vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter L.M. Rijksen en griffier R.M. Timmerman. Belanghebbende kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag begraafplaatsrechten wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1700

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van het GBLT, de heffingsambtenaar

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 13 mei 2025.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor het jaar 2025 een aanslag Begraafplaatsrechten betreffende jaarlijks onderhoud particulier (urnen)graf opgelegd van € 147,-.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de aanslag gehandhaafd.
1.3.
Belanghebbende heeft op 24 juli 2025 aanvullende gronden van beroep ingediend.
1.4.
De heffingsambtenaar heeft op 1 mei 2026 een verweerschrift ingediend.
1.5.
Belanghebbende heeft op 6 mei 2026 en 11 mei 2026 nadere stukken ingediend.
1.6.
De rechtbank heeft het beroep op 13 mei 2026 ter zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen belanghebbende en namens de heffingsambtenaar mr. K.M.H. de Boer.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar het bezwaar van belanghebbende terecht ongegrond heeft verklaard. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het standpunt van belanghebbende
4. Belanghebbende is het niet eens met de opgelegde aanslag, omdat hij van mening is dat het graf (zelf) niet (goed) wordt onderhouden. Belanghebbende vordert daarom terugbetaling van de betaalde aanslagen vanaf 1986.
Het standpunt van de heffingsambtenaar
5. De heffingsambtenaar stelt primair - zij het eerst in het verweerschrift - dat onderhoud wordt gepleegd aan de begraafplaats als zodanig. De aanslag is een bijdrage voor onder meer de kosten van onderhoud van paden, wegen, groenopstanden, waterpartijen en de directe omgeving van de desbetreffende grafvakken en uitdrukkelijk niet een specifieke bijdrage voor onderhoud, specifiek en alleen van het betreffende graf(recht).
Voorts wijst de heffingsambtenaar onder meer op het Besluit inzake ambtshalve verminderen van waterschapsbelastingen en gemeentelijke belastingen (hierna: het Besluit). Daaruit volgt dat vernietiging van de aanslagen die in het verleden aan belanghebbende zijn opgelegd alleen en onder voorwaarden - waaraan thans niet is voldaan - mogelijk is met terugwerkende kracht hooguit tot belastingjaar 2023. Eerdere, nimmer door belanghebbende (tijdig) aangevochten aanslagen zijn daarmee onherroepelijk komen vast te staan.
Het oordeel van de rechtbank
6. Artikel 29 van Pro de Verordening gemeentelijke begraafplaatsen Zwolle 2014 luidt als volgt:
1. Het college zorgt voor:
·het algemene onderhoud van de begraafplaats, waaronder begrepen het
schoonhouden van de urnenmuur en galerij ten behoeve van de
galerijgraven;
·aanplanten van een graf;
·het onderhoud van deze aangebrachte beplanting;
·het vervangen van de beplanting;
·een behoorlijke ligging en stand van het gedenkteken.
2. Voor de genoemde zorg wordt van de rechthebbende of belanghebbende jaarlijks een onderhoudsrecht geheven.
3. Bij de uitgifte of verlenging van het uitsluitend recht is de rechthebbende
verplicht de onderhoudsrechten voor een zelfde periode af te kopen, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten.
4. Het is niet toegestaan dat de rechthebbende of belanghebbende zelf beplanting op het graf aanbrengt.
5. Op verzoek van de rechthebbende of belanghebbende kan het college zorgen voor het jaarlijks schoonmaken van het gedenkteken.
In de bij de Verordening horende toelichting staat met betrekking tot artikel 29 het Pro volgende:
Artikel 29
In dit artikel is duidelijk omschreven welk onderhoud van het graf de gemeente pleegt. Dit onderhoud van het graf heeft als doel de begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien te geven. Zowel de rechthebbende als de belanghebbende betaalt een onderhoudsrecht. De rechthebbende moet het te betalen onderhoud in principe bij de uitgifte of verlenging van het uitsluitend recht direct voor dezelfde periode afkopen. Als dit niet is gedaan, is afkoop gedurende de uitgiftetermijn ook mogelijk. Het aantal jaar van afkoop is dan maximaal het aantal jaar dat de uitgiftetermijn nog bestrijkt. De belanghebbende betaalt het onderhoud jaarlijks.
Lid 4: Voor de aanplant van het graf kan de rechthebbende of belanghebbende in overleg met beheerder een keuze maken uit standaard beplanting.
7. Zoals de heffingsambtenaar terecht stelt, volgt uit de tekst van artikel 29 van Pro de Verordening gemeentelijke begraafplaatsen Zwolle 2014 en de bijbehorende toelichting dat de aanslag die voor het onderhoud van het graf aan belanghebbende jaarlijks wordt opgelegd niet enkel dient voor het onderhoud van een specifiek graf, maar mede voor de begraafplaats als geheel. Belanghebbende heeft gesteld noch onderbouwd, ook niet met de door hem overgelegde foto's, dat de begraafplaats als geheel niet onderhouden wordt respectievelijk dat de heffingsambtenaar voor wat betreft zijn grafrecht handelt in strijd met bovengenoemde bepaling en toelichting. De beroepsgrond slaagt daarom niet. Alle eerder opgelegde aanslagen zijn door belanghebbende nimmer in rechte aangevochten en staan daarmee onherroepelijk vast. Wat de heffingsambtenaar voorts naar voren heeft gebracht hoeft daarom geen bespreking.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt. Hij krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van
mr. R.M. Timmerman, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.