ECLI:NL:RBOVE:2026:2601
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen inhouding bijstandsuitkering wegens terugvordering alimentatie
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Enschede om maandelijks € 67,27 in te houden op haar bijstandsuitkering vanwege een openstaande schuld van € 559,39, voortvloeiend uit een terugvordering van € 759,39 uit 2021.
Eiser stelde dat de schuld was kwijtgescholden en dat de wettelijke grondslag van het terugvorderingsbesluit was vervallen door een beschikking van de familierechter die de alimentatie nihil stelde met terugwerkende kracht. De rechtbank oordeelde dat het terugvorderingsbesluit onherroepelijk was omdat er destijds geen bezwaar was gemaakt en dat de nihilstelling pas per 1 december 2021 inging, terwijl de terugvordering betrekking had op de periode van maart tot juli 2021.
De rechtbank concludeerde dat het college terecht de inhouding toepaste, mede omdat eiser sinds april 2022 alimentatie had ontvangen die deels aan de terugvorderingsperiode kon worden toegerekend. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg het betaalde griffierecht niet terug.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de maandelijkse inhouding op de bijstandsuitkering wegens een resterende vordering uit 2021.