Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
einduitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
Samenvatting
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.E.G.M. ten Kate, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering, die door het UWV werd afgewezen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat het besluit in strijd was met de artikelen 3:3 en 7:12 van de Awb vanwege een gebrek aan motivering omtrent de beperking voor verhoogd persoonlijk risico (item 1.8.6 van de FML).
Het UWV heeft vervolgens aanvullende rapportages van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ingediend, waarin deels werd teruggekomen op de eerder gestelde algemene beperking. De arbeidsdeskundige achtte sommige functies ondanks het verhoogde risico toch geschikt, wat door eiseres werd bestreden.
De rechtbank concludeert dat het UWV het motiveringsgebrek niet heeft hersteld, met name omdat de algemene beperking voor verhoogd persoonlijk risico onverkort moet worden aangenomen. De functies waarbij sprake is van verbrandingsgevaar, zoals werken met een soldeerbout en epoxy, zijn niet geschikt voor eiseres. Het UWV wordt opgedragen binnen vier weken een nieuwe beslissing te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze beperkingen.
Daarnaast wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van de beperkingen voor verhoogd persoonlijk risico.