5.1.In artikel 3, vijfde lid, aanhef en onder c, van het Besluit geslachtsnaamswijziging is bepaald dat het verzoek wordt afgewezen, indien een ouder weigert in te stemmen met de verzochte geslachtsnaamswijziging van de minderjarige van twaalf jaren of ouder, tenzij deze minderjarige bij zijn instemming blijft.
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris terecht het beoordelingskader voor minderjarigen van twaalf jaar of ouder toegepast, nu [naam] ten tijde van de besluitvorming al twaalf jaar was geworden. De beroepsgrond van [eiser] over de onjuiste toepassing van artikel 3, vijfde lid, onder d, van het Besluit geslachtsnaamswijziging slaagt daarom niet. Dat artikellid heeft namelijk uitsluitend betrekking op minderjarigen jonger dan twaalf jaren.
7. [eiser] heeft zich op het standpunt gesteld dat een onjuiste toetsing van het criterium “samenleven in gezinsverband” heeft plaatsgevonden. De afwezigheid van een gezamenlijke inschrijving in de brp is niet gelijk aan het ontbreken van gezinsverband. Naar zijn mening heeft wel degelijk omgang en verzorging plaatsgevonden binnen de periode van vijf jaar voorafgaand aan het verzoek tot geslachtsnaamswijziging.
8. De rechtbank overweegt dat bij de beoordeling van de aanvraag van belang is of de moeder [naam] in een aaneengesloten periode van ten minste drie jaren onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek heeft verzorgd en opgevoed. [naam] woont sinds zijn geboorte op [geboortedatum] 2012 bij zijn moeder. Uit het procesdossier volgt verder dat [naam] sinds 1 april 2014 door zijn moeder wordt verzorgd en opgevoed. Voor zover [eiser] met het overleggen van foto's van hem en [naam] heeft bedoeld te betogen dat hij een rol in de verzorging heeft gehad, is deze rol naar het oordeel van de rechtbank niet zodanig dat daaruit moet worden afgeleid dat de moeder [naam] niet (alleen) heeft verzorgd en opgevoed. De moeder van [naam] voldoet naar het oordeel van de rechtbank aan de verzorgingstermijn.
9. Volgens [eiser] is de door de staatssecretaris uitgevoerde belangenafweging vaag en gebaseerd op eenzijdige verklaringen van de moeder en het kind. De verklaringen van [eiser] over zijn band met [naam] en zijn zorgen over ouderverstoting zijn niet inhoudelijk weerlegd. Daarnaast vindt [eiser] het onzorgvuldig om in een kwetsbare context een kinderverklaring zonder meer bepalend te achten. Volgens [eiser] heeft onvoldoende onderzoek naar de vrije en onbeïnvloede wilsvorming van het kind plaatsgevonden.
10. De rechtbank stelt vast dat uit de door [naam] ondertekende verklaring van 8 april 2025 blijkt dat [naam] weet van de bezwaren van [eiser], maar dat hij toch bij zijn wens blijft om zijn geslachtsnaam te wijzigen. De staatssecretaris heeft bij de afweging van belangen veel gewicht toegekend aan deze omstandigheid. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris tot deze belangenafweging kunnen komen. Hierbij is van belang dat de besluitgever in het Besluit geslachtsnaamswijziging expliciet ervoor heeft gekozen om van doorslaggevend belang te achten of een minderjarige van twaalf jaren of ouder bij zijn instemming blijft. Er zijn daarbij geen concrete aanwijzingen dat de verklaring van [naam] gevormd is door iets anders dan zijn eigen mening. Naar het oordeel van de rechtbank wordt voldaan aan de in het Besluit geslachtsnaamswijziging opgenomen voorwaarden en heeft de staatssecretaris alle relevante feiten en rechtstreeks betrokken belangen betrokken. De staatssecretaris heeft hierbij ook de door [eiser] gestarte juridische procedure meegewogen. Het rapport van het raadsonderzoek, gedateerd 27 november 2025, van de Raad voor de Kinderbescherming dateert weliswaar van na de besluitvorming, maar vormt naar het oordeel van de rechtbank een bevestiging van de omstandigheid dat [naam] de geslachtsnaamswijziging wenst en het besluit om het verzoek om geslachtsnaamswijziging op juiste gronden is toegewezen.
Motiveringsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel
11. Volgens [eiser] is het bestreden besluit in strijd met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel genomen. Uit het besluit blijkt niet dat de verklaringen en bewijsstukken van [eiser] daadwerkelijk zijn meegewogen, zoals contactmomenten via de grootmoeder, de WhatsApp-berichten en de foto’s van de omgangsmomenten.
12. In bestreden besluit II is overwogen dat de staatssecretaris de zienswijze heeft gelezen en de foto's heeft gezien en dat daaruit het beeld naar voren komt dat [eiser] graag betrokken wil blijven bij [naam]. De staatssecretaris heeft deze betrokkenheid voor de besluitvorming echter van onderschikt belang geacht, aangezien [naam] bij zijn wens om zijn geslachtsnaam te wijzigen blijft. Uit wat [eiser] in dit kader heeft aangevoerd, kan naar het oordeel van de rechtbank geen strijd met het motiveringsbeginsel of het zorgvuldigheidsbeginsel worden afgeleid. Uit bestreden besluit II volgt op welke motivering dit besluit gebaseerd is en van onzorgvuldigheden daarbij is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank ziet, anders dan [eiser] heeft betoogd, geen aanknopingspunten voor het oordeel dat bestreden besluit II niet objectief en onpartijdig tot stand is gekomen.