ECLI:NL:RBOVE:2026:2552
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing geslachtsnaamswijziging minderjarige ondanks bezwaar vader
De moeder van een minderjarige zoon heeft een aanvraag ingediend voor wijziging van de geslachtsnaam van haar zoon, die inmiddels twaalf jaar oud is, van de naam van de vader naar haar eigen naam. De staatssecretaris heeft dit verzoek toegewezen, waarbij is meegewogen dat de moeder de zoon gedurende minimaal drie jaar heeft verzorgd en opgevoed en dat de zoon instemt met de naamswijziging.
De vader heeft bezwaar gemaakt tegen deze toewijzing en beroep ingesteld bij de rechtbank. Hij betoogde onder meer dat de toetsing onjuist was, dat er sprake was van een onjuiste belangenafweging en dat het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel niet was nageleefd. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris het juiste toetsingskader heeft toegepast en dat de belangenafweging zorgvuldig is gemaakt, waarbij de instemming van de minderjarige van twaalf jaar of ouder doorslaggevend is.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het eerste bestreden besluit niet-ontvankelijk omdat dit besluit is vervangen door een wijzigingsbesluit. Het beroep tegen het tweede bestreden besluit wordt ongegrond verklaard. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak bevestigt dat de wens van de minderjarige en de verzorging door de moeder zwaar wegen bij de beoordeling van een geslachtsnaamswijziging.
Uitkomst: Het beroep tegen de toewijzing van de geslachtsnaamswijziging wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.