Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2544

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
C/08/343616 / JE RK 26-56
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling kinderen wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging en loyaliteitsconflict

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen voor zes maanden. De moeder verzoekt op grond van artikel 1:260 lid 2 BW Pro om verlenging voor een jaar. De kinderen wonen bij de vader en verkeren in een loyaliteitsconflict, waardoor zij geen contact hebben met de moeder en hun zusje.

Tijdens de zitting zijn de ouders, de GI en de kinderen gehoord. De kinderen ervaren spanning tussen de ouders en hebben weinig contact met de moeder. De GI constateert dat ondanks financiële afspraken, praktische afspraken en omgangsregelingen ontbreken. De kinderen hebben onvoldoende geprofiteerd van hulpverlening en de situatie blijft zorgelijk.

De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld omdat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd. De GI heeft het verzoek tot verlenging ingediend, waardoor de moeder niet bevoegd is om een langere verlenging te vragen. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd voor zes maanden en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen wordt verlengd voor zes maanden wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling en loyaliteitsconflict.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/343616 / JE RK 26-56
Datum uitspraak: 3 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming Overijssel,
de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Zwolle.
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. T.H. Westerhof-Dijkstra te Zwolle,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2].

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 januari 2026;
  • een bericht van de GI met bijlage, ontvangen op 20 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- [naam 1] en [naam 2] namens de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 februari 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 13 maart 2026. Bij deze beschikking heeft de kinderrechter ook een machtiging tot uithuisplaatsing verleend van [minderjarige 2] bij de gezaghebbende ouder tot 12 september 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Bij verzoekschrift van 13 januari 2026 had de GI verzocht om de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van negen maanden. Op de mondelinge behandeling heeft de GI haar verzoek gewijzigd naar een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden. In de afgelopen periode is het de ouders gelukt om afspraken te maken over financiële zaken. Dat heeft jaren geduurd. Maar nog steeds zijn er geen afspraken over de omgang en ook over de voorgenomen verhuizing van de vader met de kinderen zijn geen afspraken gemaakt. De vader heeft meegedeeld dat hij gaat verhuizen, maar dat is niet gegaan zoals dat normaliter gaat. De GI ziet dat dat gevolgen heeft voor het contact tussen de moeder en de kinderen. De kinderen zitten in een loyaliteitsconflict. De GI heeft gemerkt dat de kinderen weinig te maken willen hebben met de jeugdbeschermers en de hulpverlening. Zij hebben voorwaardes voor het contact met beiden. De GI is van mening dat het vooral aan de ouders is om een verandering teweeg te brengen in de situatie rondom de kinderen. In de komende periode wil de GI toewerken naar het vrijwillig kader.

4.De standpunten

4.1.
De moeder vraagt om op grond van artikel 1:260 lid 2 BW Pro om de ondertoezichtstelling voor een jaar te verlengen. De kinderen zeggen nog erg zorgelijke dingen en zij zitten nog ontzettend klem tussen beide ouders. De moeder vindt de situatie rondom de kinderen op dit moment nog te zorgelijk voor een verlenging van de ondertoezichtstelling van slechts zes maanden. De moeder acht stevige regie noodzakelijk. Ook in het verzoekschrift van de GI staat beschreven dat voortdurende regie nodig is omdat snel in oude patronen teruggevallen wordt. Hoewel er nu financiële afspraken zijn gemaakt, zijn er geen afspraken over diverse praktische zaken en het contact tussen de moeder en de kinderen. De moeder zou ook graag zien dat er een concrete omgangsregeling wordt gerealiseerd tussen [naam 3] en de kinderen. De ouders zullen nog starten met een mediationtraject met betrekking tot de door vader voorgenomen verhuizing met de kinderen. De kinderen zijn al langere tijd aan het vervreemden van de moeder. De moeder heeft enkel op sommige momenten contact met de kinderen over praktische zaken. De moeder wil graag aan de kinderen laten zien dat zij is veranderd. De moeder ziet dat de vader de band met de moeder niet bevordert. Bij de GI proeft de moeder dat zij hun handen ervan af trekken.
4.2.
De vader vindt het, als de GI dat noodzakelijk vindt, prima als de ondertoezichtstelling wordt verlengd voor de duur van zes maanden. Tegelijkertijd heeft de vader er niets aan. De vader ziet de jeugdbeschermers bijna niet en hij ontvangt geen handvatten. Ook de samenwerking met de hulpverlening loopt niet soepel. De vader wacht al sinds december 2025 op contact met [naam 4] van Pactum. Bij de kinderen ziet de vader niet dat er sprake is van een loyaliteitsconflict. De vader praat alleen maar positief over de moeder. Hij vindt het niet goed dat de kinderen geen contact hebben met de moeder en is bereid om de kinderen bijvoorbeeld naar de moeder te brengen. De vader wil graag een mediationtraject starten met de moeder om de verhuizing verder te bespreken.
4.3.
[minderjarige 1] merkt niet veel van de jeugdbeschermers. Hij spreekt ze niet vaak en als hij hen spreekt is dat pas net voor de rechtszaak. [minderjarige 1] merkt niet dat ze iets doen en het heeft voor hem dan ook geen nut als ze blijven. [minderjarige 1] vindt dat het goed gaat bij zijn vader. Bij zijn vader krijgt hij meer aansturing en zit hij meer beneden dan bij zijn moeder. [minderjarige 1] mag bij de vader nooit langer dan twee uur achter elkaar gamen. Bij de moeder gamede [minderjarige 1] vooral in de zomervakantie weleens vijftien uur per dag. Bij de moeder zat [minderjarige 1] vooral alleen boven. Hij kreeg minder aansturing bij de moeder. [minderjarige 1] is boos op wat zijn moeder heeft gedaan. Hij wil pas weer contact met haar als hij er klaar voor is. Hij heeft hierbij tijd en ruimte nodig. [minderjarige 1] wil graag contact met zijn zusje [naam 3] . Hij maakt zich zorgen om haar omdat hij bang is dat de moeder haar pijn doet. [minderjarige 1] is blij dat hij bijna naar het MBO kan. Daar zal hij de opleiding ‘small business’ gaan doen. [minderjarige 1] heeft geen PMT meer, maar hij kan wel goed praten met zijn bonusmoeder. [minderjarige 1] wil wel weer PMT, maar dan wel van dezelfde therapeut. Er zijn al te veel wisselingen geweest in hulpverleners.
4.4.
[minderjarige 2] ziet de jeugdbeschermers niet vaak. Ze heeft ook niet zoveel aan de jeugdbeschermers, maar ze zou wel willen dat ze blijven omdat ze met oplossingen kunnen komen. [minderjarige 2] denkt bijvoorbeeld dat de jeugdbeschermers een rol kunnen spelen in het contact met haar moeder. [minderjarige 2] heeft nu geen behoefte aan contact met haar moeder, maar ze heeft er wel last van als ze de moeder ziet. Later als [minderjarige 2] ouder is wil ze zelf contact opnemen met de moeder. [minderjarige 2] vindt het daarbij belangrijk dat de moeder haar keuzes accepteert zoals het wonen van [minderjarige 2] bij de vader. De jeugdbeschermer kan misschien ook een rol spelen in het contact met [minderjarige 2] zusje [naam 3] . [minderjarige 2] maakt zich zorgen om [naam 3] omdat ze bang is dat [naam 3] pijn heeft. Toen [minderjarige 2] dezelfde leeftijd had als [naam 3] nu heeft werd [minderjarige 2] door haar moeder mishandeld. [minderjarige 2] vindt het fijn dat ze tijdens paardencoaching kan vertellen over het verleden en hoe het met haar gaat. [minderjarige 2] is graag bij de paarden.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat er nog altijd sprake is van spanning tussen de ouders, de kinderen geen contact hebben met de moeder, de kinderen weinig tot geen contact hebben met hun zusje [naam 3] , de kinderen last hebben van persoonlijke problematiek en nog onvoldoende hebben geprofiteerd van de hulpverlening die hiervoor is ingezet.
5.3.
Ondanks de hulpverlening die is ingezet om de samenwerking tussen de ouders te verbeteren is het niet gelukt om hierin een positieve, blijvende verandering in aan te brengen. In de afgelopen periode is het de ouders gelukt om afspraken te maken over financiële zaken, maar dit is nog niet gelukt ten aanzien van diverse praktische zaken. Daardoor heerst er nog veel onrust. Ook geldt dat de kinderen al jarenlang opgroeien in de complexe scheidingssituatie van ouders die gepaard gaat met veel strijd en conflicten tussen de ouders. Dit heeft invloed op de kinderen nu zij de spanning tussen de ouders ook ervaren. De kinderen zitten hierdoor in een loyaliteitsconflict. De beide ouders zijn namelijk belangrijk voor hen, maar tegelijkertijd krijgen zij het gevoel dat ze moeten kiezen tussen de ouders.
5.4.
Op dit moment lijkt het erop dat de kinderen ‘gekozen’ hebben voor de vader. Zij wonen bij de vader en geven aan het hier goed te hebben. De kinderen hebben geen contact met de moeder. De beide kinderen geven hierover aan dat zij daar op dit moment ook geen behoefte aan hebben. De ervaringen die de kinderen in het verleden hebben opgedaan met de moeder lijken hier invloed op te hebben. De moeder heeft op zitting aangegeven dat zij is veranderd en graag contact wil met de kinderen. De kinderrechter is van mening dat het verstandig is dat er over enige tijd wel weer contact gaat plaatsvinden tussen de moeder en de kinderen. Door het gebrek aan contact met de moeder kunnen de kinderen zich nu niet spiegelen aan de moeder. Daarbij merkt de kinderrechter op dat het noodzakelijk is dat het proces naar het contact met de moeder zorgvuldig wordt doorlopen. De kinderen hebben namelijk al best een tijd geen contact met de moeder en een situatie waarbij er wel weer contact is met de moeder zal een grote verandering zijn voor de kinderen. Net als Pactum is de kinderrechter van mening dat er tijd nodig is voor contactherstel tussen moeder en de kinderen. De kinderrechter verwacht dat de GI in de komende periode gaat werken aan het contactherstel tussen de moeder en de kinderen en dat zij het voorgaande daarbij in acht neemt.
5.5.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat gezamenlijke afstemming erg moeilijk is voor de ouders.
5.6.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van zes maanden.
De moeder heeft verzocht de ondertoezichtstelling voor een langere duur te verlengen dan nu door de GI verzocht is.
Uit artikel 1:260 lid 2 BW Pro blijkt echter dat de GI in de eerste plaats de bevoegdheid heeft om verlenging van de ondertoezichtstelling te vragen. Pas in het geval dat de GI géén verzoek doet om de ondertoezichtstelling te verlengen, is een ouder bevoegd een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling te doen. Die situatie doet zich hier niet voor.
Ondanks het voorgaande begrijpt de kinderrechter wel dat de moeder vraagt om een langere verlening van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter ziet namelijk dat de kinderen nog op meerdere gebieden ernstig worden bedreigd in hun ontwikkeling. De kinderrechter verwacht dan ook dat er bij een eventuele voorgenomen beëindiging van de ondertoezichtstelling zorgvuldig door de Raad voor de Kinderbescherming en de GI wordt gekeken naar het belang van de kinderen.
5.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 13 september 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026 door mr. D.E. Schaap, kinderrechter, in aanwezigheid van M.E. Sijnstra als griffier, en op schrift gesteld op 17 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.