ECLI:NL:RBOVE:2026:2498
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering schadevergoeding door UWV wegens ontbreken appellabel besluit
Eiseres verzocht het UWV om een schadevergoeding wegens onzorgvuldige behandeling van haar medische gegevens in het kader van een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Het UWV wees dit verzoek af bij besluit van 3 januari 2025. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van het UWV tot weigering van schadevergoeding geen appellabel besluit is, zodat het beroep niet-ontvankelijk is. Daarnaast heeft de rechtbank het beroep mede opgevat als een verzoek op grond van artikel 8:88 Awb Pro tot vergoeding van immateriële schade. De rechtbank concludeerde echter dat de handelwijze van het UWV, het niet aangetekend verzenden van medische stukken, geen besluit of onrechtmatige handeling in de zin van artikel 8:88 Awb Pro betreft.
De rechtbank is daarom niet bevoegd om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding. Er is geen sprake van een onrechtmatig besluit, een handeling ter voorbereiding daarvan, het niet tijdig nemen van een besluit, noch een andere onrechtmatige handeling zoals bedoeld in de Awb. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt niet toegewezen.
De rechtbank wijst ook een proceskostenveroordeling af en vergoedt het griffierecht niet. De uitspraak is gedaan door rechter Oude Aarninkhof en griffier Veldman op 8 mei 2026 te Almelo.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van schadevergoeding is niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbank is onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om immateriële schadevergoeding.