Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2496

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
ak_25_2156
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:22 AwbWet werk en inkomen naar arbeidsvermogenAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling WIA-uitkering en arbeidsongeschiktheidspercentage van 51,22%

Eiseres, werkzaam als hulp in de huishouding, werd per 11 januari 2024 51,22% arbeidsongeschikt verklaard door het UWV en kreeg een WIA-uitkering toegekend. Zij betwistte dit besluit en voerde aan dat haar beperkingen werden onderschat, met name vanwege een ernstige psychische stoornis en knieklachten.

De rechtbank beoordeelde de beroepsgronden en concludeerde dat eiseres weliswaar ernstige psychische klachten heeft, maar niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. De verzekeringsartsen hadden de beperkingen zorgvuldig vastgesteld, rekening houdend met haar persoonlijke functioneren en medische situatie. De knieklachten waren volgens de rechtbank niet meer beperkend op de datum van beoordeling.

Hoewel de motivering over de rijvaardigheid onvoldoende inzichtelijk was, leidde dit niet tot benadeling van eiseres, omdat de functies waarin autorijden vereist is niet doorslaggevend waren voor het arbeidsongeschiktheidspercentage. De rechtbank wees het beroep af, veroordeelde het UWV in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan eiseres wordt vergoed.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het UWV-besluit tot toekenning van een WIA-uitkering met 51,22% arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2156

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. H.A. van der Kleij),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. C. Lubberts).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het UWV om eiseres in aanmerking te brengen voor een WIA [1] -uitkering, waarbij eiseres 51,22% arbeidsongeschikt is geacht. Eiseres is het hier niet mee eens en zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank deze zaak.
1.1
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit op een onderdeel niet goed is gemotiveerd, maar dat het beroep toch niet slaagt, omdat met de juiste motivering een besluit met gelijke uitkomst zou zijn genomen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1
In het besluit van 22 maart 2024 heeft het UWV met ingang van 11 januari 2024 niet in aanmerking gebracht voor een WIA-uitkering.
2.2
Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het besluit van 30 juni 2025 (bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar gegrond verklaard en aan eiseres per 11 januari 2024 een WIA-uitkering toegekend, waarbij eiseres 51,22% arbeidsongeschikt is geacht.
2.3
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.4
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.5
De rechtbank heeft het beroep op 20 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, P.J. Heitink, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.
2.6
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om het UWV in de gelegenheid te stellen een ontbrekend stuk aan het dossier toe te voegen en enkele vragen van de rechtbank te beantwoorden.
2.7
Het UWV heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt en een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 9 december 2025 ingediend.
2.8
Eiseres heeft op 14 januari 2026 gereageerd.
2.9
Nadat geen van partijen desgevraagd te kennen heeft gegeven behoefte te hebben aan een nadere zitting, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres werkte als hulp in de huishouding voor ongeveer 28 uur per week. Op 13 januari 2022 heeft eiseres zich ziekgemeld. Na het doorlopen van de wachttijd heeft zij een WIA-uitkering aangevraagd. In dat kader heeft het UWV verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek verricht. Dat heeft geleid tot de besluitvorming zoals in de inleiding van deze uitspraak uiteen is gezet.

Standpunten van partijen

4.1
Volgens het UWV komt eiseres per 11 januari 2024 in aanmerking voor een WIA-uitkering. Het UWV acht eiseres 51,22% arbeidsongeschikt.
4.2
Eiseres stelt zich op het standpunt – samengevat weergegeven – dat het UWV haar beperkingen heeft onderschat. Zij is meer arbeidsongeschikt dan het UWV heeft aangenomen en zij meent dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Eiseres heeft het beroepschrift aangevuld met een door haarzelf opgesteld levensverhaal, dat zij eerder ook aan het UWV had verstrekt. Volgens eiseres heeft zij geen benutbare mogelijkheden, wegens disfunctioneren door een ernstige psychische stoornis. Ook is niet gemotiveerd waarom bij het vaststellen van de belastbaarheid van eiseres is afgeweken van de bevindingen van de door de bedrijfsarts ingeschakelde verzekeringsarts Özkan (Özkan) zoals weergegeven in het expertiseverslag van februari 2023. Zo geeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de rubriek ‘persoonlijk functioneren’ minder gewicht of reikwijdte aan de bestaande beperkingen. Ook heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de rubrieken ‘dynamische handelingen’ en ‘statische houdingen’ ten onrechte geen beperkingen aangenomen, terwijl de mate van herstel van de knieklachten daar geen aanleiding toe geeft. Özkan heeft in deze rubrieken tien beperkingen aangenomen. Eiseres wijst er verder op dat in de toelichting van de verzekeringsarts bezwaar en beroep bij item 6.3 een beperking is verborgen; het aantal haalbare uren per week is gesteld op maximaal 16 uur per week, zodat een gemiddelde van 20 uur per week per definitie niet mogelijk kan zijn. Eiseres verwijst in dit verband naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 februari 2007 (ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9153). Ook heeft eiseres aangevoerd dat de functies waarin zij een auto moet besturen niet passend zijn, omdat zij achter het stuur oververmoeid raakt, dan wel in slaap valt. Zij heeft in dit kader verwezen naar haar medicijngebruik en naar de informatie van PsyQ van 26 april 2024. Daarnaast roept autorijden voor eiseres extra veel spanning en angst op als gevolg van het feit dat zij een traumatisch auto-ongeval heeft meegemaakt. Tot slot verzoekt eiseres over te gaan tot het benoemen van een deskundige.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank beoordeelt of het UWV eiseres terecht per 11 januari 2024 een WIA-uitkering heeft toegekend die is gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 51,22%. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres in beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep niet slaagt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
5.1
De beroepsgrond dat eiseres in het geheel geen benutbare mogelijkheden heeft, omdat sprake is van disfunctioneren door een ernstige psychische stoornis slaagt niet. Hoewel uit het levensverhaal van eiseres blijkt dat zij ontzettend veel heeft meegemaakt en ernstige psychische klachten heeft gehad en nog heeft, betekent dit niet dat zij geen benutbare mogelijkheden had op de te beoordelen datum 11 januari 2024. Geen benutbare mogelijkheden is een juridische term die inhoudt dat de mogelijkheden om te functioneren zo gering zijn, dat iemand niet of nauwelijks zelfredzaam is, dus dat iemand niet meer zelfstandig kan functioneren. Er moet dan sprake zijn van een aandoening op grond waarvan sprake is van een volledig disfunctioneren op micro-, meso- en macroniveau. Uit de (medische) stukken blijkt duidelijk dat er beperkingen moeten worden vastgesteld op basis van psychische en energetische problematiek, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat zij op de datum in geding helemaal geen voor arbeid benutbare mogelijkheden had.
5.2
De beroepsgrond dat de beperkingen die de verzekeringsartsen van het UWV hebben aangenomen in de rubriek ‘persoonlijk functioneren’ niet toereikend zijn, slaagt ook niet. De verzekeringsartsen hebben acht geslagen op de informatie van de GZ-psycholoog, de belemmeringen die eiseres op psychisch vlak ervaart, de behandelingen die zijn aangewend en de multiproblematiek waar eiseres mee bekend is. Zij is in persoon onderzocht. In de rubriek ‘persoonlijk functioneren’ zijn vanwege de beperkingen van eiseres specifieke voorwaarden voor het persoonlijke functioneren in arbeid aangenomen. Eiseres is aangewezen op een voorspelbare werksituatie en zij kan niet of nauwelijks flexibel inspelen op sterk wisselende taakinhoud. Ook is zij aangewezen op een werksituatie zonder veelvuldige storingen en onderbrekingen en zonder veelvuldige deadlines en productiepieken, waarbij opgemerkt is dat zij wel gebaat is bij enkele deadlines, maar dan op eigen en op een lager niveau. De verzekeringsartsen hebben bij de beoordeling de situatie van eiseres op de datum in geding als uitgangspunt genomen. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat op dit onderdeel op de datum in geding verdergaande beperkingen aangenomen hadden moeten worden.
5.3
De rechtbank is van oordeel dat het UWV goed heeft gemotiveerd waarom op de datum in geding geen beperkingen meer hoeven worden aangenomen voor de knieproblemen van eiseres. Tijdens het spreekuur met de primaire arts op 5 februari 2024 heeft eiseres geen fysieke belemmeringen genoemd. Tijdens het spreekuur met de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft eiseres verteld dat het herstel van de operatie (van mei 2023) goed is verlopen, dat zij kan knielen én dat zij dit in 2024 ook al kon. Tijdens de zitting van de rechtbank heeft eiseres bevestigd dat zij, sinds zij hersteld is van de operatie, alles kan met haar knie, maar dat zij wel moet blijven opletten. Er is dan ook geen reden voor het oordeel dat het UWV beperkingen voor de knie had moeten aannemen op de datum in geding, 11 januari 2024. Dat Özkan wel beperkingen voor de knie heeft aangenomen is daarvoor niet doorslaggevend, reeds omdat hij eiseres heeft onderzocht in februari 2023, voorafgaand aan de operatie.
5.4
De beroepsgrond van eiseres over de verborgen toelichting in 6.3 slaagt niet. In de FML [2] is onder 6.3 opgenomen dat eiseres beperkt is en gemiddeld ongeveer 20 uur per week kan werken, namelijk maximaal 16 uur per week. Onder 6.4 is opgenomen dat eiseres op maximaal 4 dagen per week belastbaar is. Eiseres heeft gelijk dat uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep met nummer ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9153 volgt dat als de mogelijkheden van een uitkeringsgerechtigde tussen twee (standaard)waarden liggen, de verzekeringsarts bij het invullen van de FML moet uitgaan van de laagste waarde en dat een toelichting gegeven kan worden die betrekking heeft op de mogelijkheden van de uitkeringsgerechtigde boven de aangegeven waarde. Echter uit die uitspraak volgt ook dat niet op voorhand is uitgesloten dat in voorkomende gevallen, waarin gebruik is gemaakt van een FML met in toelichtingen verborgen beperkingen, (toch) aan de eisen van inzichtelijkheid en toetsbaarheid kan zijn voldaan. Van belang is uiteindelijk steeds of voor de betrokken verzekerde, voor eventuele rechtshulpverleners maar ook voor de rechter, de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling voldoende inzichtelijk en toetsbaar is. In het onderhavige geval is alleen sprake van een in de toelichting opgenomen extra beperking onder 6.3. Deze houdt in dat eiseres maximaal 16 uur per week kan werken. Er zijn geen functies geduid die waarin eiseres meer dan 16 uur moet werken. Daarom is toetsbaar dat deze functies voor eiseres passend zijn.
5.5
De beroepsgrond van eiseres dat het UWV niet goed heeft gemotiveerd waarom er geen beperking voor autorijden is aangenomen slaagt wel. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft erop gewezen dat eiseres qua medicatie op de datum in geding alleen citalopram gebruikte. Dit is een categorie 1 medicijn, wat betekent dat het weinig invloed heeft op de rijvaardigheid. Geadviseerd wordt om niet te rijden zolang bijwerkingen optreden. Uit de primaire rapportage en andere medische stukken blijkt niet dat eiseres op de datum in geding bijwerkingen ervoer, aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Eiseres heeft er echter terecht op gewezen dat uit de medische stukken (met name de brief van PsyQ van 26 april 2024) nu juist wel blijkt dat sprake was van hypersomnolentie. Dit betekent dat de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet geheel inzichtelijk is. De rechtbank ziet echter aanleiding om dit gebrek te passeren met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb [3] , omdat eiseres door dit gebrek niet is benadeeld. Ook zonder dit gebrek zou namelijk een besluit met gelijke uitkomst zijn genomen. In de eerste twee functies en in de vierde functie die de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft geduid hoeft eiseres namelijk geen auto te rijden. Dat betekent dat, ook als eiseres geen functies zou kunnen uitvoeren waarin zij moet autorijden, de tweede functie (huishoudelijk medewerker gebouwen) de mediane functie blijft en dat het arbeidsongeschiktheidspercentage terecht is vastgesteld op 51,22%.
6. Eiseres heeft tot slot verzocht om over te gaan tot het benoemen van een deskundige. De rechtbank ziet hiervoor geen aanleiding, omdat zij niet twijfelt aan de juistheid van de uitkomst van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat het UWV bij de toekenning van de WIA-uitkering aan eiseres terecht is uitgegaan van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 51,22%. In de toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de proceskosten van eiseres in beroep. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend, aan de zitting deelgenomen en een reactie ingediend op het aanvullende rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De vergoeding voor verleende rechtsbijstand bedraagt dan in totaal € 2.335,-. Ook moet het UWV aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 53,- vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.335,-;
- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 53,- aan eiseres vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eikelenboom, rechter, in aanwezigheid van
A. van den Ham, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
2.Functionele mogelijkhedenlijst
3.Algemene wet bestuursrecht