Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2476

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
ak_25_240
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening parkeerbelastingen Zwolle 2025
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens onduidelijke parkeertijden

Op 9 januari 2025 constateerde een scanauto dat een voertuig van belanghebbende geparkeerd stond op een plek waar betaald parkeren geldt tot 21:00 uur op donderdag. Belanghebbende had betaald tot 20:06 uur, waardoor geen geldig parkeerrecht bestond. De naheffingsaanslag van € 80,10 werd opgelegd en het bezwaar werd ongegrond verklaard.

Belanghebbende voerde aan dat de informatie op de parkeerautomaat onduidelijk en tegenstrijdig was, omdat er stond 'Ma-za 09:00 - 20:00 uur' en daaronder 'Do 09:00 - 21:00 uur', waardoor hij meende dat donderdag binnen de eerste aanduiding viel. De rechtbank oordeelde dat de informatie ondanks grammaticale tegenstrijdigheid voldoende duidelijk was en dat belanghebbende zich op de hoogte had moeten stellen van de geldende regels.

De rechtbank benadrukte dat een naheffingsaanslag geen boete is, maar een naheffing van verschuldigde belasting, waarbij opzet of schuld niet relevant zijn. Het beroep werd ongegrond verklaard, de naheffingsaanslag bleef in stand en belanghebbende kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/240

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende

en
het hoofd van de afdeling Juridische Zaken van de gemeente Zwolle, de heffingsambtenaar.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende gericht tegen een naheffingsaanslag parkeerbelastingen. De naheffingsaanslag is op 9 januari 2025 aan belanghebbende opgelegd.
Het bezwaar van belanghebbende is ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 30 april 2026 ter zitting behandeld. Belanghebbende is verschenen. De heffingsambtenaar heeft zich vooraf afgemeld
.
Feiten
1. Op donderdag 9 januari 2025 om 20:21 uur heeft een scanauto tijdens een controle in de Assendorperstraat te Zwolle vastgelegd dat aldaar een blauwe Hyundai met kenteken [kenteken] geparkeerd stond op een ‘betaald parkeren’ plek. Ter plaatse moet voor parkeren betaald worden tot 21:00 uur. Een geldig parkeerrecht was niet voldaan. Ook om 20:28 uur was het voertuig nog niet aangemeld voor een geldig parkeerrecht. Om 20:28 uur is aan de kentekenhouder (belanghebbende) een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd ter hoogte van € 80,10 bestaande uit € 1,30 aan tariefkosten en € 78,80 aan kosten naheffing.
2. Belanghebbende heeft een bezwaarschrift ingediend.

Beoordeling door de rechtbank

3. Tussen partijen is niet in geschil dat bovengenoemd voertuig van belanghebbende in de avond van 9 januari 2025 om 20:28 uur aan de Assendorperstraat te Zwolle stond geparkeerd.
4. In geschil is of de kentekenhouder op het moment van het opleggen van de naheffingsaanslag parkeerbelastingen moest beschikken over een geldig parkeerrecht.
Standpunten
5. Belanghebbende voert aan dat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd omdat de informatie op de parkeerautomaat in de Assendorperstraat onjuist en onduidelijk is over betaald parkeren op donderdagavond. Die informatie bestaat uit twee onderling tegenstrijdige boodschappen: ‘Ma-za 09:00 - 20:00 uur’ en daaronder ‘Do 09:00 - 21:00 uur’. Donderdag valt binnen de eerste aanduiding ‘Maandag tot en met zaterdag’. Belanghebbende heeft naar eer en geweten gehandeld en heeft parkeergeld betaald tot 20:06 uur. Gezien de onduidelijke informatie had geen naheffingsaanslag mogen worden opgelegd. Belanghebbende heeft ter zitting verklaard op de bewuste dag mogelijk alleen de bovenste regel heeft gelezen en vanwege zijn haast niet verder heeft gelezen.
6. De heffingsambtenaar stelt dat aan het kenbaarheidsvereiste is voldaan en dat de op de parkeerautomaat verstrekte informatie voldoende duidelijk is.
Overwegingen en oordeel
7. De rechtbank overweegt als volgt.
Over de verschuldigdheid van parkeerbelasting voor het parkeren van een auto mag redelijkerwijs geen misverstand bestaan. Van de gemeente mag worden verwacht, bijvoorbeeld door middel van duidelijke bebording bij de parkeerplaats of in de naaste omgeving daarvan, dat het ter plaatse geldende parkeerregime voldoende duidelijk is en ook dat duidelijk is hoe de parkeerder de verschuldigde belasting kan voldoen (
kenbaarheidsvereiste).
8. Tegenover het kenbaarheidsvereiste staat dat van een parkeerder mag worden verwacht dat hij zich op de hoogte stelt van de geldende regels met betrekking tot de verschuldigdheid van parkeerbelasting in het gebied waar hij wenst te parkeren en de wijze waarop hij daar aan moet voldoen (
onderzoeksplicht) [1] .
8. Op grond van de Verordening parkeerbelastingen Zwolle 2025 (de Verordening) is op bepaalde tijden voor parkeren aan de Assendorperstraat parkeerbelasting verschuldigd.
De gemeente verschaft ter plaatse op de parkeerautomaat informatie over geldende tarieven en tijden. Deze informatie bestaat in dit geval uit twee regels:
‘Ma-za 09:00 - 20:00 uur’ en daaronder ‘Do 09:00 - 21:00 uur’.
10. De rechtbank stelt vast dat op de betreffende donderdagavond voor het parkeren van het voertuig om 20:21 uur en om 20:28 uur niet was voldaan aan de aangifteplicht.
Van een geldig parkeerrecht was geen sprake. Uit het systeem bleek dat voor het parkeren was betaald tot 20:06 uur. Belanghebbende heeft dit ook niet betwist. Nu op het moment van uitschrijven van de naheffingsaanslag niet aan de aangifteplicht was voldaan waren de voorwaarden voor het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelastingen vervuld.
11. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar in zijn standpunt dat voor belanghebbende voldoende duidelijk was respectievelijk had moeten zijn dat voor de betreffende locatie gold dat voor parkeren op
donderdagmoet worden betaald tot 21:00 uur. Die tijd staat immers expliciet in de informatie op de parkeerautomaat. Belanghebbende had op grond van die informatie op de hoogte kunnen en moeten zijn dat op donderdag tot 21.00 uur parkeerbelasting moet worden voldaan, anders dan op maandag, dinsdag, woensdag, vrijdag en zaterdag, waarbij die plicht geldt tot 20.00 uur. De op de parkeerautomaat verstrekte informatie over de parkeertarieven is kort en bondig en ondanks grammaticale tegenstrijdigheid, voldoende duidelijk en maakt niet dat de naheffingsaanslag niet kon/mocht worden opgelegd.
12. De naheffingsaanslag parkeerbelasting is gelet op het voorgaande terecht aan belanghebbende opgelegd.
13. De rechtbank merkt ten overvloede nog op dat een naheffingsaanslag parkeerbelasting geen boete is maar een naheffing van de verschuldigde parkeerbelasting. De vraag of en in hoeverre sprake is van opzet, schuld of verwijtbaarheid speelt daarom geen rol.
14. Het beroep slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

15. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting in stand blijft. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.M. van Westerlaak, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroepEen partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwraden van 1 december 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:10028.