Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2464

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
AK_25_3251
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken persoonlijk belang bij parkeerplaatsen Julianastraat

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de herinrichting van de Julianastraat in 2023, waarbij zes parkeerplaatsen zijn verdwenen. Hij stelt belang te hebben bij het parkeren tijdens het winkelen en wijst op mogelijke toekomstige invaliditeit en belangenbehartiging voor ouderen en gehandicapten.

De rechtbank oordeelt dat er geen besluiten zijn genomen door het college in dit kader en dat eiser geen belanghebbende is. Zijn woonafstand van ongeveer één kilometer tot de Julianastraat en het gebruik van parkeerplaatsen voor winkelen onderscheiden hem niet van andere bezoekers, waardoor hij geen eigen en persoonlijk belang heeft.

Ook het opkomen voor anderen en de mogelijke toekomstige invaliditeit vormen geen actueel belang. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is mondeling gedaan op 28 april 2026 door rechter A. Oosterveld.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een persoonlijk en actueel belang van eiser.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/3251
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser, hierna: [eiser]

en
het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg, verweerder, hierna: het college
(gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van [eiser] dat op 31 oktober 2025 door de rechtbank is ontvangen.
1.1.
De rechtbank heeft dit beroep van [eiser] op 28 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser] en de gemachtigden van het college.
1.2.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overweging

2. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
3. [eiser] is het niet eens met de herinrichting van de Julianastraat in 2023 door het college waardoor zes parkeerplaatsen zijn verdwenen.
4. Er zijn in dit kader door het college geen besluiten genomen.
5. [eiser] heeft ter toelichting op zijn beroepschrift aangegeven dat hij belang heeft bij het parkeren in de Julianastraat als hij gaat winkelen. Ook heeft hij gesteld dat hij of zijn vrouw in de toekomst invalide zou kunnen worden en dat hij opkomt voor andere ouderen en gehandicapten in Dedemsvaart.
6. Naar het oordeel van de rechtbank kan [eiser] niet als belanghebbende worden aangemerkt. Hiervoor moet iemand een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang hebben dat hem of haar voldoende onderscheidt van anderen. [eiser] woont op ongeveer één kilometer afstand van de Julianastraat en de zes parkeerplaatsen zijn dus niet uit zijn directe woonomgeving verwijderd. Met het gebruiken van de parkeerplaatsen aan de Julianastraat om winkels te bezoeken onderscheidt [eiser] zich niet van andere mensen die deze winkels bezoeken. Hiermee heeft hij geen eigen en persoonlijk belang. Voor zover [eiser] heeft beoogd om op te komen voor andere ouderen in Dedemsvaart, geldt dat hiermee evenmin sprake is van een eigen en persoonlijk belang. Dat [eiser] mogelijk in de toekomst invalide zal worden waardoor hij een andere parkeerbehoefte zal krijgen, betekent voor nu niet dat hij daarmee een actueel belang heeft.
7. Nu [eiser] niet als belanghebbende kan worden aangemerkt, is het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 april 2026 door mr. A. Oosterveld, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Richart, griffier.
griffier
De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.