Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2462

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
AK_25_2360
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek

Eiseres, werkzaam als juridisch secretaresse, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding in april 2022. Het UWV wees dit af per 9 april 2024 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na bezwaar en beroep bleef het UWV bij dit besluit.

De rechtbank beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en oordeelde dat het tijdig was ingediend, mede omdat het verzendmoment van het besluit niet voldoende aannemelijk was gemaakt door het UWV. Vervolgens werd het medisch en arbeidskundig onderzoek getoetst.

De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de primaire arts uitgebreide rapportages en onderzoeken hadden verricht. Er was geen aanleiding om aanvullende beperkingen aan te nemen, ook niet voor visuele beperkingen of urenbeperkingen.

De arbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd die binnen de belastbaarheid van eiseres vielen. De rechtbank concludeerde dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht op 8,1% was vastgesteld, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestond.

Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2360

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres,

gemachtigde: mr. L.J.T. Hoksbergen,
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV),

gemachtigde: [gemachtigde].

Procesverloop

1.1
Bij besluit van 7 mei 2024 heeft het UWV eiseres meegedeeld dat zij met ingang van
9 april 2024 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).
1.2
Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 18 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dit besluit gebleven.
1.3
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4
De rechtbank heeft het beroep op 10 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.

Totstandkoming van het bestreden besluit

2. Eiseres is vanaf 7 april 2003 werkzaam geweest als juridisch secretaresse voor gemiddeld 23,45 uur per week in dienst van CKV Advocaten B.V. Op 12 april 2022 heeft zij zich ziek gemeld. Eiseres heeft het UWV verzocht haar een WIA-uitkering toe te kennen. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft besluitvorming plaatsgevonden, zoals vermeld onder 'Procesverloop'.

Standpunten van partijen

3.1
Het UWV stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat eiseres met ingang van 9 april 2024 geen recht heeft op een WIA-uitkering, omdat haar mate van arbeidsongeschiktheid lager is dan 35%. Het UWV acht eiseres met haar beperkingen nog steeds in staat werk te verrichten. Met dit werk zou zij 8,1% minder kunnen verdienen van haar maatman, in dit geval een gezonde juridisch secretaresse voor gemiddeld 23,45 uur per week. Het UWV heeft hierbij gewezen op het rapport van 23 juni 2025 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en het rapport van 11 juli 2025 van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.
3.2
Eiseres stelt, kort samengevat, dat het onderzoek onzorgvuldig is geweest. Zij is door de verzekeringsarts niet in staat gesteld haar volledige dagverhaal te vertellen en hij heeft nagelaten nadere medische informatie in te winnen bij de behandelende sector.
Het UWV heeft onvoldoende rekening gehouden met haar beperkingen. Het betreft oogproblemen, energetische beperkingen, beperkingen in de concentratie en hoofdpijn/migraine. Eiseres voert aan dat in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) een beperking op items 2.1 (zien) en 2.5 (lezen) moet worden aangenomen. Tevens acht zij zich aangewezen op een urenbeperking. Eiseres acht zich met haar beperkingen niet in staat de geduide functies te verrichten. In de functies is lezen steeds een kenmerkend item. De functie administratief medewerker notaris, advocaat, rechtbank (SBC-code 532040) is vervallen vanwege te veel auditieve en visuele prikkels. Vervolgens wordt die functie in bezwaar weer geselecteerd. Een uitvoerige omschrijving van de nieuw gevonden functie met SBC-code 532040 is niet bij het bestreden besluit gevoegd. Eiseres vraagt zich af wat het verschil in deze functies is.
3.3
Het UWV ziet in het aangevoerde geen aanleiding zijn standpunt te wijzigen. Het UWV heeft gewezen op het naar aanleiding van het beroep opgestelde rapport van 13 november 2025 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.

Beoordeling door de rechtbank

De ontvankelijkheid van het beroep
4. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiseres ontvankelijk is in haar beroep. Hiervoor is de vraag van belang of het beroepschrift tijdig is ingediend. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt hiertoe als volgt.
4.1
Het bestreden besluit vermeldt als verzenddatum 18 juli 2025. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij dit besluit niet eerder dan op 28 juli 2025 heeft ontvangen. Het op
29 augustus 2025 verzonden beroepschrift is daarom tijdig en ontvankelijk, aldus eiseres.
4.2
De rechtbank stelt voorop dat het bestuursorgaan bij niet-aangetekende verzending van een besluit aannemelijk moet maken dat het besluit is verzonden. Het bestuursorgaan kan daarbij in eerste instantie volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres. Daarvoor is in elk geval vereist dat het betreffende stuk is voorzien van de juiste adressering en een verzenddatum en dat sprake is van een deugdelijke verzendadministratie. Als het bestuursorgaan de verzending aannemelijk heeft gemaakt, ligt het vervolgens op de weg van de geadresseerde om dit te ontzenuwen.
4.3
Het bestreden besluit is niet aangetekend verstuurd en het UWV maakt geen gebruik van een verzendadministratie. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook niet genoegzaam aannemelijk gemaakt dat het bestreden besluit op of kort na 18 juli 2025 is verzonden.
4.4
Gelet op het vorenstaande moet het er naar het oordeel van de rechtbank voor worden gehouden dat, gelet op de datum van ontvangst door de postverwerker van de gemachtigde van eiseres, dit mogelijk aanzienlijk later is geweest dan 18 juli 2025. Nu binnen zes weken na de ontvangst van het bestreden besluit beroep is ingesteld, is de rechtbank van oordeel dat het beroepschrift tijdig is ingediend.
De weigering van de WIA-uitkering
5. De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht heeft besloten dat eiseres met ingang van
9 april 2024 geen recht heeft op een WIA-uitkering. Daartoe dient de rechtbank aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden te toetsen of het medische onderzoek zorgvuldig is geweest, het UWV de medische beperkingen correct heeft vastgesteld en of eiseres, rekening houdend met deze beperkingen, in staat is de aan haar voorgehouden functies te verrichten.
De zorgvuldigheid van het medische onderzoek
6. In het aangevoerde ziet de rechtbank geen aanleiding het medisch onderzoek onzorgvuldig te achten. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
6.1
De primaire arts heeft eiseres gesproken op haar spreekuur, waar zij een uitgebreide anamnese heeft afgenomen, eiseres heeft geobserveerd en kort psychisch heeft onderzocht. Zij heeft kennis genomen van medische informatie van de bedrijfsarts en van de revalidatiearts van de Vogellanden. Ook heeft zij een uitgebreid dagverhaal van eiseres uitgevraagd. Haar conclusies heeft de primaire arts voldoende begrijpelijk neergelegd in het rapport van 24 april 2024.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft een dossieronderzoek verricht en heeft de in bezwaar overgelegde (medische) informatie van de neuroloog, de orthoptist en het Sociaal Wijkteam meegewogen. Verder heeft hij eiseres gesproken op de hoorzitting. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft zijn visie voldoende inzichtelijk gemaakt in het rapport van 23 juni 2025.
6.2
De rechtbank stelt vast dat de primaire arts heeft vermeld dat medische informatie zal worden ingewonnen bij PsyQ ter completering van het medische dossier. Kennelijk is verzuimd deze informatie op te vragen of heeft PsyQ niet gereageerd op een verzoek om informatie, want informatie van PsyQ ontbreekt in het dossier. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft met betrekking tot het ontbreken van informatie van PsyQ in zijn rapport overwogen dat de behandeling aldaar ongeveer was afgerond ten tijde van de primaire beoordeling. Voor de beoordeling van de mentale belastbaarheid was het opvragen van inlichtingen aldaar niet noodzakelijk. Daarbij heeft hij erop gewezen dat het dossier al informatie bevat van De Vogellanden. In de brief van 23 augustus 2023 van de Vogellanden wordt de mentale problematiek van eiseres beschreven. Vanuit deze instelling is eiseres verwezen naar PsyQ, maar gezien de al aanwezige gegevens had (en heeft) het niet veel toegevoegde waarde ook bij PsyQ nog informatie op te vragen. Daarbij heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep vastgesteld dat de primaire arts ruime beperkingen heeft aangenomen voor het persoonlijk en sociaal functioneren. Daarbij sluiten de beperkingen voor voorspelbaarheid, conflicthantering, samenwerken en leidinggeven goed aan bij de beschrijving van de mentale problematiek van eiseres in de brief van De Vogellanden.
6.3
Gelet op 6.2 is de rechtbank van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft kunnen besluiten geen medische informatie in te winnen bij PsyQ. De primaire arts heeft kennelijk geen aanleiding gezien deze informatie af te wachten, alvorens de FML op te stellen en de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft overtuigend gemotiveerd waarom het opvragen van informatie bij PsyQ in dit geval niet nodig was.
6.4
Ook wat overigens is aangevoerd geeft de rechtbank geen aanleiding te oordelen dat het onderzoek onzorgvuldig is geweest. Daarbij merkt de rechtbank op dat de primaire arts een uitgebreid dagverhaal heeft uitgevraagd. Eiseres heeft in beroep niet aangevoerd wat er in het dagverhaal ontbreekt.
De medische grondslag
7. De belastbaarheid van eiseres op de datum in geding is op navolgbaar gemotiveerde wijze weergegeven in de rapporten van de primaire arts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
7.1
De primaire arts heeft in haar rapport van 24 april 2024 geconcludeerd dat eiseres aangewezen is op werkzaamheden in een relatief rustige werkomgeving (en/of eiseres dient gebruik te kunnen maken van gehoorbescherming (noise cancelling), waarin geen groot beroep op flexibiliteit wordt gedaan, zonder veelvuldige deadlines of een continu dwingend hoog handelingstempo. Daarnaast zijn er beperkingen ten aanzien van conflicthantering, intensief samenwerken, intensief klantcontact en leidinggevende aspecten. Eiseres is tevens beperkt ten aanzien van de energetische belastbaarheid. Langdurig lopen/staan, hoog frequent en belast traplopen en klimmen dienen vermeden te worden. Alle zware krachtfuncties zijn beperkt vooral qua piekbelastingen. Hoogfrequente snelle hoofdbewegingen dienen voorkomen te worden. De primaire arts heeft een FML opgesteld.
7.2
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapport van 23 juni 2025 geconcludeerd dat er geen redenen zijn om de primair vastgestelde belastbaarheid aan te passen. Met betrekking tot de oogklachten die eiseres ervaart is door de primaire arts een beperking aangenomen voor persoonlijk risico (item 1.8.6, met uitgebreide toelichting). Gelet op de beschrijving van de problematiek in het verslag van 22 november 2023 van de orthoptist, is deze beperking afdoende. Hieruit komt immers naar voren dat vooral sprake is van visual motion sensitivity, klachten die voelen als duizeligheid/evenwichtsproblemen bij het zien van beweging. Afgaand op bevindingen bij specialistisch onderzoek (zie ook de brief van de neuroloog van 11 november 2022) en het dagverhaal c.q. activiteitenpatroon van eiseres is geen sprake van een ernstige beperking. Hierbij wijst de verzekeringsarts bezwaar en beroep erop dat activiteiten als paardrijden, fietsen en autorijden wel mogelijk zijn. Voorts blijkt uit de brief van de orthoptist van 22 november 2023 dat de gezichtsscherpte goed is, mits gecorrigeerd. Op grond hiervan ziet de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen aanleiding om andere specifieke visuele beperkingen aan te nemen. Met name is er geen aanleiding om beperkingen voor lezen en beeldschermwerk aan te nemen.
Voorts komen in bezwaar geen gegevens naar voren die aanleiding geven om een urenbeperking aan te nemen. Met name ontbreken argumenten om een urenbeperking aan te nemen op energetische of preventieve gronden. Uitgaande van de standaard 'Duurbelastbaarheid in arbeid' kan pas een beperking worden aangenomen op energetische gronden als sprake is van medische problematiek die gepaard gaat met een objectiveerbare verstoring in de energiehuishouding, of bij een preventieve indicatie, als vastgesteld kan worden dat fulltime werken zal leiden tot vaststelbare gezondheidsschade. Van deze situaties is bij eiseres geen sprake. Weliswaar ervaart eiseres vermoeidheidsklachten, maar gelet op de aard en ernst van het beschreven letsel kunnen deze niet direct worden herleid tot onderliggende medische problematiek die zodanig van ernst is dat hierdoor een energetische beperking c.q. verhoogde recuperatienoodzaak onderbouwd kan worden.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep wijst erop dat eiseres niet buiten bewustzijn is geweest, dat geen ernstig letsel is opgetreden en dat bij beeldvormend onderzoek geen afwijkingen zijn gevonden. Overigens komt ook uit het dagverhaal, zoals uitgebreid beschreven in de primaire rapportage, geen concrete recuperatienoodzaak naar voren.
Ten slotte merkt de verzekeringsarts bezwaar en beroep op dat de indicatie voor huishoudelijke ondersteuning, voor zover valt na te gaan, niet gebaseerd is op concrete medische/verzekeringsgeneeskundige onderzoeksbevindingen en als zodanig dan ook weinig informatief is voor het beoordelen van de belastbaarheid, waaronder de duurbelastbaarheid. De primaire arts heeft ruime beperkingen aangenomen voor het persoonlijk en sociaal functioneren. Daarbij sluiten de beperkingen voor voorspelbaarheid, conflicthantering, samenwerken en leidinggeven goed aan bij de beschrijving van haar mentale problematiek in de brief van 23 augustus 2023 van De Vogellanden.
7.3
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport van 13 november 2025 gemotiveerd waarom hij in het aangevoerde geen aanleiding ziet om meer beperkingen aan te nemen. In het beroepschrift worden geen nieuwe medische gegevens ingebracht. In de gronden wordt aanvullend op de bezwaargronden, aangevoerd dat beperkingen hadden moeten worden aangenomen voor de items 2.1 (zien), 2.5 (lezen) en de duurbelastbaarheid. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gewezen op zijn rapport van 23 juni 2025, waarin al is gereageerd op de aangehaalde items. In de brief van 22 november 2023 van de orthoptist (al betrokken bij de heroverweging in bezwaar) worden geen stoornissen in gezichtsscherpte/waarnemen of dieptezien beschreven, met name niet bij adequate correctie. Op basis hiervan ziet de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen aanleiding om aanvullende beperkingen voor zien of lezen vast te stellen.
Ten aanzien van de duurbelastbaarheid worden in het beroepschrift geen nieuwe (medische) gegevens ingebracht. In het medisch dossier (brief van de neuroloog van 11 november 2022 en de brief van De Vogellanden van 23 augustus 2023) worden geen ziektebeelden beschreven die gepaard gaan met een objectiveerbare stoornis in de energiehuishouding. Uit het dagverhaal, zoals beschreven in het rapport van de primaire arts, blijkt niet dat er sprake is van een medische noodzaak tot recuperatie.
7.4
De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Dat eiseres zwaardere beperkingen zegt te hebben, betekent niet zonder meer dat ook meer beperkingen moeten worden aangenomen. Van belang is immers niet alleen wat eiseres ervaart, maar wat objectief medisch als gevolg van ziekte of gebrek aan beperkingen is vast te stellen. De FML bevat beperkingen en er is geen reden om aan te nemen dat deze beperkingen niet voldoende zijn. Eiseres heeft geen medische informatie in geding gebracht, waaruit moet worden geconcludeerd dat meer of andere beperkingen aangenomen hadden moeten worden.
7.5
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het UWV de belastbaarheid van eiseres juist heeft ingeschat met de FML. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om een onafhankelijke medische deskundige te benoemen.
De arbeidskundige grondslag
8. Uitgaande van de FML is het aannemelijk dat eiseres met ingang van 9 april 2024 in staat is om de aan de schatting ten grondslag gelegde functies van Schadecorrespondent (SBC-code 516080), Administratief medewerker notaris, advocaat, rechtbank (SBC-code 532040) en Archiefmedewerker (SBC-code 315132), alsmede de reservefuncties Archiefmedewerker (SBC-code 553020) en Administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100) te vervullen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
8.1
In het rapport van 11 juli 2025 heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep naar het oordeel van de rechtbank afdoende gemotiveerd waarom deze functies geen overschrijdingen opleveren van de belastbaarheid van eiseres op de in geding zijnde datum. Daarbij heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep vastgesteld dat eiseres niet geschikt is voor de aanvankelijk geduide functies binnen SBC-code 532040. In die functies is sprake van te veel auditieve en visuele prikkels. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft daarom de aanvankelijk geduide functies met functienummers 9012.0001.006 en 9012.0001.011 binnen SBC-code 532040 laten vervallen en daarvoor in de plaats een geschikte vervangende functie met functienummer 8491.0012.041 bij geduid, zodat eiseres toch in staat moet worden geacht tot het vervullen van de functie Administratief medewerker notaris, advocaat, rechtbank (SBC-code 532040).
8.2
De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de conclusie van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Voor een beschrijving van de functie van Administratief medewerker notaris, advocaat, rechtbank met SBC-code 532040 en functienummer 8221.0006.041 heeft het UWV verwezen naar het Resultaat functiebeoordeling van 11 juli 2025. Voor wat betreft de beperking op item 1.8.1. "Afleiding door anderen" biedt die functie de mogelijkheid om zich af te zonderen in bijvoorbeeld een afgesloten ruimte. Ook kan zo nodig een hulpmiddel worden gebruikt, zoals een koptelefoon met noise cancelling. Gelet hierop, ziet de rechtbank geen aanleiding te concluderen dat eiseres niet in staat zou zijn deze functie te vervullen.

Conclusie en gevolgen

9. Het voorgaande betekent dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per 9 april 2024 terecht heeft vastgesteld op 8,1%. Aangezien dit minder is dan 35%, heeft eiseres met ingang van die datum geen recht heeft op een WIA-uitkering.
10. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
11. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Ook krijgt eiseres het door haar betaalde griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. Hesseling, rechter, in aanwezigheid van
W. Veldman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.