Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
einduitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV
Samenvatting
De rechtbank heeft op 9 oktober 2025 een tussenuitspraak gedaan omdat het bestreden besluit in strijd is met artikelen 3:3 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In deze einduitspraak komt de rechtbank tot de conclusie dat het UWV het gebrek niet heeft hersteld. De rechtbank bepaalt dat eiseres vanaf 12 oktober 2023 recht heeft op een ZW-uitkering. Eiseres krijgt gelijk en het beroep is dus gegrond.
Procesverloop
Overwegingen
Dat is, samengevat weergegeven, gebaseerd op het volgende. Eiseres heeft bij haar ziekmelding in oktober 2023 aangegeven dat haar aanvankelijke uitval weliswaar bronchitis betrof, maar dat haar eigenlijke problemen psychisch van aard waren. Uit het huisartsenjournaal blijkt dat bij eiseres sprake is van een verleden van (ernstige) psychische klachten. Desondanks is eiseres op instigatie van haar partner fulltime gaan werken. Eiseres is meermaals in de maatgevende arbeid uitgevallen en voldeed niet aan de wekeneis in het kader van de Werkloosheidswet. Dat duidt er niet op dat zij probleemloos de maatgevende arbeid heeft kunnen verrichten met de al bestaande klachten, zoals de verzekeringsarts bezwaar en beroep aanneemt. De huisarts stelde verder in het huisartsenjournaal de vraag of voltijdswerken gelet op het verleden van eiseres niet te hoog gegrepen was. Ook heeft de huisarts aangegeven dat de epileptische aanval die eiseres op 24 augustus 2023 had, waarschijnlijk is veroorzaakt door stress en slaaptekort, terwijl eiseres al 15 jaar aanvalsvrij was. Dat deze aanval voornamelijk zou zijn gekomen door de stress aangaande de gezondheid van haar zoon blijkt niet uit het dossier, maar lijkt slechts een vooronderstelling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Ook de inschatting van eiseres zelf, bij de start van haar werkzaamheden, dat ze in staat zou zijn om fulltime te werken, maakt niet dat zij daartoe ook daadwerkelijk in staat was. Uit de vele uitval in combinatie met de medische informatie blijkt dat dit niet het geval was.
Al met al is de rechtbank door de vele uitval in combinatie met de medische informatie in het dossier er niet van overtuigd dat eiseres op 12 oktober 2023 geschikt was voor haar eigen functie. Dat eiseres in de periode na de datum in geding nog meer stress heeft ervaren door de perikelen met het UWV en door de gezondheidstoestand van haar zoon doet daar niet aan af.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.E.G.M. ten Kate, griffier.