Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2402

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
08-013490-25
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 3 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 9 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor langdurige drugshandel in MDMA, 4-MMC, hennep en hasjiesj

De rechtbank Overijssel heeft op 4 mei 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het gedurende ruim een jaar handelen in verschillende soorten drugs, waaronder MDMA, 4-MMC, hennep en hasjiesj. De tenlastelegging omvatte meerdere feiten van handelen en het aanwezig hebben van handelshoeveelheden drugs.

Tijdens de terechtzitting van 21 april 2026 heeft de rechtbank kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, de verdediging en de getuigenverklaring van een jongerencoach. Verdachte heeft de feiten bekend, waardoor de rechtbank volstond met een opgave van bewijsmiddelen, waaronder proces-verbalen en NFI-rapporten.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. De strafbaarheid van deze feiten is gebaseerd op artikelen van de Opiumwet. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, waarbij het langdurige en frequente handelen in drugs en het benaderen van jonge minderjarigen via Snapchat zwaar wogen.

Tegelijkertijd nam de rechtbank de persoonlijke omstandigheden van verdachte mee, waaronder zijn recente abstinentie, positieve levenswending en medewerking aan hulpverlening. Daarom werd een taakstraf van 180 uur opgelegd, gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden zoals reclasseringstoezicht en behandeling.

Daarnaast werden inbeslaggenomen geldbedragen van in totaal €1.495,40 verbeurd verklaard en twee telefoons onttrokken aan het verkeer, omdat deze voorwerpen werden gebruikt bij het plegen van de strafbare feiten.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 180 uur taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-013490-25 (P)
Datum vonnis: 4 mei 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats],
wonende aan de [woonplaats].

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 21 april 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. M.Th.M. Demmer, advocaat in Hengelo (O), naar voren is gebracht.
Ook heeft de rechtbank kennis genomen van wat door [getuige], de bij verdachte betrokken jongerencoach van de gemeente Enschede, als getuige ter zitting is verklaard.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in Hengelo:
feit 1:in de periode van 1 januari 2023 tot en met 14 februari 2024 opzettelijk heeft gehandeld in MDMA en/of 4-MMC;
feit 2:op 14 februari 2024 opzettelijk 32,31 gram MDMA voorhanden heeft gehad;
feit 3:in de periode van 1 januari 2023 tot en met 14 februari 2024 opzettelijk heeft gehandeld in hasjiesj en/of hennep en/of 3-MMC;
feit 4:op 14 februari 2024 opzettelijk 95 gram hennep en 101 gram hasjiesj voorhanden heeft gehad.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 14 februari 2024 te Hengelo, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-MMC, zijnde MDMA en/of 4-MMC een middel/middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
hij op of omstreeks 14 februari 2024 te Hengelo, althans in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 32,31 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 14 februari 2024 te Hengelo, althans in Nederland, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj en/of hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3MMC, zijnde hasjiesj en/of hennep en/of 3-MMC (telkens) een middel/middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4
hij op of omstreeks 14 februari 2024 te Hengelo, althans in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 95 gram in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep en/of ongeveer 101 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

3.De bewijsmotivering

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten onder 1, 2, 3 en 4 wettig en overtuigend bewezen verklaard kunnen worden.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich wat betreft de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen [1] :
Feiten 1 en 3
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 21 april 2026, voor zover inhoudende, de bekennende verklaring van verdachte;
het proces-verbaal van bevindingen van 26 november 2024, inclusief bijlagen (pagina’s 172-446).
Feit 2
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 21 april 2026, voor zover inhoudende, de bekennende verklaring van verdachte;
het proces-verbaal van bevindingen van 15 februari 2024 (pagina’s 54-69);
de kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer
PL0600-2024071565-13 (pagina’s 553-555);
4. het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 21 maart 2024 met bijbehorend NFI-rapport van 22 maart 2024 (pagina’s 466-475).
Feit 4
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 21 april 2026, voor zover inhoudende, de bekennende verklaring van verdachte;
het proces-verbaal van bevindingen van 15 februari 2024 (pagina’s 54-69);
de kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer
PL0600-2024071565-11 (pagina 551);
4. de kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer
PL0600-2024071565-15 (pagina 561);
5. de kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer
PL0600-2024071565-10 (pagina 550);
6. het proces-verbaal van bevindingen van 14 februari 2024 (pagina’s 45-47);
7. het proces-verbaal van bevindingen van 14 februari 2024 (pagina’s 51-53);
8. het proces-verbaal van bevindingen van 16 februari 2024 (pagina’s 447-448).
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
1
hij in
of omstreeksde periode van 1 januari 2023 tot en met 14 februari 2024 te Hengelo,
althans in Nederland,meermalen
, althans eenmaal, (telkens)opzettelijk heeft
geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/ofverkocht en
/ofafgeleverd en
/ofverstrekt
en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehadeen hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en
/ofeen hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-MMC, zijnde MDMA en
/of4-MMC,
een middel/middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
hij op
of omstreeks14 februari 2024 te Hengelo,
althans in Nederlandopzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 32,31 gram
, in elk geval een hoeveelheidvan een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3
hij in
of omstreeksde periode van 1 januari 2023 tot en met 14 februari 2024 te Hengelo,
althans in Nederland,opzettelijk heeft
geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/ofverkocht en
/ofafgeleverd en
/ofverstrekt
en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj, en
/ofeen hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep,
en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3MMC,zijnde hasjiesj en
/ofhennep
en/of 3-MMC,
(telkens
) een middel/middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4
hij op
of omstreeks14 februari 2024 te Hengelo,
althans in Nederlandopzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 95 gram
in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gramhennep en
/ofongeveer 101 gram
, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gramvan een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj,
eenmiddelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 2
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 3
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 4
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

5.De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.

6.De op te leggen straf of maatregel

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte zal worden opgelegd een taakstraf voor de duur van honderdtachtig uren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van drie jaren en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om de strafeis van de officier van justitie te volgen en om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft gedurende een periode van ruim een jaar vrijwel dagelijks gehandeld in verschillende soorten hard- en softdrugs, namelijk hennep, hasjiesj, MDMA en 4-MMC. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van handelshoeveelheden hennep, hasjiesj en MDMA. Met zijn handelen heeft verdachte een bijdrage geleverd aan het faciliteren en het in stand houden van een afzetmarkt voor dergelijke verdovende middelen. De afnemers van verdachte bestonden grotendeels uit jonge minderjarigen die hij benaderde via Snapchat, wat de rechtbank bijzonderlijk zorgelijk acht. Het gebruik van drugs is schadelijk voor de gezondheid en kan bijdragen aan het ontstaan van ernstige ontregeling van het maatschappelijk en mentaal functioneren van personen. De handel in harddrugs wordt bovendien zowel direct als indirect in verband gebracht met vele vormen van (zware) criminaliteit. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich van dit alles geen rekenschap heeft gegeven en enkel in zijn eigen belang heeft gehandeld. Verdachte kreeg in ruil voor de drugshandel immers verschillende soorten verdovende middelen om in zijn eigen drugsverslaving te kunnen voorzien.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 26 maart 2026. Hieruit blijkt dat verdachte - op een enkele strafbeschikking na - niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
Verder heeft de rechtbank kennis genomen van het door Tactus Verslavingszorg over verdachte opgestelde reclasseringsadvies van 15 april 2026. Daarin is te lezen dat verdachte sinds een jaar abstinent is van middelen en dat hij zijn (drugs)verslaving op eigen kracht heeft aangepakt met steun van zijn familie en de betrokken jongerencoach vanuit de gemeente Enschede. Sinds kort heeft verdachte betaald werk, waarmee hij zowel een zinvolle dagbesteding als inkomen heeft. Dit zijn beschermende factoren. De reclassering ziet echter ook risicofactoren, nu verdachte zonder behandeling van een hulpverleningsinstantie is gestopt met het middelengebruik en hierdoor geen zicht is verkregen op zijn verslavingsgeschiedenis. Het psychosociaal functioneren van verdachte is in het verleden instabiel geweest, wat mede tot het middelengebruik heeft geleid. Daarnaast is verdachte onbekend bij de reclassering, terwijl hij nu in beeld is voor forse verdenkingen. Hoewel de risico’s op recidive, letsel en het onttrekken aan de voorwaarden als laag worden ingeschat, is de reclassering van mening dat een (deels) voorwaardelijke veroordeling met oplegging van bijzondere voorwaarden noodzakelijk is om het recidiverisico laag te kunnen houden. Als bijzondere voorwaarden worden een meldplicht, meewerken aan diagnostisch onderzoek, een ambulante behandeling (met mogelijk kortdurende opname), middelencontrole en het verblijf in begeleid wonen of een maatschappelijke opvang geadviseerd. Verdachte heeft bij de reclassering te kennen gegeven bereid te zijn om mee te werken aan een reclasseringstoezicht met deze bijzondere voorwaarden.
Verdachte heeft op zitting herhaald dat hij zich aan de geadviseerde bijzondere voorwaarden wil houden, als deze aan hem worden opgelegd.
Toelichting jongerencoach ter zitting
Ter zitting is de bij verdachte betrokken jongerencoach van de gemeente Enschede,
[getuige], als getuige gehoord over het verloop van zijn contact met verdachte. Hij heeft, kort samengevat, het volgende verklaard.
Het contact is op vrijwillige basis ontstaan rond juni 2024. Tot op heden begeleidt de jongerencoach verdachte om toe te werken naar stabiliteit. Zij hebben wekelijks (goed) contact met elkaar en verdachte houdt zich aan de afspraken. Verdachte is gestopt met het drugsgebruik, heeft afstand genomen van de drugswereld en heeft onlangs een fulltime baan gevonden als vloerlegger. Hij bewandelt een positief pad. Ook in de vele moeilijke momenten tijdens het traject is verdachte niet teruggevallen in drugsgebruik. Via zijn advocaat heeft verdachte contact gezocht met de reclassering. Ook de hulp die vanuit de reclassering wordt aangeboden, wil verdachte aanvaarden.
De op te leggen straf
De rechtbank stelt voorop dat de ernst van de feiten in beginsel aanleiding geeft tot het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank zal hiertoe echter niet overgaan, omdat zij bij de strafoplegging in het bijzonder rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn meewerkende proceshouding vanaf het moment van zijn aanhouding. Verdachte is na zijn aanhouding (in februari 2024) gestopt met het gebruik van verdovende middelen en heeft op vrijwillige basis hulp gezocht bij het stabiliseren van zijn leven. Dit is hem in de tussentijd goed gelukt. Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou deze positieve ontwikkelingen in het leven van verdachte doorkruisen. De rechtbank is van oordeel dat dit onwenselijk is en acht om die reden een andere strafmodaliteit in dit geval meer passend, namelijk een taakstraf en daarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd. Dat laatste dient als motivatie voor verdachte om de stijgende lijn voort te zetten en op het goede pad te blijven, zodat hij in de toekomst niet weer in de verleiding komt om (soortgelijke) feiten te plegen.
Alles afwegende, acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van honderdtachtig uren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van drie jaren en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd, passend en geboden.
6.4
De inbeslaggenomen voorwerpen
6.4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de inbeslaggenomen geldbedragen met een totaalwaarde van € 1.495,40 verbeurdverklaard moeten worden, omdat dit geld door verdachte is verdiend met de drugshandel. De twee inbeslaggenomen telefoons moeten worden onttrokken aan het verkeer, omdat de ten laste gelegde feiten met behulp van die voorwerpen zijn gepleegd.
6.4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht tot teruggave van de inbeslaggenomen telefoons aan verdachte. De verdediging heeft geen bezwaar tegen de verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geld.
6.4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen geldbedragen ter hoogte van € 955,-- (omschrijving PL0600-2024071565-G3154483) en € 540,40 (omschrijving
PL0600-2024071565-G3191905) moeten worden verbeurdverklaard, omdat verdachte deze geldbedragen te eigen bate kan aanwenden en die geldbedragen geheel uit de baten van de strafbare feiten zijn verkregen.
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de inbeslaggenomen telefoons (Apple iPhone 7 met goednummer PL0600-2024071565-3154541 en Apple onbekend met goednummer PL0600-2024071565-3154543) vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, aangezien de feiten met behulp van deze voorwerpen zijn begaan en zij van zodanige aard zijn (vanwege de strafbare aard van de inhoud van die telefoons), dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
Verdachte heeft ter terechtzitting afstand gedaan van de inbeslaggenomen weegschaal en drugs. Om die reden zal de rechtbank over die inbeslaggenomen goederen geen beslissing nemen.

7.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c, 36d en 57 Sr.

8.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 2
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 3
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 4
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
180 (honderdtachtig) uren;
- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
90 (negentig) dagen;
- beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste zestig dagen doorgebracht in verzekering of voorlopige hechtenis, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur
van 6 (zes) maanden;
- bepaalt dat deze gevangenisstraf
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
- stelt als
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
De rechter kan de tenuitvoerlegging ook gelasten indien de verdachte gedurende de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende bijzondere voorwaarden niet is nagekomen:
- stelt als
bijzondere voorwaardendat verdachte:
- zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Tactus Reclassering op het adres Raiffeisenstraat 75 te Enschede;
- zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Transfore of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op het afronden van een diagnostisch onderzoek en verdachte dient mee te werken aan een mogelijke vervolgbehandeling. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
- gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, ambulante
hulpverlening aanvaardt en/of verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
- meewerkt aan middelencontroles om zicht te krijgen op het gebruik van verdovende middelen in de Opiumwet, zolang de reclassering dit nodig acht. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;
de in beslag genomen voorwerpen
-
verklaart verbeurd de inbeslaggenomen geldbedragen, te weten:
- het geldbedrag ter hoogte van
€ 955,--(omschrijving PL0600-2024071565-G3154483), en
- het geldbedrag ter hoogte van
€ 540,40(omschrijving PL0600-2024071565-G3191905);
-
verklaart onttrokken aan het verkeerde in beslag genomen voorwerpen, te weten
de inbeslaggenomen telefoons:
- Apple iPhone 7 met goednummer PL0600-2024071565-3154541, en
- Apple onbekend met goednummer PL0600-2024071565-3154543.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit digitaal genummerde pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024046304, gesloten op