Woonstichting WBO verhuurt sinds 1980 een woning aan de huurder. Op 11 november 2025 vond een politie-inval plaats waarbij een grote hoeveelheid hard- en softdrugs, contant geld en weegschalen in de woning werden aangetroffen. WBO verzocht de huurder de huurovereenkomst op te zeggen, wat deze aanvankelijk deed met een opzegdatum van 29 mei 2026. Later trok de huurder deze opzegging in, stellende dat hij destijds niet in staat was zijn wil te bepalen vanwege medische omstandigheden.
De kantonrechter oordeelt dat de opzegging rechtsgeldig is, mede omdat de huurder tijdens de zitting verklaarde dat de opzegging een weloverwogen keuze was. Het feit dat het vinden van een andere woning moeilijk bleek, komt voor zijn eigen risico. De primaire vordering tot ontruiming wordt daarom toegewezen, en de subsidiaire vordering wegens tekortkoming in huurverplichtingen wordt niet behandeld.
De huurder wordt veroordeeld om uiterlijk 29 mei 2026 de woning te ontruimen en in goede staat op te leveren. Tevens wordt hij veroordeeld in de proceskosten van €1.013,01. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.