9.De beslissing
- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
het misdrijf: feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
20 (twintig) maanden;
- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van
8 (acht) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
- stelt als
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
schadevergoeding [slachtoffer 1]
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 7.063,53 (bestaande uit € 563,53 materiële schade en € 6.500,-- immateriële schade);
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 7.063,53 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 over € 6.500,--, vanaf 26 januari 2026 over € 396,49 en vanaf 16 februari 2026 over € 167,04);
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 7.063,53, (zegge: zevenduizend drieënzestig euro en drieënvijftig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 over € 6.500,--, vanaf 26 januari 2026 over € 396,49 en vanaf 16 februari 2026 over € 167,04, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 60 (zestig) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 385,-- (bestaande uit materiële schade) niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
schadevergoeding [slachtoffer 2]
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 2.084,37 (bestaande uit € 84,37 materiële schade en € 2.000,-- immateriële schade);
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 2.084,37 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 over € 2.000,-- en vanaf 1 augustus 2024 over € 84,37);
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.084,37, (zegge: tweeduizend vierentachtig euro en zevenendertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 over € 2.000,-- en vanaf 1 augustus 2024 over € 84,37, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 20 (twintig) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 9.064,-- (bestaande uit materiële schade) niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij af tot een bedrag van € 4.500,-- (bestaande uit immateriële schade);
schadevergoeding [slachtoffer 3]
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 3.603,38 (bestaande uit € 603,38 materiële schade en € 3.000,-- immateriële schade);
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 3.603,38 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 over € 3.000,-- en vanaf 1 augustus 2024 over € 603,38);
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.603,38, (zegge: drieduizend zeshonderdendrie euro en achtendertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 over € 3.000,-- en vanaf 1 augustus 2024 over
€ 603,38, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 36 (zesendertig) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 3.407,-- (bestaande uit materiële schade) niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij af tot een bedrag van € 3.674,89 (bestaande uit immateriële schade);
schadevergoeding [slachtoffer 4]
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 3.085,-- (bestaande uit € 1.085,-- materiële schade en € 2.000,-- immateriële schade);
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 3.085,-- (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 over € 2.000,-- en vanaf 16 april 2026 over € 1.085,--);
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.085,--, (zegge: drieduizend vijfentachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 over € 2.000,-- en vanaf 16 april 2026 over € 1.085,--, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 30 (dertig) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij af tot een bedrag van € 3.000,-- (bestaande uit
schadevergoeding [slachtoffer 7]
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 6.282,85 (bestaande uit € 1.782,85 materiële schade en € 4.500,-- immateriële schade);
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 6.282,85 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 over € 4.500,-- en vanaf 16 april 2026 over € 1.782,85);
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 6.282,85, (zegge: zesduizend tweehonderdtweeëntachtig euro en vijfentachtig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 over € 4.500,-- en vanaf 16 april 2026 over
€ 1.782,85, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 56 (zesenvijftig) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij af tot een bedrag van € 1.250,-- (bestaande uit
schadevergoeding [slachtoffer 5]
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 1.500,-- (bestaande uit immateriële schade);
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
€ 1.500,-- (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023);
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.500,--, (zegge: duizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 15 (vijftien) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij af tot een bedrag van € 3.500,-- (bestaande uit
schadevergoeding [slachtoffer 6]
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 4.000,-- (bestaande uit immateriële schade);
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 4.000,-- (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023);
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 4.000,--, (zegge: vierduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 40 (veertig) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij af tot een bedrag van € 1.000,-- (bestaande uit immateriële schade);
schadevergoeding [slachtoffer 8]
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 4.123,63 (bestaande uit € 623,63 materiële schade en € 3.500,-- immateriële schade);
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 4.123,63 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 over € 3.500,-- en vanaf 16 april 2026 over € 623,63);
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 4.123,63, (zegge: vierduizend honderddrieëntwintig euro en drieënzestig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 over € 3.500,-- en vanaf 16 april 2026 over
€ 623,63, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 41 (eenenveertig) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.
- wijst de vordering van de benadeelde partij af tot een bedrag van € 3.000,--.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.F. Schreurs, voorzitter, mr. J. Wentink en
mr. P.A.M. Miltenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. Kleinlugtenbeld, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2026.
Buiten staat
Mr. P.A.M. Miltenburg is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2023174725 en onder de naam Alabama. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
1.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 april 2026, voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte, zakelijk weergegeven:
Ik ben in 2011 begonnen bij [bedrijf] in [vestigingsplaats] . Ik was de supervisor van de [afdeling] . Ik was verantwoordelijk voor bijna alle zaken op de afdeling. Alles wat er op de werkvloer gebeurde, kwam eerst bij mij terecht. Ik bepaalde ook wie er binnenkwam en wie er wegging. Op de afdeling werkten mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ik was mij ervan bewust dat [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] verstandelijk/psychisch beperkt dan wel kwetsbaar waren. Ik heb wel eens een arm over de schouder van [slachtoffer 3] gelegd. Ik heb ook wel eens mijn hand op haar been, net boven haar knie, gelegd in de kantine en toen ik met haar in mijn auto zat. Bij [slachtoffer 4] heb ik tweemaal mijn wijsvinger en duim van mijn beide handen op haar heupen gezet. Ik heb [slachtoffer 6] wel eens bij haar schouder vastgepakt. Ook heb ik wel eens met mijn hand op haar been getikt, terwijl wij in de kantine zaten. Dit geldt ook voor [slachtoffer 1] . Bij [slachtoffer 5] heb ik een keer mijn handen op haar schouders gelegd toen ik achter haar stond. Bij [slachtoffer 2] heb ik wel eens mijn hand op haar been, net boven de knie, gelegd in de kantine. Ik heb vast ook een keer mijn arm over haar schouder gelegd. Zij was vaak ziek. Ik heb toen tegen haar gezegd dat er iets moest veranderen, omdat anders haar contract niet zou worden verlengd. [slachtoffer 8] heb ik een keer bij haar schouders vastgepakt. Zij is in [maand] 2023 achttien geworden.
2.
Het proces-verbaal van aangifte van [HR-manager] van 16 mei 2023, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven op pagina 4-7:
Aangeefster vertelde dat ze HR-manager is bij [bedrijf] en dat ze [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) naar haar kantoor heeft gehaald, hem heeft uitgelegd dat er meerdere meldingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag waren gedaan, dat er onderzoek zou worden gedaan en dat hij per direct op non-actief gesteld werd. Hij reageerde totaal onaangedaan, verdedigde zichzelf niet en kwam een beetje onverschillig over. Hij heeft dit niet ontkend.
3.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [HR-manager] door de rechter-commissaris van 2 september 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:
Ik zat op donderdag 20 april 2024 (de rechtbank begrijpt: 2023) op kantoor en toen kwam de heer [de tweede supervisor] , de rechterhand van [verdachte] , binnen met een aantal dames die erg overstuur waren. Ze waren erg emotioneel.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [de tweede supervisor] van 2 november 2023, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 84-90:
[slachtoffer 3] werd op kantoor geroepen bij [verdachte] . Toen is [slachtoffer 7] naar me toe gekomen in het magazijn voor de werkruimte want ze wilde me iets vertellen. Ik werd naar de toiletten geroepen en trof daar [slachtoffer 7] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] . Ze stonden te huilen en er was paniek. Ze waren aan het stotteren.
V: Welke dag was het dat jij werd opgehaald uit het magazijn?
A: Dat was de donderdag voor Koningsdag (de rechtbank begrijpt: 20 april 2023).
V; Wat zag je aan de dames?
A: Ze waren overstuur, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] waren overstuur, in paniek. Ik zag paniekaanvallen, zoals huilen en vertellen wat er gebeurd was en vragen of dit aan hen lag.
5.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] van 28 september 2023, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 45-52:
V: Sinds wanneer werk jij bij [bedrijf] ?
A: Februari 2019.
V: welke dingen heeft hij (de rechtbank begrijpt hierna telkens: verdachte) gedaan?
A: Bij de borsten gezeten en bij de bovenbenen.
V: Waar deed hij dat?
A: In de kantine bij de vaatwasser, het magazijn heel vaak en in het kantoor.
V: Tussen jouw benen, was dit over of onder de kleding?
A: Zijn hand was op mijn huid en in onderbroek. Ik voelde zijn hand op mijn huid.
V: En aan de achterkant was over jouw kleding en is dat vaker gebeurd?
A: hij is er vanaf vorig jaar september mee begonnen. 4 a 5 keer is dat gebeurd. Hij ging toen over de kleding van de achterkant, tussen mijn benen naar voren naar waar mijn poes zit. En hij maakt dan bewegingen, echt drukken. Hij drukte met zijn vingers en kriebelde en drukte dan mijn kleding fijn en bewoog met zijn vingers en drukte. Ik voelde dit bij de voorkant, bij de hele vagina.
O: [slachtoffer 1] laat zien dat haar hand achter haar broeksband gaat.
V: Dus hij deed zijn hand achter jouw broek, en je had al verteld onder je onderbroek, en toen?
A: Hij rustte met zijn hand op mijn huid en lag op mijn schaamhaar.
V: Ik hoorde je zeggen: ook spontaan bij het kruis pakken, is dat 1 x of vaker gebeurd?
A: Ik was dan op kantoor bij hem. Hij had dan een bureaustoel en trok zich dan naar mij toe, waarbij hij mijn arm vastpakte en dan begon hij bij mijn benen, mijn bovenbenen. Aan de binnenkant van mijn bovenbenen.
V: Je vertelde ook iets over dat je met displays met pindakaaspotjes bezig was.
A: Ja, ik was aan het werk en hij stond ineens achter mij en hoorde ineens keer zijn stem. Ik was gefocust op mijn werk en ineens pakte hij mij bij de borsten en ik kan me nog heel goed herinneren dat hij zei: “Oeps.” Dit was over de kleding.
V: Hoe komt hij dan bij jouw borsten?
A: Hij staat achter mij, en gaat met zijn armen langs mijn lichaam aan beide kanten en pakte hij mijn borsten over de kleding vast.
V: Ik ga het opsommen, we hebben het gehad bij de borsten pakken, over en onder de kleding. Tussen de benen, hij heeft je schaamhaar aangeraakt, aan de voorkant. Via de achterkant over de kleding naar de vagina en het aaien over de billen wat gezien is en dan moeten we het nog over het stukje van het knijpen in de billen.
A; Hij heeft me met zijn hand bij mijn billen geknepen. Achter mijn broek, of strelen of zijn hand laten rusten.
V: Wanneer zijn die aanrakingen begonnen?
A: 2019 februari ben ik begonnen. Na een halfjaar of 8 maanden is het benen wrijven begonnen.
V: Je hebt iets aangegeven over [slachtoffer 6] en knuffelen.
A: Ik zag dat [verdachte] haar armen naar beneden wilde doen. En [slachtoffer 3] , ik zag dat hij bij haar over haar rug wreef. [slachtoffer 3] vertelde dat zij naar [verdachte] was geweest en een bedrukt gezicht had. Ik vroeg wat er was. En [verdachte] had net ook bij [slachtoffer 3] via de achterkant naar de voorkant bij haar gewreven wat hij bij mij ook had gedaan. [slachtoffer 3] was helemaal van streek, ik huilde. Dit was in april dit jaar. Ik zei: “Kom, we gaan naar de wc.” en vertelde dat hij dit ook bij mij deed.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] van 7 november 2023, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 78-81:
V: Waar werk jij op dit moment?
A: Bij [bedrijf] .
V: Hoe lang werk jij daar?
A: Bijna drie jaar.
V: Wat is er nu precies gebeurd op het werk waardoor jij nu hier bij de politie zit?
A: Ik kwam in het begin te werken bij [bedrijf] . Een paar maanden verder wilde ik met iemand in gesprek, ik vroeg dat aan hem wie de vertrouwenspersoon was. Hij zei, dat kan je met mij doen want ik ben de vertrouwenspersoon. Ik ging met hem in gesprek, hij legde zijn hand op mijn been, streek over mijn been. Op het kantoor stond of zat ik naast hem, hij ging dan aan de achterkant van mijn been zitten vanuit het niets. Ik nam steeds meer afstand van het bureau, hij zei toen: “Je mag wel dichterbij komen ik bijt niet, je mag wel dichterbij komen ik doe je niets”. Ik ging dan dichterbij staan en dan ging hij weer opnieuw aanraken. Hij ging een arm om mij heen slaan, hand op mijn borst. In de kantine ging hij wel eens naast mij zitten, dan deed hij zijn hand op mijn schoot, steeds dichterbij mijn lies. Hij liep te dreigen met mijn contract, hij zei dan: Dit kan niet langer zo doorgaan. Anders zorg ik dat je contract niet wordt verlengd”. Of ik ga ervoor zorgen dat je hier niet meer kan werken. Dan begon ik te huilen, hij begon mij te strelen, hand naar de borst of over mijn arm heen te strelen.
V: Je vertelde dat [verdachte] met zijn hand op jou schoot ging en dan steeds verder naar jou lies. Vertel daar eens over
A: Dan zat je naast hem en dan ging hij knijpen in je bovenbeen en strelen over mijn bovenbeen. En dan ging hij steeds verder omhoog richting mijn liezen.
V: Is dit één keer of vaker gebeurd?
A: Bij mij is dat twee keer gebeurd en verder op het bovenbeen of achterbeen.
V: Die hand op jou borst heeft hij dat één keer of vaker gedaan?
A: 1 keer.
V: Wat zag je precies dat [verdachte] bij [slachtoffer 1] [slachtoffer 2] deed?
A: Voornamelijk in de kantine dat hij over haar been streelde.
V: Wat zag je dat er bij [slachtoffer 3] gebeurde?
A: Ik zag haar staan op het kantoor, ik zag dat er over haar bovenbeen werd gewreven. Ik zat vaak naast [slachtoffer 3] in de kantine, als er plek naast [slachtoffer 3] was ging hij daar bijvoorbeeld zitten. Ik zag dat hij dan ook zijn hand op het bovenbeen van [slachtoffer 3] had, hij kneep dan in haar bovenbeen.
V: Wat heb je gezien bij [slachtoffer 6] ?
A: Ik heb wel eens gezien dat [verdachte] [slachtoffer 6] naar zichzelf toe trok omdat ze dan te ver weg stond op kantoor. Ik heb ook gezien dat hij haar bovenbeen streelde toen zij op kantoor was.
7.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 3] van 20 oktober 2023, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 68-73:
V: Waar werk jij op dit moment?
A: [bedrijf]
V: Hoe lang werk jij daar?
A: Vanaf mei 2021
V Dat aanraken bij je borsten, is dat één keer of vaker gebeurd?
A: Dat is één keer gebeurd. Het was bij mij in de liezen zitten en aan mijn kont zitten.
V: Dat aanraken bij je kont is dat één keer of vaker gebeurd
A: Dat is vaker gebeurd.
V: Dat aanraken bij je liezen, is dat één keer of vaker gebeurd?
A: Vaker gebeurd.
V: Vertel eens alles over die laatste keer (de rechtbank begrijpt: 20 april 2023)
A: hij zat alleen op kantoor en [de tweede supervisor] was weg. Ik moest even naar hem toe. Ik had het koud en ging tegen de verwarming aan staan. Ik moest iets op de computer bekijken en ging daarom naast hem staan. Hij ging aan mijn kont zitten, hij legde zijn hand op mijn kont. Hij ging steeds verder met zijn handen naar mijn liezen. Ik ben toen weggegaan, naar de hal. Ik zat er zo mee en heb het toen tegen donkere [slachtoffer 7] gezegd. [slachtoffer 7] moest ook huilen omdat ze zich herkende in mijn verhaal en we zijn toen samen naar de wc gelopen omdat we niet wilde dat hij ons zagen huilen. Blonde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] kwamen toen ook naar ons toe. [slachtoffer 1] heeft toen [de tweede supervisor] opgehaald.
V: Wat deed [verdachte] precies met zijn hand?
A: Strelen en een paar keer knijpen.
V: Jij vertelde dat hij vaker jou aanraakte bij de kont?
A: altijd in het kantoortje. Hij riep je dan bij zich omdat hij iets met je moest regelen. Ik stond dan naast hem en dan deed hij dat. Het gebeurde ook wel eens dat [de tweede supervisor] tegenover hem zat in het kantoor, dan deed [verdachte] het ook. De computer schermen staan tegenover elkaar dus daarom kon [de tweede supervisor] het niet zien.
V: Speelde dit weken, of maanden of jaren?
A: Dat speelde vanaf dat ik er ben gaan werken. Het begon met de schouder en daarna naar beneden.
V: Dat aanraken bij je liezen, je zei dat dat vaker was gebeurd. Waar gebeurde dit?
A: In de kantine tijdens de lunch.
V: Gebeurde het daar altijd?
A: Niet altijd, echt wanneer hij naast je ging zitten. Hij ging dan in je lies en over je been heen. Er was dan bijvoorbeeld een plekje naast mij over. Dan kwam hij naast mij zitten en dan ging hij over mijn been heen met zijn hand en aan mijn lies zitten.
8.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] van 22 september 2023, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 35-39:
V: Waar werk jij op dit moment?
A: Bij [bedrijf]
V: Hoe lang werkje daar al?
A: 5 jaar
V: Vertel daar eens alles over?
A: Hij (de rechtbank begrijpt hierna telkens: verdachte) zat bij mij iedere keer aan de heupen. Als hij dan achter mij langs moest dan pakte hij mijn heupen en dat zei hij “even achterlangs”.
V: En verder?
A: Ja hij zat ook wel eens aan mijn kont en dan ging hij er ook wel eens in knijpen. Ik heb er ook wel eens wat van gezegd en heb ook gezegd van: “hallo ik heb hier al een vriend rondlopen”. Maar daar deed hij niets op uit en dan deed hij het gewoon weer.
V: Hoe vaak heeft hij dat in de kontknijpen gedaan?
A: 2 keer
V: En deed hij dat op het kantoor, buiten, in het magazijn?
A: In een soort hok en daar werkte ik best vaak alleen.
V: Je vertelde dat hij je 2 keer in de kont had geknepen. Vertel hier eens alles over?
A: Ik was een bestelling aan het doen en moest alles stickeren. Ik voelde ineens een hand op mijn kont. Toen ik omkeek was het [verdachte] . Hij kneep in mijn billen.
V: Wanneer is dit gebeurd?
A: Twee jaar geleden.
V: Vertel eens alles over die tweede keer dat hij jou in de kont kneep?
A: Toen vroeg hij hoe ver ik was. Toen zei ik dat ik bijna klaar was. Hij liep weer weg en ik draaide me om, maar blijkbaar was hij weer terug gekomen want toen kneep hij mij in de kont.
V: Vertel eens alles over dat hij je vastpakt bij de heupen?
A: Ik stond een keer huisjes te plakken met tape in de hal en dan liep hij langs mij en dan stond er een pallet met al die huisjes achter mij waardoor hij achter mij langs loopt. Hij pakte dan mijn heupen als hij achter mij langs liep.
V: Wat deed dat met jou dat hij jou bij de heupen pakte en jou in de kont kneep?
A: Ik was wel iedere keer verbaasd of in de war over wat er gebeurde. Ook omdat het elke keer onverwacht was.
V: Heb je wel eens gezien dat [verdachte] dit wel eens bij iemand anders deed?
A: Zij heet [slachtoffer 1] . Ik zag dat [verdachte] in de kantine in de pauze naast [slachtoffer 1] zat en ik zag dat hij over haar been zat te wrijven. Hij ging haar ook steeds op het kantoor roepen en dan ging ik wel eens kijken wat daar gebeurde en dan zag ik dat hij bijvoorbeeld met zijn hand naar haar borsten ging en dat hij haar ook omhelsde.
V: Als je daar naar toe keek en [slachtoffer 1] en [verdachte] zag wat zag je dan?
A: Dat [verdachte] zijn arm om [slachtoffer 1] heen sloeg en dat [verdachte] dan aan haar borsten zat.
V: Was dat boven de kleding of onder de kleding?
A: Boven de kleding.
V: Heb je nog meer dingen gezien als ze in het kantoortje waren?
A: Ik zag dan bijvoorbeeld dat hij zijn hand bij haar vagina had en zijn hand op haar bovenbeen.
9.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 7] van 15 september 2023, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 21-23:
V: Waar werk jij op dit moment?
A: Bij [bedrijf] .
V: Hoe lang werk jij daar?
A: Drie jaar.
V: Wat is er nu precies gebeurd op het werk waardoor jij nu hier bij de politie zit?
A: Op een gegeven moment begon [verdachte] steeds meer aan mij te trekken. Op zijn kantoor roepen en dat soort dingen. Sinds een jaar, anderhalf jaar, moest ik steeds vaker op kantoor komen en dan raakte hij mij aan.
V: Vertel eens meer over?
A: Ik moest steeds vaker op kantoor komen en dan trok hij aan mijn arm. In zijn ogen stond ik te ver erg en moest ik dichterbij komen. Hij raakte mijn been aan, daar zocht ik niets achter, maar later ging hij naar mijn billen. Die ging hij vastpakken.
A: Hij sloeg vaak de arm om mij heen. Dan zei hij oeps wat doe ik nou en legde hij zijn hand op mijn borst. Dan sloeg hij zijn arm om mijn schouder en dan ging hij met zijn hand over mijn schouder naar mijn borsten.
V: Heeft hij kunnen merken dat jij dat niet prettig vond?
A: Zeker merkte hij dat. Ik zorgde er dan voor dat ik mijn arm tussen mijn borst en elle boog kreeg en dan drukte ik zijn arm weg. [verdachte] begon dan te lachen.
V: Hoe vaak is het gebeurd dat [verdachte] jouw borst aanraakte?
A: Dat was ongeveer twee keer per week, anderhalf jaar lang dat hij op deze manier in mijn borst kneep.
V: Wanneer was dat begonnen?
A: Anderhalf jaar geleden ongeveer.
V: Vertel eens precies hoe het aanraken van jouw billen ging?
A: Ik stond dan naast zijn bureau. [verdachte] zat dan gewoon op zijn stoel en keek gewoon recht naar voren naar zijn computerscherm. Hij begon dan met het aanraken van mijn been. Hij legde dan zijn hand aan de voorkant op mijn bovenbeen en ging dan naar achteren naar mijn billen.
10.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] van 4 oktober 2023, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 63- 65:
V: Waar werk jij op dit moment?
A: Bij [bedrijf] .
V: Hoe lang werk jij daar?
A: Ik werk daar sinds vorig jaar maart.
V: Wat heeft hij dan bij jou gedaan?
A: Hij (de rechtbank begrijpt hierna telkens: verdachte) heeft op mijn rechterbeen aan mijn dij gezeten.
V: Vertel eens over dat aanraken aan jouw rechterbeen door [verdachte]
A: Het was in het hok van [naam 2] , daar zat ik. Hij stond achter mij. Ik voelde zijn hand hier op mijn dij gaan.
V: Hoe vaak heeft hij jou daar aangeraakt?
A: Eén keer.
V: Wat heb jij zelf gezien of gehoord dat er bij anderen is gebeurd?
A: Bij mij viel op dat hij veel bij [slachtoffer 1] aan haar kont zat of achter haar shirt probeerde te komen.
V: Wat heb jij precies gezien van dat aanraken bij de kont van [slachtoffer 1] ?
A: De arm van [verdachte] was dan de op kont van [slachtoffer 1] en zijn hand was op het bovenbeen van [slachtoffer 1] .
11.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 6] van 15 september 2023, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 11-15:
V: Hoe lang werk jij daar (de rechtbank begrijpt: bij [bedrijf] )?
A: Ik werk daar nu ongeveer twee jaar.
V: Wat gebeurde er toen (de rechtbank begrijpt: op 20 april 2023) op het werk?
A: [verdachte] viel [slachtoffer 3] lastig. Toen ging hij van haar achteren bij haar, onder haar werkbroek, ging hij haar daar bij haar kont zitten.
V: Wat heb jij hiervan zelf gezien?
A: Dat hij dat deed dat heb ik zelf gezien.
V: Hoe reageerde [slachtoffer 3] op [verdachte] ?
A: Heel erg geschrokken en geschokt.
V: Wat zag je dan aan haar (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] )?
A: Als [verdachte] bij haar was dan plakte hij altijd heel erg aan haar. Hij raakte haar dan aan. De ene keer bij haar borsten of haar kont of bij haar broek achter haar werkbroek. Ook wel eens bij haar rug, dichtbij de BH. Dit heeft [slachtoffer 1] mij wel eens verteld. De ene keer had ik het gezien.
V: Nog meer?
A: Ze heeft me verteld dat hij het ook in zijn kantoor deed. Dat [verdachte] zijn hand uitstak en zei kom maar wat dichterbij want ik hoor je niet. Anders trok hij je wel aan haar arm dichterbij om maar naast hem te moeten staan. Ik heb dit zelf soms ook gezien omdat ik daar dan bij stond. Ik zag dat [slachtoffer 1] dan ongemakkelijk daar stond. Ik zag dat hij met zijn hand over haar kont of onder haar broek aan haar kont zat. Over haar rug ging aaien en in de richting van de ongewenste plekken ging.
V: Wat zag je dan wat hij deed met de borsten van [slachtoffer 1] ?
A: Ik zag dat hij met zijn hand haar borst ging aanraken.
V: Hoe vaak heb jij gezien dat [verdachte] aan [slachtoffer 1] zat?
A: Heel vaak.
V: Wat heb jij toen zelf verteld aan de dames HR?
A: Als ik naar het kantoor van [verdachte] ging om hem wat te vragen. Dat hij dan zijn hand uitstak en zei. Ik kan je niet goed horen. Dan stak hij zijn hand uit en wachtte hij totdat je naar hem toe kwam. Als je dan dichterbij kwam trok hij mij nog dichter naar mij toe. Hij zat dan onder mijn hemd, dicht bij mijn BH. Dat was met zijn hand. De ene keer boven mijn hemd en de andere keer onder mijn hemd. De ene keer zat hij aan mijn kont over mijn broek en de andere keer onder mijn werkbroek.
V: Wat deed hij dan met zijn hand bij jouw kont.
A: Ik was 20 jaar toen hij begon met mij.
A: Als je in de kantine zat. Als hij naast mij zat, ook gewoon sneaky, met zijn hand bij mijn been te wrijven.
V: Je wijst nu de binnenkant van jouw bovenbeen aan.
A: Ja dat klopt.
12.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 8] van 22 september 2023, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 28-30:
V: Waar werk jij op dit moment?
A: Bij [bedrijf]
V: Hoe lang werk jij daar?
A: ik heb 15 augustus 2023 mijn contract getekend. Daarvoor liep ik er stage vanaf vorig jaar augustus.
V: Vertel eens precies wat er gebeurd is
A: Ik kwam vorige jaar stage lopen en toen was ik 17. Hij zat wel vaak aan mij, aan mijn schouders. Daar begon hij mee. Een week later ging hij met zijn hand in mijn T-shirt en in mijn BH aan mijn borsten zitten. En hij heeft ook wel zo aan mijn borsten gezeten. Hij bleef dit doen totdat hij ontslagen werd.
V: Je zei dat hij aan je borsten zat, is dat 1 keer of vaker gebeurd?
A: Dat is vaker gebeurd.
V: Waar gebeurde dat dan als hij aan je borsten zat?
A: Op de werkvloer, dat is het gedeelte waar ik vaak werk dat is naast het kantoor.
V: Ik weet niet of ik het al gevraagd heb maar wie zat er dan aan je borsten?
A: [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte] )
V: Wat gebeurde er precies toen [verdachte] bij jou kwam?
A: hij ging achter mij staan, hij sloeg eerst hard op mijn schouder om mij te laten schrikken. Hij zat aan mijn schouders en hij ging aan mijn borsten zitten onder mijn shirt achter mijn BH aan mijn borsten voelen.
V: Vertel eens alles over hoe het ging toen die aan je borsten voelde?
A: Toen hij ging voelen draaide hij met zijn handen. Hij voelde aan beide borsten.