Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2393

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2602526:R-RK
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Insolventieverordening (EU 2015/848)Art. 288 lid 1 FaillissementswetArt. 354a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling en afwijzing eerdere ingangsdatum

De rechtbank Overijssel behandelde op 20 april 2026 het verzoek van verzoeker om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling (Wsnp). Verzoeker heeft tevens verzocht om de ingangsdatum van de regeling te vervroegen naar 6 december 2024, de datum van de eerste aflossing in het minnelijk traject.

De rechtbank oordeelde dat verzoeker voldeed aan de voorwaarden van artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet en dat er geen gronden waren om het verzoek tot toelating af te wijzen. De toelating tot de schuldsaneringsregeling werd daarom toegewezen met een termijn van achttien maanden vanaf de uitspraakdatum.

Het verzoek tot een eerdere ingangsdatum werd afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat verzoeker gedurende het minnelijk traject maximaal had afgelost. Hoewel verzoeker een Wajong-uitkering ontvangt en daardoor geen sollicitatieplicht heeft, was onduidelijk hoe het spaarsaldo van €270,52 was opgebouwd en verdeeld onder schuldeisers. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat aan de voorwaarden voor een eerdere ingangsdatum was voldaan.

De rechtbank benoemde een rechter-commissaris en een bewindvoerder en gaf de bewindvoerder opdracht tot inzage in de post van verzoeker en het opnemen van een voorschot op vergoeding. Tevens werden alle gelegde beslagen opgeheven. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen, verzoek tot eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie
Zittingsplaats Almelo
Rekestnummer: NL:TZ:2602526:R-RK
Vonnis van maandag 20 april 2026
op het verzoek van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af.

1.De procedure

1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoek met bijlagen;
- de zitting van maandag 13 april 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker], vergezeld door zijn moeder;
- mevrouw [bewindvoerder], Stichting Doe Mee(r), beschermingsbewindvoerder.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.

3.De beoordeling

3.1.
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet (Fw). Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
3.3.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 6 december 2024, zijnde de datum van de eerste aflossing in het minnelijk traject. In de toelichting op dit verzoek staat in het verzoekschrift dat [verzoeker] graag een eerdere ingangsdatum zou willen, omdat zijn inkomen niet zal toenemen en de afdrachtcapaciteit daarom nihil zal blijven. Deze informatie is van belang voor de vraag of de schuldsaneringsregeling mogelijk eerder kan eindigen op grond van artikel 354a Fw, maar niet voor de beoordeling of een eerdere ingangsdatum kan worden toegekend.
3.4.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus maandelijks sprake zijn van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de netto-inkomsten en het vtlb. Daarnaast moet er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltimebaan.
3.5.
Ten aanzien van de sollicitatieplicht heeft [verzoeker] aangetoond dat hij een Wajong-uitkering ontvangt zodat geen sprake is van arbeidsvermogen en er geen inspanningsplicht in de zin van het verwerven en behouden van betaalde arbeid op hem rust. Ten aanzien van de afdrachtplicht heeft de rechtbank geconstateerd dat de Stadsbank op 6 december 2024 een buitengerechtelijke regeling is gestart. Deze regeling is om onbekende redenen in december 2025 geëindigd, waarna de Stadsbank het spaarsaldo ad € 270,52 in december 2025 heeft verdeeld onder de schuldeisers. Niet duidelijk is hoe dit saldo is opgebouwd en aan welke schuldeisers dit is uitgekeerd.
3.6.
Gelet op het vorenstaande kan de rechtbank niet vaststellen of Van der Pelle in het minnelijk traject maximaal heeft gespaard voor zijn schuldeisers. De rechtbank wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum dan ook af.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1];
4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf de dag van deze uitspraak;
4.3.
wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af [1] ;
4.4.
benoemt tot rechter-commissaris mr. D. van den Berg;
4.5.
benoemt tot bewindvoerder R.G. Wessels, [adres 2];
4.6.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.7.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.8.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Gewezen door mr. D. van den Berg, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.