Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2384

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
ak_24_2613
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep Ziektewetuitkering

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewetuitkering per 21 augustus 2023 te beëindigen. De rechtbank behandelde het beroep en benoemde een onafhankelijke deskundige. Vervolgens heeft het UWV op bezwaar een gewijzigde beslissing genomen waarin verzoekster recht kreeg op een ZW-uitkering vanaf 6 juli 2022 tot en met 2 juli 2024.

Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster haar beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding. Het UWV stemde in met een proceskostenveroordeling conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank heeft het verzoek toegewezen en het UWV veroordeeld tot betaling van €1.868,- aan proceskosten, exclusief het griffierecht dat verzoekster rechtstreeks bij het UWV kan claimen.

De uitspraak is gedaan door rechter T.J. Thurlings-Rassa en griffier A. van den Ham. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van €1.868,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het UWV.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/2613

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. J.W.M. Melief),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: [gemachtigde]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van het UWV van 19 april 2024. Zij heeft het beroep ingetrokken, omdat het UWV op 14 augustus 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar heeft genomen waarin het UWV aan verzoekster doorlopend vanaf 6 juli 2022 tot en met 2 juli 2024 een ZW [1] -uitkering heeft toegekend.
1.1.
In het besluit van 20 juli 2023 heeft verweerder aan eiseres meegedeeld dat haar ZW-uitkering per 21 augustus 2023 eindigt. Verweerder heeft het bezwaar in het bestreden besluit van 19 april 2024 gegrond verklaard. De ZW-uitkering wordt per 21 augustus 2023 voortgezet en eindigt per 12 februari 2024.
1.2.
Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2024 op zitting behandeld. De rechtbank heeft het onderzoek na de zitting heropend en aanleiding gezien om een onafhankelijke deskundige te benoemen die op 24 juli 2025 een rapport heeft uitgebracht.
1.3.
Met het besluit van 14 augustus 2025 (het gewijzigde besluit) heeft het UWV het bezwaar opnieuw gegrond verklaard en vastgesteld dat verzoekster vanaf 6 juli 2022 tot en met 2 juli 2024 recht heeft op een ZW-uitkering.
1.4.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV is in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld akkoord te gaan met een proceskostenveroordeling overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht.
1.5.
Nadat partijen zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord en niet binnen de gestelde termijn hebben verklaard gebruik te willen maken van dat recht, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. De rechtbank doet uitspraak met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb [2] , in samenhang met artikel 8:75a, van de Awb.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [3]
Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is het UWV tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster door te besluiten dat verzoekster per 6 juli 2022 tot en met 2 juli 2024 recht heeft op een ZW-uitkering. De rechtbank veroordeelt daarom het UWV in de kosten van de beroepsprocedure.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-. De kosten in bezwaar heeft het UWV reeds vergoed.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. [4] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.J. Thurlings-Rassa, rechter, in aanwezigheid van
A. van den Ham, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Ziektewet.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
4.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.