Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiseres tegen de door de burgemeester van Dinkelland verleende evenementenvergunning aan derde belanghebbende voor het evenement Weizenmiddag op 29 mei 2022.
Eiseres stelde dat de vergunning onterecht was verleend vanwege hinder, strijd met het bestemmingsplan en het ontbreken van een integriteitsonderzoek. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vergunning geweigerd had moeten worden op grond van openbare orde, veiligheid, volksgezondheid of milieubescherming. Ook is strijdigheid met het bestemmingsplan geen weigeringsgrond voor een evenementenvergunning.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin de geluidsvoorschriften als redelijk werden beoordeeld en stelde dat eventuele overtredingen handhavingskwesties zijn. De aanvraag was voldoende duidelijk en een Bibob-toets was niet vereist volgens het geldende beleid. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.