ECLI:NL:RBOVE:2026:23

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
5 januari 2026
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
C/08/336664 / FA RK 25-1979
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Doorhaling van een huwelijksakte wegens het niet afleggen van de wettelijke verklaring door de echtgenoten

Op 5 januari 2026 heeft de Rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, een beschikking gegeven inzake de doorhaling van een huwelijksakte. De zaak betreft een verzoek van de officier van justitie in het arrondissementsparket Oost-Nederland, die verzocht om de doorhaling van de huwelijksakte van een man en een vrouw, die op 19 april 2025 in de gemeente Zwolle met elkaar zouden zijn gehuwd. De officier van justitie stelde dat de man en de vrouw de verklaring van artikel 1:67, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) niet hebben afgelegd, waardoor er geen huwelijk tot stand is gekomen. De rechtbank heeft kennisgenomen van verschillende stukken, waaronder het verzoek van de officier van justitie en brieven van de betrokken partijen. Tijdens de mondelinge behandeling op 5 december 2025 bevestigden de man en de vrouw dat de eendagsbabs, die hen huwde, de verplichte verklaring niet had uitgesproken. De rechtbank oordeelde dat de huwelijksakte ten onrechte in de registers van de burgerlijke stand was opgenomen, omdat de wettelijke vereisten voor het sluiten van een huwelijk niet waren nageleefd. De rechtbank gelastte de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Zwolle om de akte door te halen, met inachtneming van de wettelijke termijnen voor bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Zwolle
team familie- en jeugdrecht
zaaknummer: C/08/336664 / FA RK 25-1979
beschikking van 5 januari 2026
inzake
de officier van justitie in het arrondissementsparket Oost-Nederland,
zetelend te Arnhem,
hierna als de officier van justitie aangeduid,
verzoeker,
en
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Zwolle,
zetelend te Zwolle,
hierna als ambtenaar van de burgerlijke stand aangeduid,
[man]
verder te noemen: de man,
wonende te [woningplaats] ,
[vrouw] ,
verder te noemen: de vrouw,
wonende te [woningplaats] ,
belanghebbenden.

1.Het procesverloop

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het verzoek van de officier van justitie, met bijlagen, binnengekomen op 25 juli 2025;
- een brief van de man en de vrouw, binnengekomen op 20 augustus 2025;
- een brief van de officier van justitie, binnengekomen op 1 oktober 2025;
- een brief van de ambtenaar van de burgerlijke stand, binnengekomen op 2 oktober 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 5 december 2025 plaatsgevonden. Hierbij zijn verschenen:
- mr. G.A. Hendriks, officier van justitie;
- de man;
- de vrouw;
- [ambtenaar 1] en [ambtenaar 2] namens de gemeente Zwolle.

2.De feiten

2.1.
In de huwelijksakte van het jaar 2025, nummer [nummer] , staat vermeld dat de man en de vrouw op 19 april 2025 in de gemeente Zwolle met elkaar zijn gehuwd. Dit huwelijk is ook opgenomen in de Basisregistratie Personen (BRP).
2.2.
De man en de vrouw hebben de Nederlandse nationaliteit.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Zwolle de doorhaling van de huwelijksakte onder nummer [nummer] van het jaar 2025 te gelasten.

4.De beoordeling

Het wettelijk kader
4.1.
Op grond van artikel 1:24, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechtbank op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie de aanvulling gelasten van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling gelasten van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering gelasten van een daarin voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat.
4.2.
De bevoegdheid van de rechtbank een akte te doen doorhalen, indien deze ten onrechte in de registers van de burgerlijke stand voorkomt, houdt in dat de rechtbank volledig moet toetsen of de omstreden akte in die registers behoort te zijn opgenomen (zie HR 16 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0725).
4.3.
Op grond van artikel 1:67, eerste lid, BW moeten aanstaande echtgenoten ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand en in tegenwoordigheid van de getuigen verklaren, dat zij elkander aannemen tot echtgenoten en dat zij getrouw alle plichten zullen vervullen, die door de wet aan de huwelijkse staat worden verbonden. Door de verklaringen van de echtgenoten wordt het huwelijk gesloten.
De standpunten
4.4.
Volgens de officier van justitie is de huwelijksakte van de man en de vrouw ten onrechte in de registers van de burgerlijke stand opgenomen. Ter onderbouwing van het verzoek stelt de officier van justitie als volgt. De man en de vrouw hebben een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag gekozen (hierna te noemen: eendagsbabs). De eendagsbabs heeft tijdens de ceremonie een tekst gebruikt die is geschreven met behulp van ChatGPT. Uit die tekst volgt dat partijen niet de verklaring zoals bedoeld artikel 1:67, eerste lid, BW hebben afgelegd. Er is daarom geen huwelijk tussen de man en de vrouw tot stand gekomen.
4.5.
De ambtenaar van de burgerlijke stand kan zich vinden in het verzoek van de officier van justitie, aangezien de verplichte verklaring van artikel 1:67, eerste lid, BW niet is afgelegd. De ambtenaar begrijpt de waarde van de gekozen huwelijksdatum en de mogelijke impact van het doorhalen van de huwelijksakte, maar de ambtenaar heeft geen bevoegdheid om anders te handelen.
4.6.
De man en de vrouw kunnen zich niet vinden in het verzoek. Zij bevestigen dat de eendagsbabs heeft verzuimd de verklaring van artikel 1:67, eerste lid, BW uit te spreken, maar die fout ligt buiten hun verantwoordelijkheid. De man en de vrouw waren in de veronderstelling dat het huwelijk op correcte wijze werd voltrokken. De ambtenaar heeft nagelaten om het bruidspaar ter plaatse op de fout te wijzen en corrigerend op te treden, terwijl dat wel mogelijk was. Het verliezen van de trouwdatum heeft een grote emotionele impact. De man en de vrouw verzoeken de rechtbank daarom hen de gelegenheid te bieden om de oorspronkelijke huwelijksdatum te houden of administratief erkend te krijgen als huwelijksdatum.
Het oordeel van de rechtbank
4.7.
De rechtbank is van oordeel dat de huwelijksakte van het jaar 2025, nummer [nummer] , moet worden doorgehaald. Daarvoor acht de rechtbank het volgende van belang.
4.8.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de man en de vrouw een voor hen bekende persoon hebben gevraagd om tijdens hun ceremonie op 19 april 2025 op te treden als eendagsbabs. Tijdens de ceremonie was, naast de eendagsbabs, ook een trouwambtenaar van de gemeente Zwolle aanwezig. Omdat de man en de vrouw de ceremonie graag luchtig wilden houden, heeft de eendagsbabs een toespraak geschreven met behulp van ChatGPT. De toespraak luidde, voor zover hier relevant, als volgt:
“ [man] beloof jij dat je vandaag, morgen en alle dagen die nog komen, naast [vrouw] wilt staan?
Om samen te lachen, samen te groeien, en elkaar lief te hebben- wat het leven ook brengt?
Wat is daarop jouw antwoord?
[vrouw] , kies jij vandaag opnieuw voor [man] ?
Om elkaar te blijven steunen, te blijven plagen, te blijven vast houden- ook als het leven tegenzit?
Wat is daarop jouw antwoord?
Dan verklaar ik jullie bij deze:
Niet alleen man en vrouw, maar bovenal een team, een gek stel, elkaars liefde en elkaars thuis!
Jullie mogen elkaar nu als eerste feliciteren met een zoen!
Afsluiting:
[vrouw] en [man] ,
Van harte gefeliciteerd.
Jullie zijn nu officieel: man en vrouw.”
4.9.
Zoals hiervoor is overwogen, is voor het sluiten van een huwelijk vereist dat de aanstaande echtgenoten de verklaring van artikel 1:67, eerste lid, BW afleggen. Indien de verklaring niet is afgelegd, komt er geen huwelijk tot stand (zie HR 16 november 1991, ECLI:NL:HR:1990:ZC0050).
Uit de hiervoor uitgeschreven toespraak blijkt dat de man en de vrouw de verklaring van artikel 1:67, eerste lid, BW niet hebben afgelegd. De man en de vrouw hebben dit schriftelijk en tijdens de mondelinge behandeling bevestigd. Naar het oordeel van de rechtbank biedt de verklaring die de man en de vrouw tijdens de ceremonie hebben uitgesproken onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat deze dezelfde strekking heeft als de verklaring als bedoeld in artikel 1:67, lid 1 BW.
4.10.
Het gevolg is dat er geen huwelijk tussen de man en de vrouw tot stand is gekomen. Dit betekent dat de huwelijksakte ten onrechte in de registers van de burgerlijke stand is opgenomen. De rechtbank begrijpt dat de in de akte opgenomen huwelijksdatum belangrijk is voor de man en de vrouw, maar kan niet voorbijgaan aan wat in de wet staat. De rechtbank zal het verzoek van de officier van justitie dan ook toewijzen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Zwolle de akte met nummer [nummer] van het jaar 2025, voorkomende in het register van huwelijken van de gemeente Zwolle, door te halen.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. van Bruggen, in tegenwoordigheid van
mr. C. Ruiter als griffier en in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
a.
a) door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b) door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden.