Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2225

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
AK_25_671
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:42 AwbArt. 2.1 WhtArt. 8.6 WhtArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag 2011 en 2013

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Dienst Toeslagen waarin voor de jaren 2011 en 2013 geen compensatie voor de kinderopvangtoeslag werd toegekend, terwijl voor 2012 en 2014 wel compensatie werd verleend. Zij stelde dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, mede omdat niet het volledige persoonlijk dossier was overgelegd.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de Dienst Toeslagen de relevante stukken, waaronder het bezwaardossier en ouderdossier, heeft verstrekt en dat er geen wettelijke grondslag bestaat om het volledige persoonlijk dossier te overleggen. Het vermoeden van eiseres dat stukken werden achtergehouden, onder meer op basis van een inspectierapport en een BAC-advies in een andere zaak, werd niet concreet onderbouwd en door de rechtbank verworpen.

De rechtbank oordeelde dat de Dienst Toeslagen aan haar verplichtingen uit artikel 8:42 Awb Pro heeft voldaan en dat het besluit zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd is. Het beroep is daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van compensatie voor 2011 en 2013 is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/671

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres,

gemachtigde: mr. Y.N. Teke-Bozkurt,
en

Dienst Toeslagen,

gemachtigde: mr. H.A.W. Oude Lenferink.

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de integrale beoordeling van de kinderopvangtoeslag voor de jaren 2011 tot en met 2014. De Dienst Toeslagen heeft voor de jaren 2012 en 2014 in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) aan [eiseres] compensatie toegekend. Voor de jaren 2011 en 2013 heeft de Dienst Toeslagen overwogen dat geen sprake is geweest van vooringenomen handelen en dat [eiseres] voor deze jaren geen compensatie krijgt.
[eiseres] is het hier niet mee eens. Zij heeft aangevoerd dat het bestreden besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel is genomen, omdat niet het volledige dossier is overgelegd zodat niet kan worden begrepen waarom compensatie voor 2011 en 2013 is afgewezen. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank oordeelt dat de Dienst Toeslagen niet onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat de stukken die relevant zijn, zijn gedeeld. Niet aannemelijk is dat stukken zijn achtergehouden. Er bestaat geen wettelijke grondslag voor het overleggen van het persoonlijk dossier. [eiseres] krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

1. [eiseres] heeft zich op 12 mei 2020 bij de Dienst Toeslagen gemeld en verzocht om een integrale beoordeling van de kinderopvangtoeslag.
1.1
De Dienst Toeslagen heeft met dagtekening 25 mei 2022 een vooraankondiging aan [eiseres] gezonden, waarin het voorlopige compensatiebedrag voor 2012 en 2014 is bepaald op € 21.639. Dit bedrag is op grond van de zogenoemde Catshuisregeling aangevuld tot € 30.000. De Dienst Toeslagen heeft op 25 mei 2022 laatstvermeld bedrag van € 30.000 aan [eiseres] uitbetaald.
1.2
De Dienst Toeslagen heeft met dagtekening 25 augustus 2022 drie besluiten genomen:
  • het besluit met kenmerk UHT-DC I, waarin aan [eiseres] voor 2012 en 2014 een definitieve compensatie van € 21.731 wordt toegekend;
  • het besluit met kenmerk UHT-DC-I A, waarin voor de jaren 2011 en 2013 aan [eiseres] definitief geen compensatie wordt toegekend;
  • het besluit met kenmerk UHT-DH5 A, waarin een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over 2011 en 2013 niet tot compensatie voor deze jaren leidt.
1.3
Met het bestreden besluit van 19 december 2024 heeft de Dienst Toeslagen, onder verwijzing naar het advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie (BAC), het bezwaar van [eiseres] ten aanzien van de jaren 2012 en 2014 gegrond verklaard en het compensatiebedrag voor deze jaren verhoogd naar € 24.356. Het bezwaar van [eiseres] ten aanzien van de jaren 2011 en 2013 is ongegrond verklaard.
1.4
[eiseres] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.5
De Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.6
De rechtbank heeft het beroep op 27 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van [eiseres] en de gemachtigde van de Dienst Toeslagen.
1.7
Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht maximaal zes weken later uitspraak te doen.

Toetsingskader

2. De rechtbank stelt vast dat de besluiten van 25 augustus 2022 onder meer zijn gebaseerd op de compensatieregelingen van artikel 49 en Pro artikel 49b van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir).
Met ingang van 5 november 2022 is de Wht van kracht. Voornoemde compensatierege-lingen zijn met ingang van die datum ondergebracht in de Wht. Op grond van het overgangsrecht in artikel 8.6 van de Wht worden compensatiebeschikkingen die in het kader van de hersteloperatie toeslagen zijn genomen vóór de inwerkingtreding van de Wht, aangemerkt als beschikkingen die zijn gegeven krachtens de Wht.
2.1
In artikel 2.1, eerste lid, van de Wht is bepaald dat de Dienst Toeslagen op aanvraag compensatie toekent aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem:
voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen; of
de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet kinderopvang of de op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van de toepassing die voor 23 oktober 2019 werd gegeven aan het wettelijke systeem.

Beoordeling door de rechtbank

De besluitvorming
3. De Dienst Toeslagen heeft aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat ten aanzien van de toeslagjaren 2012 en 2014 sprake is geweest van vooringenomenheid en dat [eiseres] recht heeft op compensatie over die jaren. Voor de toeslagjaren 2011 en 2013 is dit niet het geval.
Standpunt [eiseres]
4. [eiseres] heeft zich in het beroepschrift op het standpunt gesteld dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, omdat er geen uitleg wordt gegeven over de afweging van relevante feiten en omstandigheden. Verder is sprake van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel. Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar de relevante feiten en omstandigheden die voor de beoordeling van de zaak van belang zijn. [eiseres] heeft verzocht om inzage in het volledige persoonlijk dossier.
4.1
De gemachtigde van [eiseres] heeft eerst ter zitting desgevraagd verklaard dat het beroep met name ziet op het door de Dienst Toeslagen niet verstrekken van het persoonlijke dossier en alle beschikbare stukken. Dit belemmert haar in het recht om zich effectief te kunnen verdedigen, zodat sprake is van schending van het beginsel van equality of arms als bedoeld in artikel 6 van Pro het (Europees) Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
Naar aanleiding van een inspectierapport en recente berichtgeving in de media bestaat bij [eiseres] het vermoeden dat door de Dienst Toeslagen stukken worden achtergehouden. Zo heeft de Dienst Toeslagen geen stukken overgelegd met betrekking tot een door [eiseres] wel gevraagde, maar door de Dienst Toeslagen geweigerde betalingsregeling. Zij heeft in dat verband verder ter zitting een advies van de BAC in de procedure van een andere belanghebbende overgelegd, waaruit volgt dat de UHT in die procedure het inzagerecht van de betreffende belanghebbende heeft geschonden door niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter hand te stellen. Volgens [eiseres] is de reden van het achterhouden van stukken gelegen in risicoprofilering op grond van postcode en kinderopvanginstelling.
Standpunt Dienst Toeslagen
5. Namens de Dienst Toeslagen is ter zitting het standpunt ingenomen dat geen verweer kan worden gevoerd op de voor het eerst ter zitting geuite vermoedens van [eiseres]. De stukken die voor de onderhavige besluitvorming relevant zijn, zijn overgelegd. Er is geen sprake van een onzorgvuldig genomen en ondeugdelijk gemotiveerd besluit.
Overwegingen
6. De rechtbank stelt aan de hand van het verhandelde ter zitting vast dat het beroep hoofdzakelijk ziet op het door de Dienst Toeslagen niet overleggen van het persoonlijk dossier van [eiseres]. [eiseres] heeft geen gronden ingediend die zien op de hoogte van het toegekende compensatiebedrag of concrete gronden ten aanzien van het ontbreken van vooringenomen handelen voor de jaren 2011 en 2013.
7. De rechtbank stelt vast dat, zoals door [eiseres] ter zitting is erkend, het bezwaardossier en het zogenaamde ‘ouderdossier’ door de Dienst Toeslagen zijn verstrekt.
8. Namens [eiseres] is ter zitting het vermoeden geuit dat er meer stukken moeten zijn dan de stukken die door de Dienst Toeslagen zijn overgelegd. Zij baseert zich daarbij op het op 2 september 2025 verschenen rapport “Rechtsbescherming in het geding - Onderzoek informatieverstrekking aan de rechter deel 2 (casusonderzoek)” [1] , een bericht op de website van RTL Nieuws [2] en een BAC-advies ten aanzien van een andere belanghebbende. Concreet noemt [eiseres] ter zitting (a) het persoonlijk dossier van [eiseres], met mogelijk (b) een risicoprofiel, en (c) correspondentie met betrekking tot een geweigerde betalingsregeling.
9. De rechtbank overweegt als volgt.
10. Uit artikel 8:42 van Pro de Awb volgt dat de Dienst Toeslagen verplicht is om de op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen.
11. De onderhavige procedure van [eiseres] heeft betrekking op de compensatieregeling die is opgenomen in de Wht. De Dienst Toeslagen is daarom gehouden om de stukken die van belang zijn voor de beoordeling van dit geschil daarover aan de bestuursrechter over te leggen.
12. Onder het persoonlijk dossier wordt begrepen: alle gegevens van een ouder die de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen in hun systemen hebben over een ouder. Het gaat bij het persoonlijk dossier daarmee niet alleen om documenten over kinderopvangtoeslag, maar ook over andere toeslagen, zoals huur- en zorgtoeslag, en documenten over inkomstenbelasting. Verder gebruikt de Dienst Toeslagen ook de term ‘ouderdossier’, waaronder wordt begrepen: alle documenten over kinderopvangtoeslag, die zijn gebruikt in de integrale beoordeling. Het verschil met het ‘persoonlijk dossier’ is dat de documenten die niet zien op kinderopvangtoeslag, zoals documenten over huur- en zorgtoeslag en inkomstenbelasting, buiten het ouderdossier worden gelaten. Tot slot gebruikt de Dienst Toeslagen de term ‘bezwaardossier’, dat op dezelfde wijze is samengesteld als het ‘ouderdossier’, maar beperkt is tot de jaren waarover een geschil bestaat.
13. De Afdeling heeft bij uitspraak van 2 juli 2025 [3] geoordeeld dat er geen wettelijke grondslag is op basis waarvan aan een gedupeerde ouder op verzoek het persoonlijk dossier wordt verstrekt.
14. Omdat er geen wettelijke grondslag is voor het overleggen van het persoonlijk dossier, en het bezwaardossier (en overigens ook het ouderdossier) door de Dienst Toeslagen zijn overgelegd, heeft de Dienst Toeslagen in beginsel aan de verplichting uit artikel 8:42 van Pro de Awb voldaan.
15. Ten aanzien van het door [eiseres] genoemde ‘risicoprofiel’ heeft de gemachtigde van de Dienst Toeslagen ter zitting toegelicht dat zij al had gezocht en geen risicoprofiel heeft aangetroffen en dat zij ook geen aanknopingspunten heeft voor het bestaan daarvan. Op de vraag of er stukken zijn over een betalingsregeling, kon de gemachtigde niets zeggen, omdat dit punt door [eiseres] eerst op zitting ter sprake is gekomen en zij geen gelegenheid heeft gehad om daar onderzoek naar te doen.
16. De rechtbank heeft geen aanleiding om deze toelichting van de Dienst Toeslagen niet te volgen. Ook het door [eiseres] genoemde inspectierapport en het nieuwsbericht geven geen aanleiding daarvoor. Dat rapport en nieuwsbericht zijn daarvoor onvoldoende concreet. Ze zien bijvoorbeeld niet op [eiseres] en noemen ook niet concreet het achterhouden van specifiek risicoprofielen en/of documenten over betalingsregelingen. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat daarom geen aanleiding om te vermoeden dat in het geval van [eiseres] niet alle relevante stukken zijn overgelegd. [eiseres] heeft dit vermoeden, en ook het vermoeden dat in haar geval sprake is van risicoprofilering, in zoverre ook niet geconcretiseerd. Om die reden bestaat ook geen grond voor het oordeel dat de besluitvorming in haar geval onzorgvuldig of ondeugdelijk gemotiveerd is geweest of dat, zoals namens [eiseres] ter zitting is gesteld, het beginsel van equality of arms als bedoeld in artikel 6 van Pro het EVRM is geschonden.
17. De rechtbank overweegt verder dat het ter zitting overgelegde BAC-advies is uitgebracht ten aanzien van een andere belanghebbende. In dat advies is te lezen dat in de betreffende bezwaarprocedure is komen vast te staan dat het overgelegde bezwaardossier niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken bevat. In een andere, parallelle procedure van de betreffende belanghebbende bij het College voor de Rechten van de Mens heeft de UHT meer en andere stukken overgelegd. Deze stukken zijn vervolgens door de betreffende belanghebbende in de bezwaarprocedure ingediend, aldus het BAC-advies. De rechtbank overweegt in dit verband dat dit ten aanzien van [eiseres] echter niet speelt. De gemachtigde van [eiseres] heeft ter zitting ook verklaard dat [eiseres] geen procedure bij het College voor de Rechten van de Mens heeft lopen.
18. Ook overigens bestaat geen grond voor het oordeel dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen of ondeugdelijk is gemotiveerd. Zo heeft de Dienst Toeslagen in de bezwaarfase met een beschouwing gereageerd op de door [eiseres] ingediende bezwaargronden en is naar aanleiding van de hoorzitting bij de BAC een aanvullende beschouwing gevolgd, waarin voor de jaren 2011 en 2013 uiteen is gezet waarom voor deze jaren volgens de Dienst Toeslagen geen sprake is van institutionele vooringenomenheid. Verder heeft de Dienst Toeslagen in het bestreden besluit voor de motivering verwezen naar het BAC-advies en dit BAC-advies ook volledig gevolgd.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat [eiseres] geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft. [eiseres] daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Rozeboom, rechter, in aanwezigheid van
H. Blekkenhorst, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Gepubliceerd op www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten.
2.Gepubliceerd op www.rtl.nl/nieuws/politiek/artikel/5559601/dienst-die-toeslagenaffaire-afhandelt-gaf-niet-alle-opgevraagde.