Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2206

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
ak_25_2603
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Indicatieprotocol HPKB 2024
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag hoog persoonlijk kilometerbudget terecht verklaard

Eiser heeft op 13 juni 2025 een aanvraag ingediend voor een hoog persoonlijk kilometerbudget (HPKB), welke door Argonaut Advies B.V. op 18 juli 2025 is afgewezen. Na bezwaar is het besluit op 18 augustus 2025 gehandhaafd. Eiser betoogt dat het besluit onzorgvuldig is genomen, onvoldoende is gemotiveerd en dat reizen met het openbaar vervoer medisch onverantwoord is vanwege zijn ernstige beperkingen.

De rechtbank oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig is verricht, mede doordat de hoorzitting in overleg met eiser via beeldbellen heeft plaatsgevonden. De afwijzing is gebaseerd op het Indicatieprotocol HPKB 2024, waarin is bepaald dat een HPKB wordt toegekend indien iemand vanuit strikt medische optiek niet in staat is met de trein te reizen, ook met begeleiding en voorzieningen.

Medisch advies van arts Kuijpers en aanvullende medische informatie zijn meegewogen. De rechtbank stelt vast dat reizen per trein medisch niet zwaarder belastend is dan reizen per taxi of bus, en dat de door eiser genoemde omstandigheden zoals sondevoeding en prikkelgevoeligheid geen aanleiding geven tot een ander oordeel. Ook is geen sprake van een uitzonderlijke situatie die afwijking van het protocol rechtvaardigt.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor eiser geen recht heeft op het HPKB, geen griffierecht terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door rechter Hesseling op 21 april 2026 te Zwolle.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een hoog persoonlijk kilometerbudget.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2603

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser,

gemachtigde: [gemachtigde] (partner)
en

Argonaut Advies B.V. (hierna: Argonaut),

gemachtigde: mr. A.J. Versloot.

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een hoog persoonlijk kilometerbudget (HPKB). Eiser is het hiermee niet eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de aanvraag terecht is afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Inleiding

1. Eiser heeft op 13 juni 2025 een aanvraag voor een hoog persoonlijk kilometerbudget ingediend. Met het besluit van 18 juli 2025 heeft Argonaut de aanvraag afgewezen.
1.1.
Met het bestreden besluit van 18 augustus 2025 op het bezwaar van eiser is Argonaut bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiser wordt ondanks zijn beperkingen vanuit strikt medische optiek wel in staat geacht om al dan niet met begeleiding met de trein te reizen. Hiervoor baseert Argonaut zich op het medisch advies van arts C. Kuijpers.
1.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. Op 22 oktober 2025 zijn aanvullende beroepsgronden ingediend.
1.3.
Argonaut heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
Op 19 maart 2026 is door de gespecialiseerd cliëntondersteuner aanvullende informatie opgestuurd over de situatie van eiser.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van Argonaut. Namens eiser was ook mevrouw [naam] aanwezig (juridisch adviseur van Metgezel). Namens Argonaut was verzekeringsarts L. ten Hove ook aanwezig.

Standpunten van eiser

2. Eiser stelt dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. Tijdens de hoorzitting is niet geluisterd en er is geen onderzoek gedaan om te beoordelen wat hij wel en niet kan in een rolstoel. Ook is er geen huisbezoek geweest en is er geen informatie opgevraagd bij de behandelaar. Dit is volgens eiser in strijd met paragraaf 4 van het Indicatieprotocol HPKB 2024. Ook zijn er geen transparante beoordelingscriteria gedeeld.
2.1.
Ook stelt eiser – samengevat weergegeven – dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Hiertoe voert hij aan dat reizen met het openbaar vervoer - zelfs met begeleiding - medisch onverantwoord en feitelijk onmogelijk is. Hij heeft een zeer slechte rompstabiliteit en er is sprake van een uitzonderlijke situatie. In een taxibus kan hij worden vastgezet en ondersteund, maar in een trein ontbreken deze voorzieningen. Bij plotselinge schokken of remmen loopt hij reëel gevaar om uit de rolstoel te vallen. Hij raakt bovendien ernstig overprikkeld van de dynamiek op stations, geluiden, onbekende mensen en onverwachte situaties. Daarbij komt dat hij sondevoeding nodig heeft op gezette tijden. Op een station kan dit niet zomaar worden toegediend. Ter onderbouwing van zijn standpunt wijst eiser op het verslag van 14 oktober 2024 van De Hoogstraat Revalidatie. Verder stelt eiser dat de CIZ-indicatie VV08 ondubbelzinnig aantoont dat hij afhankelijk is van intensieve zorg, begeleiding en hulpmiddelen.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank is van oordeel dat Argonaut de aanvraag terecht heeft afgewezen. De rechtbank licht dit als volgt toe.
3.1.
Eiser is 65-jarige man. Na een hartstilstand heeft hij door zuurstoftekort hersenschade opgelopen. Hierdoor kan hij niet meer lopen en niet – dan wel zeer beperkt communiceren, waardoor hij afhankelijk is geworden van anderen. Hij kan niet meer thuis wonen in [plaats]. Op het moment van de aanvraag verbleef hij vanaf 30 juli 2024 in [locatie 1]. Inmiddels verblijft hij in verpleegtehuis [locatie 2].
3.2.
Iemand komt in aanmerking voor een hoog persoonlijk kilometerbudget als aan de criteria van het Indicatieprotocol HPKB 2024 [1] wordt voldaan. In dat protocol is bepaald dat een aanvrager in aanmerking komt voor een HPKB als die persoon door chronische medische beperkingen vanuit medische optiek niet in staat is om met de trein te reizen. Bij de beoordeling wordt ervan uitgegaan dat bij het reizen zo nodig gebruik kan worden gemaakt van individuele begeleiding en de door NS en Valys ter beschikking gestelde voorzieningen. De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het verzorgen van eventuele begeleiding tijdens de reis.
Zorgvuldig onderzoek
4. De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek zorgvuldig is geweest. Tijdens de zitting is duidelijk geworden dat de hoorzitting in overleg met de partner van eiser en een vriendin van haar via beeldbellen heeft plaatsgevonden. Er speelde op dat moment veel en dit was op dat moment de meest praktische oplossing voor eiser. Gelet op deze omstandigheid is de rechtbank van oordeel dat de hoorzitting zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Het standpunt dat er geen transparante beoordelingscriteria zijn gedeeld slaagt niet, omdat in het besluit van
18 juli 2025 staat dat de aanvraag is afgewezen op grond van het Indicatieprotocol HPKB 2024. Daarnaast zijn in het bijbehorende advies de criteria vermeld. Ook was de arts niet gehouden om eiser en zijn rolstoelmogelijkheden tijdens een huisbezoek te onderzoeken. Bij punt 4 van het Indicatieprotocol staat dat hij de aanvraag in de eerste plaats beoordeelt op basis van de bij de aanvraag gevoegde medische gegevens. Met de brief van 17 juni 2025 heeft Argonaut daar ook om gevraagd, omdat er op dat moment onvoldoende medische stukken waren opgestuurd. Vervolgens is de medische informatie van 14 oktober 2024 van de revalidatiearts en van 12 juni 2025 van de specialist ouderengeneeskunde bij de (primaire) beoordeling betrokken. Bij het bezwaarschrift is aanvullende medische informatie opgestuurd. De rechtbank is niet gebleken dat de arts Kuijpers medische informatie niet of onvoldoende heeft meegewogen.
Beoordeling HPKB 2024
5. Iemand komt in aanmerking voor een HPKB als aan de criteria van het Indicatieprotocol HPKB 2024 [2] wordt voldaan. Dat is wanneer:
de aanvrager beschikt over een Wmo-vervoersvoorziening (Valys-pas), Wmo-rolstoel, scootmobiel of OV-begeleiderskaart;
en
gebruik moet maken van een rolstoel of scootmobiel waarvan gewicht, en/of maatvoering in combinatie met de aanvrager (de zogenaamde 'mens-machinecombinatie') zodanig is dat deze de grenzen van mogelijkheid tot hulpverlening door de NS overschrijden;
en/of
door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is met de trein te reizen.
5.1.
In het protocol staan onder “Inhoudelijke beoordeling” onder meer dat sprake kan zijn van een uitzonderlijke situatie:
‘Onderdeel van de inhoudelijke beoordeling is of sprake is van een uitzonderlijke situatie die afwijking van de criteria in het protocol rechtvaardigt. Er kan sprake zijn van een uitzonderlijke situatie als het dichtstbijzijnde station met NS-assistentieverlening op een dusdanig grote afstand van de woon- of verblijfplaats van de aanvrager is gelegen dat redelijkerwijs niet kan worden gezegd dat het gemaximeerde aantal kilometers van het standaard pkb op jaarbasis toereikend is om de met het Valys systeem beoogde doelstelling in dat individuele geval te realiseren. Bij het berekenen van de afstand tot het dichtstbijzijnde station met assistentieverlening wordt rekening gehouden met het feit dat een aanvrager gebruik kan maken van regionaal vervoer dat door de gemeente wordt georganiseerd. Het feit dat vrienden en familie ver weg wonen, vormt geen bijzondere omstandigheid die afwijking van het protocol rechtvaardigt.’
Geschil
6. Eiser stelt - samengevat weergegeven - dat reizen met het openbaar vervoer medisch onverantwoord en feitelijk onmogelijk is. Zelfs met begeleiding. Argonaut geeft aan dat eiser dat vanuit strikt medische optiek wel kan. Hiervoor baseert Argonaut zich op het advies van 18 augustus 2025 van de arts Kuijpers. Zonder eisers beperkingen te willen betwisten blijkt volgens Kuijpers uit de medische informatie niet dat eiser ondanks zijn prikkelgevoeligheid wel in een taxi(bus) kan reizen, maar niet in een trein. Ook geeft een toegekende CIZ-indicatie VV08 niet automatisch een indicatie om een HPKB toe te kennen. De beroepsgronden van eiser geven de rechtbank geen aanleiding om aan deze conclusies te twijfelen. Hierbij betrekt de rechtbank dat het reizen per trein medisch gezien niet als meer belastend wordt gezien voor het bewegingsapparaat dan het reizen per taxi of busje. Argonaut heeft daar in het verweerschrift terecht op gewezen en toegelicht dat aan eiser een rolstoel met kantelverstelling is verstrekt, vanwege zijn verminderde rompstabiliteit. Ook de beroepsgrond over het geven van sondevoeding leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel, omdat bij het reizen rekening gehouden kan worden met de tijdstippen waarop de sondevoeding gegeven wordt.
De rechtbank is tot slot van oordeel dat er in het geval van eiser geen sprake is van een uitzonderlijke situatie op grond waarvan, ondanks dat niet aan de criteria is voldaan, toch een HPKB had moeten worden toegekend. Het adres waar eiser in Zwolle verbleef lag binnen enkele kilometers van het station Zwolle en ook de afstand van zijn nieuwe verblijfplaats in Beekbergen naar het dichtstbijzijnde station is niet bijzonder groot.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het betaalde griffierecht niet terug en geen vergoeding van proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. Hesseling, rechter, in aanwezigheid van
J.T. Boddeüs, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Indicatieprotocol HPKB Valys-vervoer - Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
2.Indicatieprotocol HPKB Valys-vervoer - Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport