ECLI:NL:RBOVE:2026:2185
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken procesbelang afgewezen
Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraak van 16 december 2025, waarin het beroep van opposant niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep richtte zich tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de deken van de Orde van Advocaten Rotterdam op een verzoek om een advocaat aan te wijzen.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld omdat het eindoordeel buiten redelijke twijfel stond. De rechtbank oordeelde dat de deken op 18 juli 2025 reeds een besluit had genomen, waardoor opposant geen procesbelang had bij het beroep. Opposant stelde dat de mededeling van 18 juli 2025 geen besluit was en verwees naar een besluit van 29 september 2025 waarin werd erkend dat geen besluit was genomen.
De rechtbank overwoog dat de deken als bestuursorgaan moet worden aangemerkt en dat het verzoek van opposant een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is. Het besluit van 18 juli 2025 kwalificeert als een besluit in de zin van de Awb. Het verzet faalt omdat er geen twijfel bestaat over het ontbreken van procesbelang. De uitspraak van 16 december 2025 blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.