Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2107

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
ak_24_2155
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:72 AwbWet WOZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering WOZ-waarde woning na beroep tegen bezwaarheffing

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €1.223.000 per 1 januari 2022, welke waarde ook de basis vormde voor de aanslag onroerendezaakbelasting 2023. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard, maar in het verweerschrift bij het beroep een lagere waarde van €1.120.000 verdedigd.

Tijdens de zitting op 27 maart 2026 zijn partijen akkoord gegaan met deze lagere WOZ-waarde. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende tot de notariële levering in juli 2024 mede-eigenaar was en dus belang heeft bij de uitspraak. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en neemt zelf een beslissing conform artikel 8:72 Awb Pro, waarbij de WOZ-waarde wordt vastgesteld op €1.120.000.

De heffingsambtenaar wordt verplicht het betaalde griffierecht van €51 aan belanghebbende te vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten vastgesteld die voor vergoeding in aanmerking komen. De aanslag onroerendezaakbelasting wordt overeenkomstig de nieuwe WOZ-waarde verminderd.

Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd naar €1.120.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting wordt verminderd.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/2155

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van Rijssen-Holten,

gemachtigde: J.W.H. Kottink.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 7 februari 2024.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 1.223.000 (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbenden ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Rijssen-Holten voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag).
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de waarde van de woning gehandhaafd.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep [1] in de zaak over dezelfde woning gereageerd met een verweerschrift. In dit verweerschrift heeft de heffingsambtenaar aangegeven een lagere WOZ-waarde, namelijk van € 1.120.000,- te verdedigen.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep, samen met het beroep Awb 24/2068, op 27 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, [naam] en zijn gemachtigde, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en [taxateur], taxateur.

Feiten

2. Belanghebbende is eigenaar van de woning geweest. De vrijstaande woning is gebouwd in 1984, heeft een gebruiksoppervlakte (gbo) van 219 m2 en staat op een kavel van 10.071 m2 en 1.489 m² bosgrond. De woning beschikt over souterrain, een zolder en een schuur.

Beoordeling door de rechtbank

Het procesbelang
3. Ten aanzien van het procesbelang van belanghebbende overweegt de rechtbank dat belanghebbende belang heeft bij de beoordeling van zijn beroep in verband met zijn belastingaangifte voor het jaar 2023. Ter zitting is immers gebleken dat belanghebbende tot de notariële levering van de woning aan [naam] op 8 juli 2024, mede-eigenaar van de woning is geweest.
De WOZ-waarde
4. De rechtbank stelt vast dat op de zitting is gebleken dat de heffingsambtenaar in het verweerschrift [2] heeft geconcludeerd dat de WOZ-waarde van de woning van belanghebbende in het besluit op bezwaar niet langer wordt gehandhaafd en dat de waarde dient te worden verlaagd naar € 1.120.000,-. Ter zitting heeft belanghebbende aangegeven hiermee akkoord te gaan.
5. De rechtbank zal zich hierbij aansluiten en beslissen conform hetgeen partijen zijn overeengekomen. Dat betekent dat het beroep gegrond is.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde niet in stand blijft. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar. De rechtbank neemt met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht zelf een beslissing en bepaalt dat de WOZ-waarde van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2022 € 1.120.000,- bedraagt.
6.1.
Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. Het is de rechtbank niet gebleken dat belanghebbende overigens proceskosten heeft moeten maken die volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning [adres] voor het belastingjaar 2023 tot een bedrag van € 1.120.000,-;
- bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelasting overeenkomstig deze waarde wordt verminderd;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.W.H. Oude Aarninkhof, rechter, in aanwezigheid van P.P. van Essen-van ‘t Ende, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Awb 24/2068.
2.over de woning in het beroep van Awb 24/2068.