3.4Het oordeel van de rechtbank
Uit de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen leidt de rechtbank het volgende af.
Op 13 september 2023, omstreeks 05:00 uur, was [slachtoffer 1] bezig met het klaarmaken van zijn loempiakramen op het terrein bij zijn woning aan de [adres 1] te [plaats 1] . Hij zat op zijn hurken toen hij een arm om zijn nek voelde en een pistool tegen zijn hoofd. Degene die hem vast had vroeg meerdere malen om geld. [slachtoffer 1] ging staan en samen liepen ze naar zijn bus. Op dat moment zag [slachtoffer 1] een tweede overvaller. [slachtoffer 1] haalde zijn portemonnee uit de bus en gaf die aan de eerste overvaller. De overvaller haalde er € 100,00 uit. Vervolgens werd [slachtoffer 1] de woning in gedwongen. Zijn echtgenote, [slachtoffer 3] - [slachtoffer 1] , bevond zich op dat moment in de badkamer. Zij hoorde haar man hard praten, voelde dat er iets niet in orde was en heeft zichzelf daarom in de badkamer opgesloten.
Eenmaal binnen werd het [slachtoffer 1] duidelijk dat er in totaal vier overvallers waren. Alle vier de overvallers hadden een deel van hun gezicht bedekt, zodat alleen hun ogen zichtbaar waren. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat het allemaal in het zwart geklede donkere mannen waren. Twee van de overvallers namen [slachtoffer 1] mee naar zijn slaapkamer op de begane grond en pakten daar spullen. De derde overvaller ging naar de slaapkamer van [slachtoffer 2] , de zoon van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] - [slachtoffer 1] , op de eerste verdieping. Hij richtte een vuurwapen op [slachtoffer 2] en dwong hem mee te komen naar beneden. De overvaller pakte [slachtoffer 2] bij zijn arm en liep met hem de trap af. Beneden zag [slachtoffer 2] zijn vader en de andere overvallers. [slachtoffer 2] zag bij drie van de overvallers dat zij een donkere huidskleur hadden en benoemt dat zij donker gekleed waren.
Vervolgens werden [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] meegenomen naar de garage. Daar dreigden de overvallers hen dood te schieten als zij hun geen geld zouden geven. Er werd een pistool op de borst van [slachtoffer 1] gericht, hij werd geduwd en er werd twee keer met een vuurwapen op zijn hoofd geslagen, waardoor hij achterover viel. De polsen en enkels van [slachtoffer 2] werden vastgebonden met een internetkabel. Uiteindelijk lukte het hem om zich los te maken, waarna hij kans zag de garagedeur te openen en te vluchten. Terwijl hij wegrende, voelde hij dat er iets niet goed was met zijn voet, waardoor hij viel. Ook [slachtoffer 1] wist te ontkomen. Beide mannen werden door buren opgevangen.
Nadat de overvallers weg waren, werd duidelijk dat zij € 10.100,00 aan contanten, een horloge, een gouden ketting, een gouden armband met diamanten, een gouden ketting met diamanten, een gouden ring, en een telefoon hadden meegenomen.
Als gevolg van de overval liep [slachtoffer 1] een barstwond op aan zijn hoofd, een lijnvormige blaar en roodheid bij zijn mond (bijna een tand door de lip) en een kneusverwonding met zwelling op de rug van zijn linkerhand.
[slachtoffer 2] liep een circulaire kneusverwonding op aan zijn polsen en letsel aan zijn achillespees. Als gevolg van het letsel aan zijn achillespees viel hij tijdens zijn vlucht en liep hij meerdere (grote) schaafwonden op.
Vondst portemonnee [slachtoffer 1]
Naar aanleiding van de woningoverval heeft een andere zoon van de familie [slachtoffer 1] een bericht op facebook geplaatst met het verzoek om eventuele informatie over de woningoverval met hem te delen. Daarop reageerde diezelfde dag [naam 1] . Hij had die ochtend in de afvalcontainer achter zijn woning aan de [adres 2] een portemonnee gevonden met daarin het rijbewijs van [slachtoffer 1] . Uit de politiesystemen kwam naar voren dat schuin achter de woning van de familie [naam 1] , aan de [adres 3] , de zus van verdachte woont. Haar woning grenst met de achterzijde van de woning aan het terrein waar de portemonnee van [slachtoffer 1] werd gevonden. Uit de politiesystemen bleek dat verdachte in het verleden wel eens op dit adres verbleef. Verdachte was bekend bij de politie, omdat hij en zijn partner [naam 2] (hierna: [naam 2] ) in die periode verdachte waren in het onderzoek (genaamd Veelvraat) naar de overval op het veilinghuis in [plaats 2] .
is gehoord als verdachte in het onderzoek Veelvraat. Tijdens dat verhoor is zij ook gehoord over de woningoverval aan de [adres 1] te [plaats 1] . Zij verklaarde dat zij op
13 september 2023 om 05:20 uur bij de moeder van verdachte thuis was, aan de [adres 4] in [plaats 1] . Van daaruit heeft zij verdachte, op zijn verzoek, opgehaald bij de rotonde ter hoogte van de [adres 5] en de [adres 6] in [plaats 1] . Verdachte stapte daar uit een kleine grijze auto waarin minimaal twee anderen, vermoedelijk mannen, zaten. Zowel die mannen als verdachte waren in het zwart gekleed. Verdachte droeg een zwart joggingpak. Hij stapte bij [naam 2] in de auto en ze zijn samen naar het huis van de zus van verdachte aan de [adres 3] in [plaats 2] gereden. De kleine, grijze auto reed achter hen aan en stopte ook op de parkeerplaats bij de [adres 3] , iets verder dan waar [naam 2] en verdachte stopten. [naam 2] weet niet waarom de kleine auto achter hen aanreed. Op de parkeerplaats stapte verdachte uit en korte tijd later weer in de auto, terwijl [naam 2] in de auto op hem wachtte. [naam 2] dacht die nacht dat zij verdachte moest ophalen uit zijn werk, maar heeft geen idee waar hij vandaan kwam toen zij hem moest ophalen.
De telefoon van [naam 2] werd in het kader van het onderzoek Veelvraat in beslag genomen. De gegevens uit die telefoon ondersteunen haar verklaring. Zo komt naar voren dat [naam 2] op 13 september 2023 van 04:41 uur tot 05:17 uur aan de [adres 4] in [plaats 1] was en van 05:35 uur tot 05:56 uur aan de [adres 3] in [plaats 2] . Verder werd duidelijk dat haar telefoon op 13 september 2023 twee keer verbinding maakte met de telefoon van verdachte. Om 05:20 uur belde [naam 2] verdachte en om 05:21 uur belde verdachte haar.
Uit de historische mastgegevens werd duidelijk dat het telefoonnummer van verdachte op
13 september 2023 om 05:20 uur gebruik heeft gemaakt van de zendmastlocatie aan de [adres 7] in [plaats 1] . Het adres van de [adres 1] valt in het theoretische dekkingsgebied van die mast. Ook de telefoon van verdachte werd onderzocht in het kader van het onderzoek Veelvraat. De gegevens uit zijn telefoon bevestigen dat verdachte op 13 september 2023 om 05:20 uur werd gebeld door [naam 2] en om 05:21 uur naar het nummer van [naam 2] belde. Verder werd duidelijk dat verdachte op 13 september 2023 om 08:13 uur op zijn telefoon heeft gezocht naar een horloge gelijkend op het horloge dat in de nacht van
12 op 13 september 2023 werd weggenomen van [slachtoffer 1] en dat hij via Google op verschillende manieren zocht naar het nieuws in [plaats 1] . Hij maakte daarbij gebruik van zoektermen als ‘overval [plaats 1] ’, ‘112 [plaats 1] ’, ‘nieuws [plaats 1] 112’ en ‘ [plaats 1] nieuws’. Tussen 08:10 uur tot 09:18 uur bezocht verdachte voorts vier keer een website met nieuws over de hulpdiensten in [plaats 1] en om 12:52 uur bezocht hij een website met nieuws over de overval in [plaats 1] . Ook in de nacht daarop, op 14 september 2023, werden om 00:43 uur en om 01:41 uur, websites met nieuws over de overval bezocht. Uit het dossier volgt dat verdachte vergelijkbaar zoekgedrag vertoonde na de overval op het veilinghuis in [plaats 2] op 14 november 2023, waarvoor hij (in eerste aanleg en in hoger beroep) is veroordeeld.
De historische zendmastgegevens plaatsen verdachte op 13 september 2023 om 05:20 uur in [plaats 1] , in de nabijheid van de woning van de familie [slachtoffer 1] . Verdachte heeft over zijn aanwezigheid in [plaats 1] wisselend verklaard. Ter zitting heeft hij voor het eerst verklaard dat hij in de nacht van 12 op 13 september 2023 ruzie had met [naam 2] . Hij had tegen haar gezegd dat hij moest werken, terwijl hij in werkelijkheid werd opgehaald door een andere dame, te weten [naam 3] (hierna: [naam 3] ) uit [plaats 3] . Volgens verdachte heeft [naam 3] hem in Groningen opgehaald, waarna hij met haar naar de woning van zijn moeder aan de [adres 4] in [plaats 1] is gegaan. [naam 2] zou achter hem aangereden zijn en zou hem steeds gebeld hebben, vermoedelijk vanaf de parkeerplaats bij de woning van zijn moeder. Op enig moment kreeg verdachte een bericht van vrienden. Zij zouden iets voor hem hebben. Hij heeft [naam 3] volgens zijn zeggen weggestuurd en is vanuit het huis van zijn moeder bij zijn vrienden in de auto gestapt, waarna zij gingen rijden. Zijn vrienden lieten hem een horloge zien. Verdachte heeft dat horloge in de auto opgezocht op zijn telefoon en daarna gezegd dat hij geen interesse had. Hij had er geen goed gevoel bij en heeft [naam 2] gebeld met het verzoek om hem te komen ophalen. Bij de rotonde ter hoogte van de [adres 5] en de [adres 6] in [plaats 1] is hij uit de auto van zijn vrienden gestapt en bij [naam 2] in de auto gestapt. Samen zijn ze vervolgens naar het huis van de zus van verdachte aan de [adres 3] in [plaats 2] gereden, om daar een oplader voor zijn vrienden op te halen. Zijn vrienden reden achter hen aan naar de [adres 3] en vertrokken weer nadat verdachte hen een oplader had gegeven. [naam 2] en verdachte zijn daarna naar de woning van [naam 2] in Groningen gereden. Onderweg heeft verdachte websites bezocht met nieuws over [plaats 1] , omdat hij dacht dat er mogelijk iets was gebeurd.
De vraag die de rechtbank in deze zaak dient te beantwoorden, is of verdachte een van de mannen is die de familie [slachtoffer 1] in de nacht van 12 op 13 september 2023 met geweld heeft overvallen. Zij komt, gelet op de bewijsmiddelen die zij in onderling verband en samenhang beziet, tot het oordeel dat dit het geval is.
Uit het dossier volgt dat verdachte past binnen het door aangevers gegeven signalement van de overvallers. Aangevers spreken over jonge mannen met zwarte/donkere kleding en een donkere huidskleur. Verdachte was ten tijde van de overval 26 jaar oud, heeft een donkere huidskleur en droeg op de vroege ochtend van de overval volgens zijn vriendin een zwart joggingspak. Uit de verklaring van zijn vriendin en het onderzoek naar de telefoons van verdachte en zijn vriendin, blijkt bovendien dat verdachte ten tijde van de overval in [plaats 1] was en dat hij die nacht rond 05.20 uur uit een auto stapte waarin in ieder geval twee andere donker geklede mannen zaten.
Uit de verklaring van zijn vriendin (die ondersteuning vindt in het onderzoek naar haar telefoon) blijkt dat verdachte vervolgens met haar naar de woning van zijn zus aan de [adres 3] in [plaats 2] is gereden. In de ochtend van 13 september 2023 is in de nabijheid van deze woning de portemonnee van [slachtoffer 1] in een afvalcontainer teruggevonden. Verdachte heeft die ochtend op internet gezocht naar een horloge dat lijkt op het horloge van [slachtoffer 5] dat is weggenomen en naar nieuws over de woningoverval in [plaats 1] . Daarbij acht de rechtbank van belang dat verdachte, zoals hiervoor al overwogen, op eenzelfde manier naar informatie zocht na een andere overval, waarvoor hij is veroordeeld.
De voornoemde feiten en omstandigheden tezamen schreeuwen naar het oordeel van de rechtbank om een verklaring. De hiervoor bedoelde verklaring, die verdachte pas tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft afgelegd, past echter niet in de bewijsmiddelen en wordt door de rechtbank niet als geloofwaardig beschouwd. Integendeel, deze verklaring is naar het oordeel van de rechtbank kennelijk leugenachtig en afgelegd om de waarheid te verhullen, voor zover deze verklaring inhoudt dat hij niets te maken heeft met de overval en dat hij eerst met [naam 3] in de woning van zijn moeder was en vervolgens is opgehaald door vrienden die hem een horloge wilden laten zien, alvorens [naam 2] hem kwam ophalen en hij met haar naar [plaats 2] is gereden.
De kennelijke leugenachtigheid blijkt uit de volgende feiten en omstandigheden. Ten eerste volgt uit het onderzoek naar de telefoon van verdachte dat hij om 08:10 uur heeft gezocht naar een horloge gelijkend op dat van [slachtoffer 1] . Dat is in strijd met zijn verklaring dat hij naar het horloge zocht bij zijn vrienden in de auto, voordat hij [naam 2] belde om hem te komen ophalen. Uit de telefoongegevens blijkt immers dat verdachte [naam 2] één keer heeft gebeld en dat was om 05:20 uur. Daarnaast blijkt uit de gegevens uit de telefoon van [naam 2] dat zij tussen 05.17 uur en 05.35 uur van [plaats 1] naar [plaats 2] is gereden. Het zoeken naar het horloge in de telefoon zou in de tijdlijn van de verklaring van verdachte dus vóór 05.20 uur hebben plaatsgevonden, terwijl uit zijn telefoon blijkt dat dit op een aanzienlijk later tijdstip, om 08.10 uur, plaatsvond.
Ten tweede is de verklaring van verdachte strijdig met de verklaring van [naam 2] over haar locatie, die wordt ondersteund door de locatiegegevens uit het haar telefoon. Verdachte heeft verklaard dat hij in de woning van zijn moeder was samen met [naam 3] en dat [naam 2] hem vanuit Groningen is gevolgd en vervolgens op de parkeerplaats bij de woning van zijn moeder is gaan staan, waarbij zij hem steeds belde. Uit de telefoongegevens van [naam 2] , bezien in samenhang met haar verklaring, volgt echter dat [naam 2] van 04:41 uur tot 05:17 uur bij zijn moeder thuis verbleef en ook dat zij verdachte in de nacht van 13 september 2023 slechts één keer heeft gebeld. Door [naam 2] is ook niet verklaard over een ruzie tussen haar en verdachte, dat zij hem is gevolgd vanuit Groningen of de aanwezigheid van een andere vrouw.
Ten derde strookt de verklaring van verdachte niet met de verklaring van [naam 2] wat betreft de kleding die hij die nacht aanhad. [naam 2] verklaarde dat verdachte een zwart jogging pak aan had, terwijl hij zelf ter zitting heeft verklaard dat hij een wit overhemd, een zwart colbert en een zwarte pantalon droeg.
De als leugenachtig geduide verklaring van verdachte verhult de omstandigheid dat verdachte tijd en gelegenheid had om (samen met anderen) de overval te plegen. Nu er buiten de verklaring van verdachte geen aanwijzingen zijn om aan te nemen dat hij een andere reden had om in [plaats 1] te verblijven, komt de rechtbank met de overige voornoemde omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, tot het oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte betrokken is geweest bij de overval aan de [adres 1] te [plaats 1] . De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.