Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2062

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
11930342 \ CV EXPL 25-3118
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens langdurige huurachterstand

De Woningstichting De Woonplaats vordert ontbinding van de huurovereenkomst met ontruiming van de woning en betaling van een aanzienlijke huurachterstand door de huurder. De huurder erkent de achterstand maar verzet zich tegen ontbinding en ontruiming.

De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand op het moment van dagvaarden zeven maanden bedroeg en inmiddels is opgelopen tot dertien maanden. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die ontbinding rechtvaardigen verhinderen. De huurder heeft herhaaldelijk nagelaten te betalen, ondanks eerdere ontbindingen in 2018, 2022 en 2023.

De kantonrechter wijst de vordering tot ontbinding en ontruiming toe en veroordeelt de huurder tot betaling van de huurachterstand, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Tevens moet de huurder een gebruiksvergoeding betalen tot het moment van daadwerkelijke ontruiming.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de huurder krijgt een termijn van veertien dagen na betekening om de woning te verlaten.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11930342 \ CV EXPL 25-3118
Vonnis van 14 april 2026
in de zaak van
de stichting
WONINGSTICHTING DE WOONPLAATS,
gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,
eisende partij, hierna te noemen: De Woonplaats,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de akte van De Woonplaats;
- de mondelinge behandeling van 19 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

[gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan en zich daardoor tegenover De Woonplaats niet gedragen als goed huurder. In de door hem aangevoerde omstandigheden ziet de kantonrechter geen aanleiding om de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst met ontruiming van de woning af te wijzen. [gedaagde] moet de woning dus verlaten en de huurachterstand met bijkomende kosten betalen.

3.De feiten

3.1.
De Woonplaats verhuurt met ingang van 21 december 2007 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] (hierna: de woning). De huur bedraagt laatstelijk € 1.008,63 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van de Woonplaats van toepassing.

4.Het geschil

De vordering
4.1.
De Woonplaats vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen.
4.2.
De Woonplaats legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens De Woonplaats de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
Het verweer
4.3.
[gedaagde] erkent dat hij al langere tijd de huur niet betaalt, maar vraagt de kantonrechter om de gevorderde ontbinding en ontruiming niet toe te wijzen.

5.De beoordeling

Ambtshalve toetsing
5.1.
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom, de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
Huurachterstand en wettelijke rente
5.2.
[gedaagde] heeft erkend dat er een huurachterstand is die tot en met
februari 2026 berekend is op een bedrag van € 13.033,92. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen. Omdat [gedaagde] te laat is met betalen, zal de gevorderde wettelijke rente over een bedrag van € 6.982,14 vanaf de dag van dagvaarding (30 september 2025) worden toegewezen.
Incassokosten
5.3.
De Woonplaats vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. De Woonplaats heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. De Woonplaats heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat De Woonplaats een van btw vrijgestelde prestatie heeft verricht, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 503,66 worden toegewezen.
Ontbinding en ontruiming
5.4.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.
5.5.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand zeven maanden. Daarna is de huurachterstand verder opgelopen. De huurachterstand bedraagt nu dertien maanden. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
5.6.
De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die de ontbinding van de huurovereenkomst niet zouden rechtvaardigen. [gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord op 28 oktober 2025 verklaard dat de huurachterstand is ontstaan doordat het een tijd slecht liep binnen zijn bedrijf, maar dat hij de lopende huur en de huurachterstand aan het einde van die week volledig zou kunnen betalen. Bij de mondelinge behandeling van 19 maart 2026 bleek echter dat [gedaagde] zowel de lopende huur niet heeft betaald als ook niet op de huurachterstand heeft afgelost. Hoewel [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling opnieuw heeft gezegd dat al zijn financiële problemen heel snel zullen zijn opgelost, heeft hij zijn standpunt (wederom) niet onderbouwd met stukken. [gedaagde] heeft niets overgelegd waaruit volgt dat vanaf nu de betaling van toekomstige huurtermijnen voldoende is gewaarborgd. Bovendien is sprake van herhaalde wanprestatie. Ook in 2018, 2022 en 2023 is de huurovereenkomst door de kantonrechter ontbonden in verband met het niet betalen van de huur.
Daar tegenover staat het belang van verhuurder, die [gedaagde] al vele malen de kans heeft gegeven om – ook nadat meermaals een vonnis is gewezen waarin de huurovereenkomst werd ontbonden – de huur weer volgens afspraak te gaan betalen.
5.7.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [gedaagde] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
Gebruiksvergoeding
5.8.
De Woonplaats wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 1.008,63, vanaf ontbinding tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand tot heden en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
Proceskosten
5.9.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van De Woonplaats worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
Totaal
1.552,45

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres],
6.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van De Woonplaats zijn, en de sleutels af te geven aan De Woonplaats,
6.3.
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan De Woonplaats:
- € 13.033,92 aan achterstallige huur tot en met maart 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 6.982,14 vanaf 30 september 2025;
- € 1.008,63 per maand vanaf april 2026 voor de vervallen huurtermijnen c.q. schadevergoeding wegens huurderving tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
6.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan De Woonplaats te betalen een bedrag van € 503,66 aan buitengerechtelijke kosten,
6.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.552,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.